Uniforme evaluatiecriteria objectiveren benoeming gerechtsdeurwaarder

Er komen uniforme evaluatiecriteria om de benoeming van gerechtsdeurwaarders objectiever te maken. Een benoemingscommissie evalueert de kandidaten op vijf criteria. Op basis daarvan stelt ze een rangschikking op met de drie meest geschikte kandidaten.

Gesprek

Kandidaat-gerechtsdeurwaarders kunnen na vijf jaar benoemd worden tot gerechtsdeurwaarder. De benoemingscommissie hoort de kandidaten. Ze kan ervoor kiezen om alle kandidaten te horen. Of ze beslist - op basis van de benoemingsdossiers - welke kandidaten in aanmerking komen en ze dus wil horen.

Tijdens dat gesprek wordt nagegaan in welke mate de kandidaat voldoende bekwaam en geschikt is om het beroep van gerechtsdeurwaarder uit te oefenen.

Evaluatiecriteria

De beoordeling van de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandiaat gebeurt aan de hand van vijf evaluatiecriteria.

?Anciënniteit en professionele ervaring in de functie' is het eerste criterium. Er wordt gekeken naar de duur van de globale ervaring, de duur van de ervaring in het arrondissement waar de plaats vacant is en de aard van de ervaringen.

De benoemingscommissie evalueert ook de ?sociale bekwaamheden en vaardigheden? van de kandidaat. Ze neemt zijn communicatievaardigheden en zijn activiteiten in beroepsorganisaties onder de loep. Worden ook nader bekeken: de besluitvaardigheid, de zelfbeheersing, de houding en de standvastigheid van de kandidaat. En de integriteit, de onpartijdigheid, het respect voor de deontologie en de confraterniteit.

Het derde evaluatiecriterium is de organisatorische bekwaamheid van de kandidaat. Zijn kennis van het beheer, de organisatie en de continuïteit van een gerechtsdeurwaarderskantoor worden geëvalueerd. Hetzelfde gebeurt met zijn kennis van boekhoudkundige en fiscale aspecten, personeelsbeleid, leiderschap en coaching, en financiële aspecten die met de overname van een kantoor gepaard gaan.

De benoemingscommissie evalueert de kandidaat ook op zijn pure beroepskennis. Het gaat om zijn kennis van de gerechtelijke regels en procedures en van de gerechtsdeurwaarderspraktijk. Ook zijn wetenschappelijke vorming (gevolgd of zelf gegeven) en zijn verdiensten - bv. publicaties - worden in de evaluatie betrokken.

Tot slot wordt ook de visie van de kandidaat op de uitoefening van het beroep nader bekeken. Ook zijn collegialiteit, zijn respect en zijn positie tegenover moderne technologieën worden geëvalueerd.

Rangschikking

De benoemingscommissie maakt op basis van het gesprek een rangschikking op van de drie meest geschikte kandidaten. De lijst gaat naar de minister van Justitie die een kandidaat voordraagt voor de benoeming.

Inwerkingtreding

Het KB van 30 augustus 2016 treedt in werking op 8 september 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 30 augustus 2016 tot goedkeuring van de in artikel 512, § 7, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde lijst van uniforme evaluatiecriteria, BS 8 september 2016,

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 515)