België implementeert Europees onderzoeksbevel in strafzaken

Europa wil de rechterlijke samenwerking op het gebied van bewijsvergaring in strafzaken verbeteren. Onder meer door de regelgeving en samenwerkingsprincipes te harmoniseren en te vervangen door één Europees instrument: het Europees onderzoeksbevel in strafzaken. De lidstaten kunnen dit bevel snel en eenvoudig uitvaardigen om een onderzoeksmaatregel te laten uitvoeren in een andere lidstaat dan waar het onderzoek gevoerd wordt. Zowel om bewijsmateriaal te verkrijgen dat nog moet worden verzameld als bewijsmateriaal dat de aangesproken lidstaat al in haar bezit heeft.

België zet de regels nu om in nationaal recht. En past ze ook onmiddellijk toe: de bepalingen gelden vanaf 22 mei, de dag van ondertekening van de Belgische omzettingswet. Maar let op, de wet is alleen van toepassing op betrekkingen met lidstaten die de Europese basisrichtlijn (2014/41) hebben omgezet.

Werkwijze

De Belgische omzettingswet concretiseert de verschillende stappen die in ons land moeten worden gezet om een Europees onderzoeksbevel in strafzaken uit te vaardigen. Daarnaast geeft de wetgever aan hoe bevelen uit andere landen hier ten uitvoer moeten worden gelegd.

Logischerwijs gelden een aantal voorwaarden en beperkingen.

Basisprincipes

Algemeen geldt dat

het onderzoeksbevel kan worden uitgevaardigd in strafprocedures. Maar ook in procedures van administratieve of civiele aard voor zover er een beroep mogelijk is bij een rechter die (met name maar niet hoofdzakelijk) bevoegd is in strafzaken. Deze uitbreiding is nodig opdat inbreuken die als strafrechtelijke inbreuken worden beschouwd in sommige lidstaten (waaronder België), kunnen worden beschouwd als administratiefrechtelijke inbreuken in andere lidstaten;

de uitvaardigende staat een proportionaliteitstest uitvoert. De bevoegde autoriteiten zijn verplicht om de impact van de opgegeven maatregel na te gaan en eventuele alternatieven af te wegen. Ze moeten dus nagaan of de tenuitvoerlegging van de in het onderzoeksbevel aangegeven onderzoeksmaatregel evenredig, passen en toepasbaar lijkt, rekening houdend met de rechten van de verdachte, beklaagde of beschuldigde. Tegelijkertijd moet de uitvaardigende staat controleren of de opgegeven maatregel ook zou worden opgelegd in een nationale zaak;

de uitvaardigende autoriteit bepaalt welke onderzoeksmaatregel ten uitvoer moet worden gelegd. Wetende dat de uitvoerende autoriteit in bepaalde gevallen kan beslissen om een andere maatregel toe te passen. Namelijk wanneer in haar nationaal recht een minder indringende maatregel zou bestaan die tot hetzelfde resultaat zou leiden;

de onderzoeksmaatregel ten uitvoer wordt gelegd volgens het recht van de uitvoerende Staat. Maar de uitvaardigende Staat kan aangeven welke vormvereisten en procedures de uitvoerende autoriteit in acht moet nemen, tenminste als deze niet strijdig zijn met diens fundamentele rechtsbeginselen;

er slechts een beperkt aantal gronden zijn om de tenuitvoerlegging van het Europees onderzoeksbevel te weigeren. In bepaalde gevallen is weigeren echter verplicht. Bijvoorbeeld wanneer het betrokken feit niet strafbaar is in ons land (al gelden op deze regel een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld bij terrorisme, mensenhandel, corruptie en ontvoering);

de kosten die in de uitvoerende Staat gemaakt worden in principe ook ten laste zijn van de uitvoerende Staat. Bij uitzonderlijk hoge kosten wordt een overlegronde voorzien;

er strikte termijnen gelden voor de erkenning en tenuitvoerlegging van het Europees onderzoeksbevel;

de lidstaten een gestandaardiseerde formulier moeten gebruiken voor de opmaak van het bevel.

Maar de wet bevat een aantal bijzonderheden voor bepaalde onderzoeksmaatregelen zoals de tijdelijke overbrenging van personen in hechtenis, het verhoor op afstand en de interceptie van telecommunicatie.

Belgische autoriteiten

De wetgever heeft meerdere bevoegde autoriteiten aangeduid in ons land. Zowel op het gebied van erkenning van de Europese onderzoeksbevelen als de uitvoering ervan.

In principe zal het openbaar ministerie bij de rechtbank van het arrondissement dat bevoegd om de onderzoeksmaatregel (en) ten uitvoer te leggen, de Europese onderzoeksbevelen ontvangen. Maar in sommige gevallen is het federaal parket aan zet. Bijvoorbeeld bij hoogdringendheid of wanneer er nood is aan coördinatie bij de uitvoering. Of de Algemene Administratie der Douane en Accijnzen. Die ontvangt de bevelen die onder haar exclusieve bevoegdheid vallen.

Wanneer een andere Belgische autoriteit een onderzoeksbevel ontvangt, moet die dat onmiddellijk doorsturen aan het territoriaal bevoegde openbare ministerie. Bovendien brengt ze de uitvaardigende autoriteit daarvan op de hoogte via het daarvoor bestemde standaardformulier.

Wat de uitvoering van de bevelen betreft, zijn het openbaar ministerie of de onderzoeksrechter aan zet.

Bron: Wet van 22 mei 2017 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, BS 23 mei 2017.

Zie ook
Richtlijn 2014/41/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, Pb.L. 1 mei 2014, afl. L130/1.