Rechter doet geen uitspraak zolang zaak niet correct is ingeschreven op rol (art. 30 en 44 Wet Werklastvermindering Justitie)

Een zaak moet ingeschreven zijn op de rol vóór de zitting die aangegeven is in de dagvaarding. Bij een hoger beroep moet de zaak op de rol ingeschreven zijn vóór de datum van verschijning die in de akte van hoger beroep is vermeld. Als de inschrijving op de rol niet correct is verlopen, dan wordt de rechtspleging voortaan ambtshalve geschorst. Tot de inschrijving wel correct gebeurt.

Tot nu golden andere sancties: in het eerste geval - bij de inschrijving van de zaak in eerste aanleg - was de zaak 'van generlei waarde'. In het tweede geval - bij de inschrijving van de zaak in beroep - had de akte van beroep 'geen gevolg'. Beide sancties worden nu dus vervangen: voortaan kan de rechter ambtshalve de correcte vervulling van de vormvereiste opleggen door de procedure te schorsen zolang de inschrijving niet correct is gebeurd.

De artikelen 30 en 44 van de wet van 25 mei 2018 zijn in werking getreden op 9 juni 2018.

Bron: Wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, BS 30 mei 2018 (art. 30 en 44 Wet Werklastvermindering Justitie)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 717 en 1060)