Procedure voor uitvoering internering bijgewerkt (art. 169-187 Potpourri III-wet)

De procedure omtrent de uitvoeringsmodaliteiten van de internering wordt hier en daar aangepast. We stippen enkele punten aan.

Uitvoeringsmodaliteiten

De uitvoeringsmodaliteiten van de internering zijn heel divers. Het kan gaan om plaatsing (of overplaatsing). Maar ook om een uitgaansvergunning, verlof, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef en vervroegde invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied of overlevering. Het is de kamer voor de bescherming van de maatschappij, dit is de kamer van de strafuitvoeringsrechtbank die uitsluitend bevoegd is voor interneringszaken, die over de uitvoeringsmodaliteiten beslist.

Geen aanvullend forensisch psychiatrisch onderzoek

Omdat de eerste zitting van de kamer voor de bescherming van de maatschappij vrij snel volgt op de in kracht van gewijsde gegane interneringsbeslissing (uiterlijk binnen drie maanden) kan zij geen aanvullend forensisch psychiatrisch onderzoek meer bevelen. De kamer zal zich moeten behelpen met het dossier dat het openbaar ministerie heeft samengesteld. Zij kan ook alle betrokkenen horen op de zitting.

Beslissing

Wanneer de rechter een internering heeft uitgespoken kan de kamer voor de bescherming van de maatschapij twee dingen doen:

ofwel beslissen tot plaatsing, en eventueel al onmiddellijk een uitgaansvergunning, verlof of beperkte detentie toekennen;

ofwel ? wanneer ze vindt dat plaatsing niet noodzakelijk is voor de uitbouw van het zorgtraject - elektronisch toezicht, invrijheidstelling op proef of vervroegde invrijheidstelling voor verwijdering van het grondgebied of overlevering toekennen.

Wanneer ze beslist tot plaatsing - of later tot overplaatsing - wijst ze meteen ook de inrichting aan waarnaar de geïnterneerde moet overgebracht worden. Dat kan in geen geval een psychiatrische afdeling van een gevangenis zijn.

De kamer beslist ook over de opheffing, wijziging of nadere omschrijving van de veiligheidsmaatregelen die de rechter aan de internering gekoppeld heeft.

Vervroegde invrijheidstelling

Aan een vervroegde invrijheidstelling met het oog op de verwijdering van het grondgebied moet voortaan altijd de voorwaarde gekoppeld worden dat de betrokkene het grondgebied effectief moet verlaten. Hij mag tijdens de proeftijd niet terugkeren naar België. Tenzij hij in orde is met de verblijfsreglementering. En alleen mét toelating van de kamer voor de bescherming van de maatschappij.

De proeftijd bij een vervroegde invrijheidstelling duurt voortaan zes jaar te rekenen vanaf de uitvoering van het vonnis. En geen twee jaar meer. Na die zes jaar wordt van rechtswege definitief een einde gemaakt aan de internering. Uiteraard alleen als tijdens de proeftijd de opgelegde voorwaarden zijn nageleefd.

Beperkte detentie

De beperkte detentie is niet meer aan een maximumduur gekoppeld. De maximumduur - zes maanden en eenmaal verlengbaar met zes maanden - geldt alleen nog voor het elektronisch toezicht.

Invrijheidstelling op proef

Bij een invrijheidstelling op proef bedraagt de proeftermijn - waaraan algemene en eventueel bijzondere voorwaarden zijn gekoppeld - in eerste instantie drie jaar. Die proeftermijn is hernieuwbaar, telkens met maximaal twee jaar. Een eerste termijn van drie jaar - in plaats van nu twee jaar - is geschikter voor de verdere uitvoering van het verzorgingstraject.

Wanneer een van de voorwaarden is dat de geïnterneerde verblijft in een residentiële inrichting, beslist de verantwoordelijke van de inrichting voortaan over de mogelijkheden om de inrichting te verlaten voor een korte periode. En niet meer de kamer voor de bescherming van de maatschappij.

Uitvoerbaar

Het vonnis waarbij een uitvoeringsmodaliteit wordt toegekend is in principe uitvoerbaar op de dag waarop het in kracht van gewijsde gaat. De kamer voor de bescherming van de maatschappij kan wel een andere datum bepalen, en nu ook 'een ander moment'.

De toevoeging van het begrip 'ander moment' laat toe om bv. te bepalen dat de uitvoeringsmodaliteit pas geldt als een plaats vrijkomt in een instelling die tegemoetkomt aan de zorgnoden van de geïnterneerde. Het vonnis zal dan uitvoerbaar zijn op het moment dat de geïnterneerde kan opgenomen worden in die instelling.

Verder beheer van de internering

Ook de procedure voor het verder beheer van de internering wordt op enkele punten aangepast.

Wanneer de kamer voor de bescherming van de maatschappij beslist tot een plaatsing, bepaalt ze ook wanneer de directeur of de verantwoordelijke voor de zorg een advies moet uitbrengen (een maximale termijn van één jaar). Dat advies komt er na de geïnterneerde te horen.

Het advies bestaat uit een geactualiseerd multidisciplinair psychosociaal-psychiatrisch verslag. En een gemotiveerd voorstel tot toekenning of afwijzing van een overplaatsing of andere uitvoeringsmodaliteit. Eventueel kunnen er in het advies ook bijzondere voorwaarden voor de geïnterneerde voorgesteld worden.

De directeur of de verantwoordelijke voor de zorg kan - vooraleer advies te geven over bepaalde uitvoeringsmodaliteiten (bv. beperkte detentie, elektronisch toezicht) - vragen dat een beknopt voorlichtingsverslag opgesteld wordt of een maatschappelijke enquête gebeurt. Op die manier krijgt hij een zicht op het onthaalmilieu waarin de geïnterneerde zal terecht komen.

Een afschrift van het advies gaat voortaan naar het openbaar ministerie, de geïnterneerde en zijn advocaat. Op advies van de psychiater gaat er geen afschrift naar de geïnterneerde als blijkt dat dit een ernstig nadeel voor zijn gezondheid zou kunnen inhouden.

Binnen een maand na ontvangst van het advies stelt het openbaar minister zelf een advies op. Voortaan krijgt ook de geïnterneerde zelf een afschrift van dat advies, tenzij er gezondheidsrisico's zijn. Als het openbaar ministerie zijn advies niet binnen die maand bezorgt aan de kamer, moet het zijn advies schriftelijk uitbrengen vóór of schriftelijk neerleggen tijdens de zitting.

Inwerkingtreding

De artikelen 169 tot 187 van de wet van 4 mei 2016 zijn in werking getreden op 23 mei 2016. Ze wijzigen de interneringswet van 2014 die zelf op 1 oktober 2016 in werking treedt.

Bron: Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 169?187 Potpourri III-wet)

Zie ook:
Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen (art. 29?52)