Verzoende echtgenoten kunnen in beroep gaan tegen echtscheiding door onderlinge toestemming

Echtgenoten die met onderlinge toestemming gescheiden zijn en zich achteraf verzoenen kunnen - samen - in hoger beroep gaan tegen het echtscheidingsvonnis. Een verzoening moet vrij snel op het echtscheidingsvonnis volgen. Zij moeten immers in hoger beroep gaan voor de beroepstermijn van één maand is verstreken.

Hoger beroep ook bij verzoening

Op dit moment kunnen echtgenoten enkel in beroep gaan tegen het echtscheidingsvonnis op grond van onderlinge toestemming wanneer de wettelijke voorwaarden voor de echtscheiding niet vervuld zijn. Of de echtgenoten op grond hiervan ook in hoger beroep kunnen gaan bij een verzoening wordt in de rechtspraktijk op verschillende manieren beantwoord.
De wetgever schept nu duidelijkheid door de verzoening als een expliciete grond voor hoger beroep te bestempelen.
Een van de voorwaarden om te kunnen scheiden door onderlinge toestemming is immers een volgehouden wil om te scheiden. Bij beide echtgenoten. Als die wil er na de uitspraak van de echtscheiding in eerste aanleg niet meer is, moeten de echtgenoten daartegen kunnen opkomen. En dit tot de echtscheiding definitief is.

Beide echtgenoten samen

Beide echtgenoten moeten samen het hoger beroep instellen. Binnen een maand te rekenen van de uitspraak in eerste aanleg. Het beroep wordt betekend aan de procureur des Konings.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 17 juli 2015 treedt in werking op 11 september 2015. Er is niet voorzien in een specifieke overgangsregels. Wat betekent dat echtgenoten vanaf 11 september 2015 samen hoger beroep wegens verzoening kunnen instellen, uiteraard enkel in die gevallen waar de echtscheiding door onderlinge toestemming nog niet definitief is.

Bron: Wet van 17 juli 2015 tot wijziging van artikel 1299 van het Gerechtelijk Wetboek, in verband met het aantekenen van hoger beroep tegen een vonnis dat de echtscheiding op grond onderlinge toestemming uitspreekt, in geval van verzoening, BS 1 september 2015