Rechten bij verhoor in strafprocedures verruimd

Vanaf 27 november 2016 wordt het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures aanzienlijk verruimd. En krijgen advocaten een actievere rol tijdens het verhoor. België schikt zich daarmee naar de vereisten uit Richtlijn 2013/48/EU waarmee Europa de procedurele rechten van verdachten en beklaagden wil versterken.

Via de zogenaamde Salduz-Bis-wet van 21 november 2016 krijgen de nieuwigheden een plaats in het Wetboek van Strafvordering, het Gerechtelijk Wetboek, de Wet op de Voorlopige Hechtenis en de Wet op het Europees Aanhoudingsbevel.

Toegang tot advocaat nog voor eerste verhoor

Iedereen die verdacht wordt van een misdrijf waarop 'een vrijheidsbenemende straf' staat, heeft voortaan recht op overleg met een advocaat nog voor hij de eerste keer wordt verhoord door de politie, een andere rechtshandhavingsautoriteit of een rechterlijke instantie.

De verdachten mogen de advocaten onder 4 ogen ontmoeten en met hem communiceren voorafgaand aan het eerste verhoor. Dat recht geldt ongeacht iemand van zijn vrijheid is beroofd. En ook voor beklaagden.

Telefonisch contact met advocaat

Het voorafgaandelijk overleg met een advocaat mag in bepaalde gevallen ook telefonisch plaatsvinden. Het overleg tussen verdachten die van hun vrijheid werden beroofd en hun advocaat moet bijvoorbeeld binnen de 2 uur plaatsvinden en dat is niet altijd mogelijk. Het telefoongesprek mag dan een half uur duren (in uitzonderlijke omstandigheden langer).

Rechtsbijstand tijdens verhoor

Bovendien hebben verdachten die worden verhoord voor feiten waarop ?een vrijheidsbenemende straf? staat, ook recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor. Vroeger was die bijstand beperkt tot verhoren van verdachten van feiten waarop een vrijheidsbenemende straf van minstens één jaar stond. Die drempel strookt echter niet met de vereisten uit Richtlijn 2013/48/EU. Verdachten en beklaagden moeten volgens Europa van bij het begin bijstand kunnen krijgen, ongeacht de potentiële duur van de vrijheidsbenemende straf die ligt op de feiten die hem ten laste (kunnen) worden gelegd.

Voor personen die van hun vrijheid zijn beroofd wordt de organisatie van de bijstand voor de verhoren die plaatsvinden na de aflevering van het bevel van aanhouding voortaan geïnspireerd op deze van het Protocol dat op 8 juni 2015 werd gesloten tussen de Procureur-generaal van het rechtsgebied Antwerpen-Limburg, de eerste voorzitter van het hof van beroep, de voorzitters van de rechtsbanken van eerste aanleg, de procureurs des Konings, de onderzoeksrechters en de Orde van Vlaamse Balies.

Afstand van rechten

Een meerderjarige verdachte kan afstand doen van zijn recht op bijstand tijdens het verhoor. Indien mogelijk wordt dit verhoor dan wel audiovisueel gefilmd.

De verhoorder, de procureur des Konings of de gelaste onderzoeksrechter kunnen trouwens op elk moment ambtshalve beslissen om een verhoor audiovisueel te filmen. De digitale opname van het verhoor krijgt dan ook een stevige basis in het Wetboek van Strafvordering.

Nieuwe 'Verklaring van uw rechten'

De rechten voor en tijdens het verhoor moeten schriftelijk worden meegedeeld, nog voor aan verdachten en beklaagden de eerste keer worden verhoord. Dat gebeurt via de gekende 'Verklaring van uw rechten'.

De politie en gerechtelijke autoriteiten moeten voortaan echter de nieuwe versies gebruiken, afgestemd op de wetswijzigingen. De 2 bestaande modellen werden aangevuld met een derde model. Vanaf 27 november 2016 bestaat een aparte verklaring voor personen

die niet van hun vrijheid zijn benomen;

die wel van hun vrijheid zijn benomen; en

die van hun vrijheid zijn benomen op grond van een Europees aanhoudingsbevel of een signalering.

Net zoals de huidige verklaringen van rechten, zal de nieuwe verklaring binnenkort beschikbaar zijn in meer dan 50 talen.

Getuigen

Wanneer iemand die geen verdachte of beklaagde is, zoals een getuige, door de politie of een andere rechtshandhavingsautoriteit wordt verhoord in het kader van een strafprocedure en tijdens dat verhoor verdachte of beklaagde wordt, dan moet het verhoor onmiddellijk worden stopgezet. Het mag pas worden verdergezet nadat de betrokkene op de hoogte is gebracht van het feit dat hij als verdachte of beklaagde wordt verhoord en de verklaring van zijn rechten heeft ontvangen.

Artikel 47bis

Artikel 47bis van het Wetboek van Strafvordering vormt voortaan de basis voor alle verhoren met een strafrechtelijke finaliteit. De structuur van het artikel werd daarvoor volledig omgegooid met volgende aandachtspunten: rationalisatie van de mededeling van de rechten en de beschrijving van de rol van de advocaat conform de richtlijn.

Concreet stelt het artikel voortaan dat vooraleer wordt overgegaan tot verhoor

van een persoon aan wie geen misdrijf ten laste wordt gelegd, op beknopte wijze kennis wordt gegeven van de feiten waarover hij zal worden verhoord én dat wordt meegedeeld dat hij niet verplicht kan worden zichzelf te beschuldigen, zijn verklaringen als bewijs in rechte kunnen worden gebruikt, hij kan vragen dat al de vragen die hem worden gesteld en al zijn antwoorden in de gebruikte bewoordingen worden genoteerd, hij kan vragen dat een bepaalde opsprongshandeling wordt verricht of een bepaald verhoor wordt afgenomen, hij gebruik mag maken van de documenten in zijn bezit (zonder dat daardoor het verhoor wordt uitgesteld) en dat hij tijdens het verhoor of later mag vragen om deze documenten bij het proces-verbaal van het verhoor of bij het dossier te voegen;

van een verdachte op beknopte wijze kennis wordt gegeven van de feiten waarover hij zal worden verhoord én dat wordt meegedeeld dat hij als verdachte wordt verhoord en dat hij recht heeft om voor het verhoor een vertrouwelijk overleg te hebben met een advocaat naar keuze of een hem toegewezen advocaat, en zich door hem kan laten bijstaan tijdens het verhoor, in zoverre de feiten die hem ten laste kunnen worden gelegd een misdrijf betreffen waarvoor een vrijheidsbenemende straf kan worden opgelegd, en in geval hij niet van zijn vrijheid is benomen, hij zelfde nodige maatregelen moet nemen om zich te laten bijstaan. Verder worden hem alle zaken meegedeeld die ook aan iemand worden gezegd aan wie geen misdrijf ten laste wordt gelegd, net als de mededeling dat hij kan gaan en staan waar hij wil wanneer hij niet van zijn vrijheid is beroofd en hij de keuze heeft na de bekendmaking van zijn identiteit om een verklaring af te leggen, te antwoorden om de hem gestelde vragen of te zwijgen.

Verder zijn er specificaties naargelang het gaat om een verhoor van een meerder- of minderjarige, al dan niet op uitnodiging. Onder meer in verband met het afstand doen van zijn rechten bij verhoor. Er wordt ook gesleuteld aan het recht van verdachten en beklaagden om derden op de hoogte te laten brengen van de vrijheidsbeneming.

Advocaten

Verder wordt ook dieper ingegaan op de bijkomende rechten van de advocaten tijdens de verhoren. Zo is bijvoorbeeld de bijstand van de advocaat tijdens onderzoekshandelingen uitgebreid naar confrontatie en meervoudige confrontatie. In de huidige wet is dat alleen het geval voor het plaatsbezoek met oog op wedersamenstelling van de feiten.

Permanentiedienst en Europees aanhoudingsbevel

Tot slot wordt de Wet op het Europees Aanhoudingsbevel afgestemd op de nieuwigheden én wordt het Gerechtelijk Wetboek aangepast om een wettelijke basis te geven aan de permanentiedienst voor advocaten, de zogenaamde 'webapplicatie'.

27 november 2016

De wet van 21 november 2016 treedt in werking op 27 november, de omzettingsdeadline van Richtlijn 2013/48. Ook het bijhorende KB van 23 november 2016 is vanaf die dag van toepassing.

Bron: Wet van 21 november 2016 betreffende bepaalde rechten van personen die worden verhoord, BS 24 november 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 23 november 2016 tot uitvoering van artikel 47bis, § 5, van het Wetboek van Strafvordering, BS 25 november 2016.

Zie ook
Richtlijn 2013/48 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming, Pb. L 6 november 2013, afl. 294/1.