Nieuw erfrecht verfijnd en verduidelijkt

De wet van 22 juli 2018 past in hoofdzaak het huwelijksvermogensrecht aan. Maar ze voert ook enkele wijzigingen door in de wet van 31 juli 2017. Die wet van 2017 - die in werking treedt op 1 september 2018 - heeft het erfrecht aangepast. De nu doorgevoerde wijzigingen zijn vooral verfijningen en verduidelijkingen van het nieuwe erfrecht. Ze treden - net zoals de wet van 31 juli 2017 zelf - ook in werking op 1 september 2018.

We zien onder meer wijzigingen bij de regels over

de waardering van schenkingen bij inbreng;

het erfrechtelijk vruchtgebruik van de langstlevende;

de inbreng van schulden;

de bezwaring van de erfdelen van de kinderen met het vruchtgebruik van de langstlevende;

de berekening van de compensatie; en

de erfovereenkomsten.

De nieuwe wet regelt ook hoe het vruchtgebruik wordt vastgesteld wanneer de langstlevende echtgenoot recht heeft op het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap.

Tot slot wordt de termijn verlengd om een verklaring van behoud af te leggen. Wat inhoudt dat men - voor schenkingen die voor 1 september 2018 zijn gebeurd - kiest voor de toepassing van de vroegere regels voor de wijze van inbreng en inkorting. Oorspronkelijk zou die termijn aflopen op 1 september 2018, maar men krijgt nu meer tijd: tot en met 1 maart 2019.

De artikelen 58 tot 74 van de wet van 22 juli 2018 treden in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 22 juli 2018 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS 27 juli 2018 (art. 58?74)

Zie ook:
Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake (BS 1 september 2017)
Burgerlijk Wetboek