Dagen 'onterecht' in voorlopige hechtenis afgetrokken van detentiedagen andere veroordelingen (art. 31 en 105 Potpourri IV)

De dagen dat iemand ?onterecht? in voorlopige hechtenis heeft gezeten omdat die naderhand werd vrijgesproken of buitenvervolging gesteld, mogen voortaan worden ?afgetrokken? van nog openstaande detentiedagen van andere veroordelingen. Op die manier kan de betrokkene sneller vrij komen of sneller genieten van strafuitvoeringsmodaliteiten.

De toerekening van het aantal dagen dat iemand zonder latere veroordeling in voorlopig hechtenis heeft gezeten is van cruciaal belang vanuit het oogpunt van het fundamentele recht op vrijheid. Op de regel bestaat echter 1 uitzondering: ze geldt niet voor veroordelingen tot een eenvoudige schuldigverklaring. Daar heeft de rechter immers beslist dat er juist geen straf wordt uitgesproken wat op zich al kan worden beschouw als een vermindering van de strafzwaarte zodat er geen 2e verrekening moet komen.

Geen vergoeding wegens onwerkzame voorlopige hechtenis

De verrekening heeft wel gevolgen voor de vergoedingen die de Staat uitbetaald voor een onterechte voorlopige hechtenis. De betrokkene krijgt die vergoeding in principe niet meer. Tenzij het aantal openstaande detentiedagen niet volstaat voor de toerekening van de dagen onwerkzame voorlopige hechtenis. In dat geval wordt een aangepaste vergoeding uitgekeerd.

Openstaande schulden

Heeft de betrokkene geen openstaande detentiedagen van andere veroordelingen, dan blijft de vergoeding uiteraard onaangetast. Tenminste wanneer de betrokkene geen andere verschuldigde bedragen heeft openstaan naar aanleiding van strafrechtelijke veroordelingen.

In dat geval wordt de vergoeding voortaan immers verminderd naar rato van die openstaande schulden. Een regel die automatisch zal worden toegepast in alle gevallen waar er nog verschuldigde bedragen zijn. Volgens de wetgever is het immers moeilijk te verantwoorden dat er een schadevergoeding wordt uitbetaald aan iemand die zelf nog schulden heeft aan hetzelfde departement.

Rangregeling bij betaling

Let wel, de verrekening verloopt volgens de rangregeling van de betaling van schulden zoals voorzien in artikel 29 van de wet van 1 augustus 1985 en artikel 49 van het Strafwetboek. Artikel 49 van het Strafwetboek stelt dat: ?Wanneer de goederen van de veroordeelde ontoereikend zijn om de veroordelingen tot geldboete, teruggave en schadevergoeding te dekken, de twee laatstgenoemde veroordelingen voorrang hebben'. Bij samentreffen van geldboete en aan de Staat verschuldigde gerechtskosten, worden de betalingen van de veroordeelden, het eerst op die gerechtskosten toegerekend. Deze betalingen stuiten de verjaringstermijn van zowel de geldboete als van de gerechtskosten.? In het verlengde daarvan stelt de wet van 1 augustus 1985 dat ' de betalingen van de veroordeelde eerst worden gedaan op de gerechtskosten verschuldigd aan de Staat, vervolgens op de bijdrage aan het Slachtofferfonds en ten slotte op de strafrechtelijke geldboete'.

Geen rechtsmiddel

Tegen de verrekening staat geen rechtsmiddel open. Al raakt de wet niet aan het ?gemene rechtsmiddel? tegen de beslissing over het bedrag of het aantal dagen die worden toegerekend'. Wie niet akkoord is met het basisbedrag kan dus wel naar de commissie trekken.

Betrokkene overleden

Wanneer de overheid na verrekening alsnog een vergoeding moet uitbetalen en de betrokkene is overleden, dan kan het bedrag worden toegekend aan de rechthebbenden van de overledene.

9 januari 2017

Hoofdstukken 3 en 12 van de vierde Potpourri-wet bevatten geen specifieke datum van inwerkingtreding. De bepalingen worden dus volgens de algemene regel van kracht, 10 dagen na publicatie in het Belgisch staatsblad. Dat is 9 januari 2017.

Bron: Wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 30 december 2016. (art. 31 en 105 Potpourri IV)