Buitengerechtelijke omzetting vruchtgebruik op vraag van langstlevende echtgenoot of niet-gemeenschappelijke kinderen (art. 10 en 11 Wet nieuw erfrecht)

De langstlevende echtgenoot of de niet-gemeenschappelijke kinderen kunnen op een eenvoudige manier de omzetting van het vruchtgebruik vragen. Langs buitengerechtelijke weg. Die nieuwe mogelijkheid moet conflictsituaties vermijden in nieuw samengestelde gezinnen. Daar komt het vruchtgebruik van de langstlevende immers in samenloop met het erfdeel van de afstammelingen van de erflater.

Omzetting op eerste verzoek

Het vruchtgebruik van de nalatenschapgoederen wordt voortaan omgezet op het eerste verzoek van een niet-gemeenschappelijk kind dat blote eigenaar is van het geërfde goed. Ook de langstlevende echtgenoot kan om die omzetting vragen wanneer de blote eigendom geheel of gedeeltelijk toebehoort aan een niet-gemeenschappelijk kind.

De omzetting moet niet voor de rechter gevorderd worden. Het volstaat dat de echtgenoot of het niet-gemeenschappelijk kind zijn wil tot omzetting uitdrukt. De omzetting is een recht. Bij betwisting mag de rechter haar niet weigeren.

Het omzettingsrecht komt alleen toe aan een niet-gemeenschappelijke afstammeling, geadopteerd kind of afstammeling van deze of aan de langstlevende die tot de nalatenschap komt met niet-gemeenschappelijke kinderen. Gemeenschappelijke kinderen hebben dit initiatiefrecht niet.

De langstlevende echtgenoot kan zich verzetten tegen de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad. Omzetting op verzoek van een niet-gemeenschappelijk kind kan alleen met instemming van de echtgenoot. Weigert die dat, dan kan alleen het vruchtgebruik van de andere nalatenschapsgoederen omgezet worden.

Volle eigendom

De blote eigenaars en de langstlevende echtgenoot spreken in principe samen af hoe de omzetting van het vruchtgebruik zal gebeuren.

Bij gebrek aan afspraken wordt het vruchtgebruik omgezet in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap in volle eigendom. Hoeveel dat aandeel bedraagt, wordt bepaald aan de hand van omzettingstabellen voor de waardering van het vruchtgebruik en de leeftijd van de vruchtgebruiker op het moment van de vraag. De rechter kan de omzettingstabellen uitsluiten en andere omzettingsvoorwaarden toepassen, wanneer de levensverwachting van de vruchtgebruiker manifest lager is dan die van de omzettingstabellen.

Termijn

De omzetting moet gevraagd worden in het kader van de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Uiterlijk voor de mededeling van de aanspraken aan de notaris-vereffenaar. Wordt de omzettingsvraag te laat gesteld, dan vervalt het recht op omzetting op eerste verzoek. De omzetting kan wel nog achteraf gevraagd worden. Die vraag tot omzetting zal dan door de rechter beoordeeld worden.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 10 en 11 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 745quater en 745sexies)