Alle misdaden correctionaliseerbaar

Alle misdaden worden correctionaliseerbaar. Wat betekent dat ze kunnen behandeld worden door de correctionele rechtbank, in plaats van door het hof van assisen.

Geen uitzonderingen meer

Tot nu was correctionalisering mogelijk voor een beperkte lijst van misdaden. Voor misdaden die niet op de lijst stonden kon het niet.

Die exhaustieve lijst met correctionaliseerbare misdaden wordt geschrapt. Wat betekent dat alle misdaden voortaan correctionaliseerbaar zijn als er verzachtende omstandigheden zijn. Ook de heel ernstige.

Dat wil echter niet zeggen dat misdaden nu altijd voor de correctionele rechtbank gaan komen. De beoordeling of een zaak voor de correctionele rechtbank of voor het hof van assisen komen wordt geval per geval beoordeeld door het parket en de onderzoeksgerechten of door de rechter ten gronde (bij een rechtstreekse dagvaarding door het parket).

Overbelasting hoven van assisen

Een van de redenen voor de veralgemeende correctionalisering ligt - volgens de memorie van toelichting - onder meer in de overbelasting van het hof van assisen. Door meer zaken naar de correctionele rechtbank door te schuiven zal de werklast daar verminderen. Ook het risico op bedreigingen van of druk op juryleden zijn redenen om meer zaken te correctionaliseren.

Omzendbrief

Volgens de memorie bij de nieuwe wet zal het openbaar ministerie in een omzendbrief criteria kunnen vastleggen voor zaken waarvoor de verwijzing naar het hof van assisen moet gevorderd worden.

Vanaf 29 februari 2016

De artikelen 121 en 122 van de wet van 5 februari 2016 treden in werking op 29 februari 2016.

Aangezien wijzigingen aan procedureregels in principe onmiddellijk van toepassing zijn, kan een zaak die door de wetswijziging correctionaliseerbaar wordt, gecorrectionaliseerd worden vanaf 29 februari 2016.

Bron: Wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (art. 121?123 Potpourri II-wet)

Zie ook:
Wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden (art. 2 en 3)