Verbod op erfovereenkomsten versoepeld (art. 3-9 en 63 Wet nieuw erfrecht)

De wetgever versoepelt het verbod op erfovereenkomsten. Hoewel in principe verboden, kunnen ze toch in welbepaalde gevallen. Meteen komen er ook regels die de gevolgen, de vorm en de publiciteit van de toegelaten erfoverenkomsten vastleggen.

Versoepeld verbod

De wetgever legt voortaan duidelijk vast wat wel en niet kan. Hij vertrekt van een principieel verbod op erfovereenkomsten, maar een wet kan afwijkingen toestaan.

In principe is een erfkeuze over een nalatenschap die nog niet is opengevallen verboden. Ook verbintenissen of overeenkomsten over de attributen die gekoppeld zijn aan de hoedanigheid van erfgenaam of legataris (bv. het recht om inbreng of inkorting te vorderen) kunnen niet. Een beding of overeenkomst over een toekomstige nalatenschap van een derde kan evenmin. Net zomin als overeenkomsten of bedingen onder kosteloze titel over de eigen toekomstige nalatenschap.

Hoewel in principe verboden, kan een wet in bepaalde gevallen al die bedingen of overeenkomsten wel toestaan.

Erfovereenkomst onder bezwarende en bijzondere titel

Overeenkomsten of bedingen onder bezwarende titel over de eigen toekomstige nalatenschap kunnen wel. Mits ze opgemaakt zijn bij notariële akte én onder bijzondere titel zijn. Let op: een wet kan in bepaalde gevallen dergelijke overeenkomsten of bedingen wel verbieden.

Een overeenkomst of beding is onder bijzondere titel wanneer het niet gaat over de algemeenheid van de goederen die de partij bij overlijden nalaat of over een evenredig deel daarvan, of wanneer het niet gaat over alle onroerende goederen, alle roerende goederen of een evenredig deel daarvan.

Erfovereenkomsten onder bezwarende en algemene titel (bv. een beding over alle nalatenschapsgoederen) zijn verboden. Een wet kan ze in bepaalde gevallen wel toelaten.

Bekwaamheid

Om een erfovereenkomst te kunnen aangaan moet men in principe meerderjarig en bekwaam zijn. Maar uitzonderingen kunnen.

Een minderjarige kan partij zijn in een erfovereenkomst als vermoedelijke erfgenaam, niet als beschikker. Zijn deelname aan de erfovereenkomst mag echter niet tot gevolg hebben dat hij verzaakt aan rechten in een niet-opengevallen nalatenschap (bv. verzaking aan de vordering tot inkorting of aan een verzoek tot inbreng van een gift). Minderjarigen kunnen door hun ouders of voogd worden vertegenwoordigd bij het aangaan van de erfovereenkomst. Die hebben daarvoor wel bijzonder machtiging van de vrederechter nodig.

Een meerderjarige die door de vrederechter onbekwaam is verklaard om een erfovereenkomst aan te gaan, kan die toch aangaan - als beschikker - na machtiging van de vrederechter. De vrederechter kan hem ook machtigen om deel te nemen aan een erfovereenkomst als vermoedelijke erfgenaam met verzaking aan rechten. Een beschermd persoon die geen machtiging krijgt mag enkel partij zijn bij een erfovereenkomst als vermoedelijke erfgenaam zonder verzaking aan rechten.
Het aangaan van een erfovereenkomst - als beschikker of als vermoedelijke erfgenaam met verzaking aan rechten - is een hoogstpersoonlijke handeling. Zij is niet vatbaar voor bijstand of vertegenwoordiging door de bewindvoerder. De bewindvoerder kan de beschermde persoon wel vertegenwoordigen in de hoedanigheid van vermoedelijke erfgenaam zonder verzaking aan rechten, en mits machtiging van de vrederechter.

Nietig

Elke erfovereenkomst die niet bij wet is toegelaten, is absoluut nietig.
Overeenkomsten die wel zijn toegelaten maar waarbij de vormvereisten zijn miskend zijn eveneens absoluut nietig. Ook globale erfovereenkomsten die niet aan de bijkomende regels voldoen, zijn absoluut nietig

Gevolgen erfovereenkomst

Een geldige erfovereenkomst strekt de partijen tot wet.

Haar ondertekening heeft geen vervroegde aanvaarding van de nalatenschap tot gevolg. De erfovereenkomst heeft dus geen invloed op de erfkeuze van de ondertekenaar bij het openvallen van de nalatenschap.

Ergenamen die tot de nalatenschap komen bij plaatsvervulling van de ondertekenaar zijn gebonden door de erfovereenkomst.

Als de erfovereenkomst in hoofde van de ondertekenaars een verzaking aan rechten in de nalatenschap tot gevolg heeft, kan de verzaker die verzaking in bepaalde gevallen herroepen. Namelijk bij onbetamelijk gedrag van de begunstigde (bv. mishandelingen, beledigingen?). Een herroeping moet voor de rechter gevraagd worden, binnen een bepaalde termijn. De herroeping heeft in principe geen invloed op de bindende kracht van de rest van de overeenkomst.

Notariële akte

Een erfovereenkomst moet in een notariële opgenomen worden.

Omdat een erfovereenkomst belangrijke gevolgen heeft, bouwt de wetgever verschillende beschermingsmaatregelen in met de nodige reflectietermijnen. De notaris deelt elke partij op voorhand een ontwerp van de overeenkomst mee. Hij belegt tegelijk een vergadering waarop hij uitleg geeft over de inhoud van de overeenkomst en de gevolgen daarvan. Hij wijst er de partijen op - bij het beleggen van de vergadering en nogmaals op de vergadering zelf - dat zij een aparte raadsman kunnen kiezen, of apart met hemzelf een onderhoud kunnen hebben.

De gezamenlijke vergadering kan ten vroegste 15 dagen na de mededeling van het ontwerp van overeenkomst doorgaan. Ten vroegste één maand na die vergadering kan de overeenkomst ondertekend worden. Van beide termijnen kan in geen geval afgeweken worden. Elke partij kan zelf een notaris kiezen die haar bijstaat bij het verlijden van de akte.

Bij bepaalde erfovereenkomsten is dit strenge formalisme niet nodig.

Publiciteit

Elke erfovereenkomst wordt ingeschreven in het centraal register van testamenten.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 3-9 en 63 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 378, 410, 492/1, 492/3, 493, 497/2, 499/7 en 1100/1?1100/6)