Dwingende termijnen voor procedures in strafzaken (art. 76-78, 85 en 93 Potpourri II)

Potpourri II voert dwingende termijnen in voor het indienen van besluiten en conclusies in strafzaken. Dat moet zorgen voor een vlotter verloop van het strafproces en een beter beheer van de zittingskalender. Momenteel worden de conclusietermijnen immers in onderling overleg vastgelegd of worden ze bepaald door de vonnisrechter in aanwezigheid van de partijen. Het gaat echter om loutere ?gentlemen?s agreements? waarbij er op zich geen sancties gekoppeld zijn aan laattijdigheid en dergelijke.

Het Wetboek van Strafvordering bepaalt nu uitdrukkelijk dat de conclusies moeten worden neergelegd binnen de termijnen die door de rechter zijn bepaald. De conclusies moeten bovendien aan de andere partijen worden toegezonden, met inbegrip van het Openbaar Ministerie. Conclusies die laattijdig worden neergelegd of niet worden meegedeeld aan de andere partijen, worden ambtshalve uit de debatten geweerd.

Maar hierop bestaat een uitzondering. Tenzij de rechter vaststelt dat de laattijdige neerlegging of mededeling louter dilatoire doeleinden nastreeft of de rechten van de andere partijen of het verloop van de rechtspleging schendt, kunnen de conclusies ook worden neergelegd na de door de rechter vastgestelde termijnen:

indien de betrokken partijen daarmee akkoord gaan; of

bij ontdekking van een nieuw en ter zake dienend stuk of feit dat nieuwe besluiten rechtvaardigt.

In dat geval kan de rechter nieuwe conclusietermijnen vastleggen en een nieuwe rechtsdag bepalen.

De bepalingen gelden zowel in zaken voor de politierechtbanken, als de correctionele rechtbanken als de hoven van beroep. De Potpourri II-wet bevat geen specifieke data van inwerkingtreding. Artikels 76, 77 en 78 worden dus van kracht volgens de algemene regel, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad. Dat is 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 76-78, 85 en 93 Potpourri II)

Zie ook
Wetboek van Strafvordering (art. 152, 189 en 209bis)