Verjaringstermijn zwaarste correctionele straffen afgestemd op criminele straffen (art. 19 Potpourri II-wet)

Een correctionele rechtbank kan voortaan tot veertig jaar gevangenisstraf opleggen. Dit voor de zwaarste gecorrectionaliseerde misdaden. De verjaringstermijn voor die zwaarste straffen wordt nu afgestemd op die voor de criminele straffen.

Verjaringstermijn

Wanneer de correctionele rechtbank een gevangenisstraf van meer dan twintig jaar uitspreekt, is de verjaringstermijn twintig jaar.

De verjaringstermijn voor correctionele straffen tot drie jaar blijft op vijf jaar. Die voor hogere correctionele straffen - maar enkel tot twintig jaar - op tien jaar. Voortaan is er dus een derde verjaringstermijn: van twintig jaar. En dit voor de zwaarste straffen (meer dan twintig jaar).

Onverjaarbaar

Voor bepaalde misdaden zijn de straffen onverjaarbaar. Die onverjaarbaarheid geldt ook als die misdaden gecorrectionaliseerd worden.

De onverjaarbare straffen zijn die voor genocide, misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden. Dus ongeacht of die misdaden al dan niet gecorrectionaliseerd worden.

Inwerkingtreding

Artikel 19 van de wet van 5 februari 2016 treedt in werking op 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 19 Potpourri II-wet)

Zie ook:
Strafwetboek (art. 92)