Geen verplicht rijverbod meer voor dronken fietsers

Rechters zijn niet meer verplicht om een rijverbod uit te spreken voor dronken fietsers. In de meeste gevallen is die straf buiten proportie en schiet ze haar doel, namelijk het bevorderen van de verkeersveiligheid, voorbij. Soms hebben fietsers immers (nog) geen rijbewijs. In die gevallen is het dan ook zinloos en niet verantwoord om een verplicht rijverbod op te leggen.

Maar het kan dus nog wel, een verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uitspreken wanneer iemand zich met de fiets of een ander niet-gemotoriseerd voertuig (rolstoel, step, rolschaatsen, eenwieler, enz.) onder invloed van alcohol, drugs of geneesmiddelen op de openbare weg begeeft. En dat voor een duur van minstens 8 dagen en maximum 5 jaar (of voor een langere periode en zelfs voorgoed bij recidive binnen de 3 jaar). Het was oorspronkelijk de bedoeling om het rijverbod in die gevallen volledig te schrappen. Maar de wetgever is hierop teruggekomen: 'het is belangrijk dat de rechter de situatie zelf kan beoordelen'.

Niet alleen wat betreft het al dan niet opleggen van een rijverbod. Ook in verband met 'het herstel in het recht tot sturen'. Rechters beslissen zelf of het herstel in het recht tot sturen afhankelijk dient gemaakt te worden van rijexamens, medische en psychologische proeven.

Artikel 38 van de Wegverkeerswet wordt aangevuld met een extra paragraaf: 'de rechter is niet verplicht om het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig uit te spreken en het herstel in het recht tot sturen afhankelijk te maken van examens of onderzoeken indien de overtreding werd begaan met een voertuig dat niet in aanmerking komt voor de vervallenverklaring'.

In werking: 1 oktober 2017 (10 dagen na publicatie)

Bron: Wet van 18 juli 2017 tot wijziging van artikel 38 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, wat betreft het verval van het recht tot het besturen van niet gemotoriseerde voertuig, BS 21 september 2017.