Wet verplichte aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen krijgt update

De ?Wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen?, de zogenaamde WAM-wet, krijgt een update. De wetgever zorgt voor een modern kader, aangepast aan de evolutie van de verkeerswetgeving en de rechtspraak. Zo houdt het toepassingsgebied van de wet voortaan rekening met de inschrijvingsplicht van bromfietsen en de komst van de wetgeving voor speed pedelecs. Tegelijk worden een aantal lacunes en tegenstrijdigheden weggewerkt en wordt de werking van het Belgisch Gemeenschappelijk Waarborgfonds bijgestuurd. Aanzet is het moderniseringsadvies van de Commissie voor Verzekeringen van 10 maart 2009.

Vergoeding bij verkeersongevallen

De wet moet in eerste instantie duidelijkheid scheppen in de vergoedingsregeling bij verkeersongevallen met motorrijtuigen in het kader van artikel 19bis-11§2 van de WAM-wet. Dat artikel zorgt voor heel wat juridische onzekerheid en leidt tot geschillen waarbij bodemrechters uiteenlopende beslissingen nemen. Bovendien komt de huidige tekst niet tegemoet aan de bedoeling van de wetgever om alleen 'onschuldige slachtoffers' te vergoeden.

Het artikel weigert bepaalde categorieën personen immers een tussenkomst van het Gemeenschappelijk Waarborgfonds. Dat is bijvoorbeeld het geval voor personen die niet aansprakelijk zijn voor een ongeval, maar die ook niet schadeloos gesteld kunnen worden omdat er niet kan worden vastgesteld welke van de betrokken motorrijtuigen het ongeval heeft veroorzaakt. Volgens de parlementaire stukken moet geen enkele verzekeraar het slachtoffer vergoeden wanneer bij een ongeval meer dan 2 motorrijtuigen betrokken waren, één van de motorrijtuigen niet aansprakelijk was, maar de rechter niet kon uitmaken welke van de andere motorrijtuigen het ongeval had veroorzaakt. Het slachtoffer heeft evenmin recht op een vergoeding van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, want het gaat niet om 'ongeïdentificeerde motorrijtuigen'. In de praktijk werd dit probleem tot nog toe opgelost door de last van het schadegeval te verdelen tussen de verzekeraars van de bestuurders die potentieel aansprakelijk zijn.

De wetgever zorgt nu echter voor een duidelijk wettelijk kader. Het voegt hiervoor een nieuw artikel 29ter toe aan de WAM-wet (het huidige artikel 19bis-11§2 wordt opgeheven). Dat voorziet in een verdeling van de vergoeding van de slachtoffers in gelijke delen tussen al de in het ongeval betrokken motorrijtuigen, zelfs indien men niet kon vaststellen welke motorrijtuig(en) het werkelijk veroorzaakt had (den). Het toepassingsgebied van deze bepaling is beperkt tot ongevallen die zich in België hebben voorgedaan.

Toepassingsgebied WAM-wet

Het toepassingsgebied van de wet wordt aangepast om rekening te houden met de inschrijvingsplicht van bromfietsen en de komst van de wetgeving voor speed pedelecs.

Concreet: de definitie van 'bromfietsen' wordt opgeheven. Nu ook bromfietsen onderworpen zijn aan inschrijving is er geen reden om bij de definiëring nog een onderscheid te maken tussen 'bromfietsen' en 'motorrijtuigen'. De wetgever geeft de Koning evenwel de bevoegdheid om bij KB te bepalen welke voertuigen onder de definitie van 'motorrijtuigen' vallen. En die lijst met voertuigen die geldig verzekerd moeten zijn komt er ook. Het KB wordt binnenkort gepubliceerd.

De tekst zal onder meer klaarheid scheppen voor speed pedelecs met eenvoudige trapondersteuning. Deze voertuigen worden volgens de WAM-wet niet beschouwd als motorrijtuigen. Bij ongevallen biedt de huidige wetgeving de slachtoffers dus niet de mogelijkheid om te genieten van het systeem van automatische schadevergoeding.

Omschrijving aansprakelijke persoon

De omschrijving van 'aansprakelijke persoon' wordt verruimd om àlle gevallen te dekken waarin een persoon kwalitatief aansprakelijk is. Denk aan de aansprakelijkheid van onderwijzers, organisaties van vrijwilligers, ?

Verzekeringsdekking schade goederen

Schade aan goederen in een verzekerd voertuig die beroepsmatig en onder bezwarende titel vervoerd worden, worden voortaan uitgesloten van dekking door de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid, met uitzondering van de kleding en bagage die persoonlijk toebehoren aan de vervoerde personen. De beroepsmatige activiteiten van het goederenvervoer vallen immers onder een andere categorie verzekeringen.

Uitsluiting voordeel vergoeding

De bepalingen die bepaalde personen van het voordeel van de vergoeding uitsluiten, worden geschrapt om discussies te vermijden. Bij toepassing van deze regels worden de aansprakelijke personen en benadeelden aangeduid. De verzekeringsgevolgen van de toepassing van de aansprakelijkheidsregels worden geregeld door de WAM-wet. Die stelt in artikel 3 dat de verzekering de benadeelden schadeloos moeten stellen telkens wanneer de burgerrechtelijke aansprakelijkheid in het geding komt. Een bijkomende bepaling is niet nodig.

Criteria Tariferingsbureau

Op dit moment kan men pas een aanvraag indienen bij het Tariferingsbureau als 3 andere verzekeringsondernemingen geweigerd hebben om een verzekering af te sluiten. Dat blijkt voor sommige categorieën van personen erg lastig. Bijvoorbeeld jonge bestuurders die een verzekeraar hebben gevonden die akkoord gaat om hen te verzekeren aan de voorwaarden van het Tariferingsbureau. Het is niet logisch dat deze personen eerst nog 3 weigeringen moeten verzamelen. De wetgever geeft de Koning daarom de mogelijkheid om het aantal vereiste weigeringen voor bepaalde personen die een specifiek risico inhouden, te verminderen. Ook de risicocategorieën kunnen bij KB worden afgebakend, na advies van de Commissie Verzekeringen.

NAVO

De regels over de vergoeding van door NAVO-motorrijtuigen veroorzaakte schade worden verduidelijkt om te benadrukken dat de Staat de schade dekt.

Verhaalrechten van verzekeraars

In Hoofdstuk IV ?Vordering van de benadeelde tegenover de verzekeraar en de schaderegelaar? wordt een nieuwe afdeling toegevoegd over de verhaalrechten van verzekeraars wanneer een motorrijtuig op het ogenblik van het schadegeval werd bestuurd door een persoon die niet voldeed aan de reglementering voor het besturen van een motorrijtuig zonder dat de vereiste van het bewijs van oorzakelijk verband geldt. Daarover bestond discussie. Een wettelijke regeling drong zich dus op.

De wet stelt voortaan uitdrukkelijk dat een verzekeraar zich een recht van verhaal kan voorbehouden op de verzekeringnemers en, indien daartoe grond bestaat, op de verzekerde die niet de verzekeringnemer is, wanneer hij bewijst dat op het ogenblik van het schadegeval, het verzekerde motorrijtuig bestuurd werd

door een persoon die niet voldoet aan de Belgische vereiste minimumleeftijd om dat motorrijtuig te besturen;

door een persoon die niet beschikt over een geldig rijbewijs om dat motorrijtuig te besturen;

door een persoon die de specifieke beperkingen inzake het besturen van een motorrijtuig op zijn rijbewijs niet naleeft;

door een persoon die in ons land een rijverbod heeft zelfs indien het schadegeval zich voordoet in het buitenland.

Let op, in een aantal uitzonderingsgevallen is verhaal niet mogelijk. Bijvoorbeeld wanneer de verzekeringnemer of de verzekerde die geen verzekeringnemer is, aantoont dat de tekortkomingen of de feiten waarop het verhaal is gesteund, te wijten zijn aan een andere verzekerde of dat ze zich hebben voorgedaan in strijd met zijn onderrichtingen of buiten zijn medeweten.

Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds

Tot slot wordt de werking van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds bijgestuurd. Nieuw is bijvoorbeeld dat het fonds permanent toegang krijgt tot de geactualiseerde gegevens van de Dienst Inschrijving Voertuigen. Dat is nodig in strijd tegen verzekeringsfraude en de opsporing van niet-verzekerden.

Verder worden ook de rechten van het Gemeenschappelijk Waarborgfonds om terugbetaling te vorderen, gewijzigd. Zo wordt bij een schadegeval veroorzaakt door een gestolen of verduisterd motorrijtuig, het subrogatierecht van het fonds tegen de aansprakelijke afgeschaft, met uitzondering van het subrogatierecht tegen de dief, heler of geweldpleger.

In werking?

De wet van 31 mei 2017 bevat geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 22 juni 2017. Maar let op, de wijzigingen zijn van toepassing op de verkeersongevallen die hebben plaatsgevonden vanaf deze datum.

De wetgever stelt ook uitdrukkelijk dat de inwerkingtreding van de wet van 31 mei 2017, de latere wijzigingen van de WAM-wet en latere uitvoeringsbesluiten van rechtswege leidden tot wijziging van de verplichtingen van de verzekeraars, zoals die voortvloeien uit de algemene voorwaarden van de lopende verzekeringsovereenkomsten. Maar de wijzigingen kunnen (met uitzodering van premieverhogingen) de opzegging van de lopende overeenkomst niet rechtvaardigen.

De verzekeraars zijn verplicht om hun verzekeringsovereenkomsten en verzekeringsdocumenten aan te passen conform de wijzigingen. Deadline hiervoor is 1 januari 2019. Tot dan hoeven bestaande en nieuwe verzekeringsovereenkomsten niet naar de vorm overeen te stemmen met de bepalingen van de wet van 31 mei 2017.

Bron: Wet van 31 mei 2017 tot wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, BS 12 juni 2017.

Zie ook
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, Parl. St. Kamer 2017, 54K2414/001.