Vlaanderen schrapt vermoeden van tenlasteneming bij gewaarborgde gezinsbijslag

De Vlaamse overheid schrapt het vermoeden dat de aanvrager van gewaarborgde gezinsbijslag het kind voor wie hij een tegemoetkoming bij Famifed aanvraagt ten laste heeft als het bij hem gedomicilieerd is. De bewijslast wordt omgekeerd.

Wetgever

Met de woorden van de wetgever: 'Dat het kind overeenkomstig de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie recht heeft op maatschappelijke integratie betekent op zich niet dat de aanvrager van het recht op gewaarborgde gezinsbijslag wordt uitgesloten.'

De aangepaste regeling heeft dus enkel nog betrekking op een maatregel om armoede te bestrijden. Volgens die regel brengt een recht op sociale integratie (overeenkomstig de wet van 26 mei 2002) voor een kind niet met zich mee dat de aanvrager van het recht op gewaarborgde gezinsbijslag wordt uitgesloten.

Bewijslast

Door deze aanpassing van de wet op de gewaarborgde gezinsbijslag wordt de bewijslast omgekeerd. Een aanvrager van gewaarborgde gezinsbijslag moet voortaan aantonen dat hij werkelijk financieel bijdraagt aan de behoeften van het kind. Famifed zal niet langer aanvragen moeten goedkeuren van aanvragers die enkel via de inschrijving op hetzelfde adres aantonen dat ze het kind ten laste hebben.

Dat was tot nu toe wel het geval omdat de wet op de gewaarborgde gezinsbijslag het volgende bepaalde:

?De natuurlijke persoon wordt geacht tot bewijs van het tegendeel deze voorwaarde (in verband met de tenlasteneming) te vervullen indien uit de inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister of het Rijksregister van de natuurlijke personen blijkt dat het kind deel uitmaakt van zijn gezin.?

?Dit vermoeden kan niet worden omgekeerd om de reden dat het kind recht op maatschappelijke integratie heeft krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.?

Weerleggen

De aanpassing dringt zich op omdat Famifed dit vermoeden niet altijd gemakkelijk kan weerleggen. Meer bepaald bij dossiers waarin buitenlandse elementen een rol spelen. Famifed beschikt in die gevallen niet over onderzoeksmiddelen, zoals in het intern recht. En dus werden dossiers waarin buitenlandse elementen een rol spelen, gunstiger behandeld.

Daarom heeft het beheerscomité van Famifed voorgesteld om het vermoeden te schrappen.

Entiteiten

Deze ingreep is mogelijk omdat de Vlaamse Gemeenschap sinds 1 juli 2014 bevoegd is inzake gezinsbijslagen. Maar op dit moment zitten we nog steeds in een transitieperiode. Dit betekent dat de deelentiteiten de regels enkel kunnen wijzigingen wanneer het niet-essentiële elementen betreft.

De bevoegde deelentiteiten nemen parallel dezelfde bepaling aan. Die wordt wel pas daadwerkelijk toegepast door de instellingen die instaan voor het beheer en de betaling van de gezinsbijslag op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van de laatste akte die betrekking heeft op die bepaling.

Op voorwaarde dat alle deelentiteiten die voor gezinsbijslag bevoegd zijn, elk wat haar betreft, een inhoudelijk identieke bepaling hebben bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, treedt dit decreet in werking op de datum van de laatste van die bekendmakingen, zo blijkt uit de wijzigingswet van 18 mei 2018.

Bron: Decreet van 18 mei 2018 tot wijziging van de wet van 20 juli 1971 tot instelling van gewaarborgde gezinsbijslag, BS 6 juni 2018