Onregelmatige proceshandeling corrigeerbaar bij herstelbare belangenschade (art. 40 Wet Werklastvermindering Justitie)

De rechter moet een partij voortaan de kans geven om een onregelmatigheid in de proceshandeling te herstellen wanneer hij vaststelt dat de door de andere partij ingeroepen belangenschade herstelbaar is. Pas wanneer de partij niet tijdig de voorgeschreven herstelmaatregel uitvoert, kan de rechter de proceshandeling nietig verklaren.

De rechter kan een proceshandeling nietig verklaren als het aangeklaagde verzuim of de aangeklaagde onregelmatigheid de belangen schaadt van de partij die de exceptie van nietigheid opwerpt. Maar om te vermijden dat de procedure op een dergelijke grond moet stoppen en alle daarin gestopte energie, tijd en middelen verloren gaan terwijl de kans groot is dat achteraf een identiek geding wordt ingesteld, bouwt de wetgever nu een buffer in vooraleer de proceshandeling nietig kan verklaard worden.

En die buffer wordt toegepast wanneer de rechter vaststelt dat de door een partij ingeroepen bewezen belangenschade kan hersteld worden. In een dergelijk geval stelt de rechter concrete en op maat gesneden herstelmaategelen voor. De partij die de onregelmatige akte heeft opgesteld en dus verantwoordelijk is voor de belangenschade, moet die herstelmaatregelen op haar eigen kosten binnen het door de rechter uitgezette tijdstraject uitvoeren. Doet ze dat niet, dan zal de rechter alsnog de nietigheid uitspreken. Doet ze dat wel, dan kan de procedure gewoon verder gezet worden. De rechter verwerpt dan de exceptie van nietigheid.

Artikel 40 van de wet van 25 mei 2018 is in werking getreden op 9 juni 2018.

Bron: Wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, BS 30 mei 2018 (art. 40 Wet Werklastvermindering Justitie)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 861)