Geen werkstraf, autonome straf onder elektronisch toezicht en vervangende straf met uitstel (art. 37, 38 en 58 Potpourri II)

Het ?uitstel van de tenuitvoerlegging van de straf? kan niet worden toegepast bij autonome werkstraffen, autonome straffen onder elektronisch toezicht en vervangende straffen. De maatregel zou bij herroeping van het uitstel immers voor heel wat praktische problemen kunnen zorgen. Vooral wanneer tijdens de proefperiode nieuwe strafbare feiten worden gepleegd.

Volgens de wetgever zou het immers 'incoherent zijn dat de autonome straffen, die meer resocialiserend en minder hard willen zijn dan de gevangenisstraf, de geldboete of het beroepsverbod, enkel moeten worden uitgevoerd ingeval nieuwe feiten worden gepleegd of ingeval de probatievoorwaarden niet nageleefd worden. Iets dat ook geldt voor de vervangende straffen, die evenmin kunnen worden gekoppeld aan een uitstel'.

Tijdens de parlementaire voorbereiding van de tweede Potpourriwet werd onder meer volgend voorbeeld gegeven: wanneer aan een werkstraf een uitstel van 3 jaar wordt gekoppeld en de veroordeelde binnen die termijn feiten pleegt die aanleiding geven tot een veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 jaar, dan wordt het uitstel herroepen. De werkstraf moet dan ten uitvoer worden gelegd, zelfs al is de regel dat die werkstraf ten uitvoer moet worden gelegd binnen de 12 maanden na de datum waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.

Art. 8 van de Probatiewet wordt daarom gewijzigd. De vonnisgerechten kunnen de tenuitvoerlegging van de (hoofd- en bijkomende) straf(fen) alleen (deels of geheel) uitstellen

indien de veroordeelde nog niet veroordeeld is geweest tot een criminele straf of tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan 3 jaar of tot een gelijkwaardige straf (art. 99bis Sw.); en

wanneer ze niet tot één of meer hoofdvrijheidsstraffen van meer dan 5 jaar gevangenis veroordelen.

Een gewoon uitstel kan echter niet worden gelast wanneer de veroordeelde veroordeeld is geweest tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan 12 maanden of tot een gelijkwaardige straf (art. 99bis Sw.). De maatregel kan nooit worden toegepast bij een straf van verbeurdverklaring, een werkstraf en een vervangende straf.

Merk dus op dat het gewoon uitstel blijft uitgesloten indien de beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van meer dan twaalf maanden, maar dat de feitenrecht hem wel een probatie-uitstel kan toekennen in geval van een eerdere veroordeling tot een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar.

Art. 37 en 38 van de Potpourri II-wet zijn op 29 februari 2016 in werking getreden. Maar artikel 58 over de autonome straf onder elektronisch toezicht treedt pas op 1 mei 2016 in werking.

Nog even dit. Art. 18bis van de Probatiewet wordt aangepast aan de afschaffing van de uitsluiting van het uitstel na een veroordeling tot een straf van meer dan 12 maanden: de omzetting van die straf in een geldstraf voor rechtspersonen wordt afgeschaft.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016. (art. 37, 38 en 58 Potpourri II)

Zie ook
Probatiewet (art.8)