Niet alle sociale huurders moeten Nederlands kennen

Sinds 1 november moeten alle nieuwe sociale huurders over een basiskennis Nederlands beschikken. Bereid zijn om Nederlands te leren, is niet meer genoeg. De Vlaamse regering had echter voorzien dat sommige kandidaat-huurders vrijstelling konden krijgen van de taalkennisplicht om beroepsmatige, medische of persoonlijke redenen. Wat die redenen zijn, wordt nu pas bepaald.

Vrijstelling om beroepsmatige redenen

Een sociale huurder kan vrijgesteld worden van de taalkennisplicht:

als hij een job uitoefent ?waarvan de werkuren niet in overeenstemming te brengen zijn met de uren waarop de cursus Nederlandse Tweede Taal wordt aangeboden in de omgeving waar hij woont?;

als hij onder dezelfde voorwaarden een opleiding volgt voor die job; of

als hij onder dezelfde voorwaarden een sollicitatietraining, een praktijkgerichte opleiding of een persoonsgerichte vorming volgt bij de VDAB of bij een erkende dienst voor arbeidstrajectbegeleiding, of als hij in een bedrijf een praktijkgerichte opleiding volgt in het kader van een arbeidstrajectbegeleiding voor werkzoekenden.

Vrijstelling om medische redenen

Een sociale huurder kan vrijgesteld worden van de taalkennisplicht wegens:

een ziekte;

een bevalling;

een tijdelijk verblijf in het buitenland om medische redenen.

De afwezigheid moet gestaafd worden met een medisch attest, dat uitgereikt werd door een geneesheer, een geneesheer-specialist, een psychiater, een orthodontist, een tandarts of de administratieve diensten van een ziekenhuis of van een erkend laboratorium. Het attest vermeldt de duur van de afwezigheid.

Vrijstelling om persoonlijke redenen

Een sociale huurder kan vrijgesteld worden van de taalkennisplicht:

als hij een alfabetiseringsopleiding volgt; of

als hij zich in één van de volgende situaties bevindt, waardoor het vormingsprogramma tijdelijk onderbroken wordt. In het kort: De sociale huurder of zijn partner werkt of studeert tijdelijk in het buitenland. De sociale huurder gaat naar het buitenland voor een geboorte, een huwelijk, een verklaring van wettelijke samenwoning of een overlijden. De sociale huurder verstrekt bijstand, verzorging of palliatieve hulp aan een familielid of een inwonende persoon. De sociale huurder heeft psychosociale of maatschappelijke problemen. De sociale huurder heeft geen reguliere kinderopvang of de kinderopvang waarbij zijn kind is ingeschreven, valt plots weg. De sociale huurder is hoogzwanger en kan de module niet afwerken door de bevalling. De sociale huurder geeft borstvoeding. De sociale huurder is tijdelijk afwezig, zoals bepaald in het KB op het bevolkings- en vreemdelingenregister.

Een afwezigheid om één van die redenen is altijd tijdelijk, is onderworpen aan bijkomende voorwaarden, en moet bewezen worden met een attest.

Bewijs van basistaalvaardigheid

Minister van Wonen Liesbeth Homans publiceert ook een model van:

Attest van deelname aan een opleiding met het oog op het vaststellen van de basistaalvaardigheid Nederlands; en

Bewijs van basistaalvaardigheid Nederlands.

Het MB bevat ook 'criteria' om te bepalen of de sociale huurder wel een gesprek in het Nederlands kan voeren. Zoals: ?De meeste zinnen bevatten een onderwerp en een werkwoord. De werkwoorden zijn niet noodzakelijk correct vervoegd?.

Sinds 1 november 2017

De verplichting om over een minimale kennis van het Nederlands te beschikken om recht te hebben op een sociale woning, is ingegaan op 1 november 2017. De anderstalige huurder krijgt een jaar de tijd om een opleiding te volgen en te slagen voor een taaltest. De termijn van 12 maanden gaat in vanaf de dag van toewijzing van de woning. 'Taalonwilligen' krijgen een administratieve boete en bij niet-betaling kan de boete ingevorderd worden bij dwangbevel.

De taalkennisverplichting geldt overigens alleen voor nieuwe sociale huurders. In dat geval moet niet alleen de huurder zelf, maar ook diens partner en meerderjarige kinderen aan de taalkennisverplichting voldoen.
Voor de personen die al in een sociale woning wonen, verandert er niets. Voor hen volstaat het nog steeds dat zij aantonen dat zij bereid zijn om Nederlands te leren. Dat zij dus een inspanning hebben geleverd, met of zonder resultaat...

Van toepassing:

Vlaams gewest.

Vanaf 1 november 2017 (retroactief).

Bron: Ministerieel besluit van 27 oktober 2017 tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 december 2007 houdende uitvoering van een aantal bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode en het ministerieel besluit van 30 juli 2008 tot bepaling van nadere regels voor het vaststellen, de wijze van bijhouden, de inhoud en het actualiseren van het inschrijvingsregister voor kandidaat-huurders, wat betreft de taalkennisvereiste, BS 13 november 2017.