Binnenlandse adoptieprocedure hervormd

Vlaanderen herziet het binnenlands adoptietraject. Het wordt afgestemd op dat voor interlandelijke adoptie. Hierdoor kunnen kandidaten voor binnenlande adoptie makkelijk overschakelen naar een procedure voor interlandelijke adoptie en omgekeerd. Belangrijke nieuwigheid is dat het maatschappelijk onderzoek niet meer door de adoptiedienst gebeurt, maar wel door een onafhankelijke dienst voor maatschappelijk onderzoek. En voortaan zal er nog maar één adoptiedienst zijn voor binnenlandse adopties.

Aanmelding en registratie

Elke kandidaat-adoptant voor binnenlandse adoptie meldt zich aan bij het Vlaams Centrum voor Adoptie. Dat registreert de kandidaat-adoptanten.

De procedure die daarna volgt is verschillend al naargelang de kandidaat-adoptant een gekend kind of een ongekend kind wil adopteren. Een gekend kind is een kind dat met de adoptant of zijn samenwonende partner verwant is tot in de derde graad. Ook een kind dat met de adoptant het dagelijks leven deelt of met wie de adoptant al een sociale en affectieve band heeft opgebouwd, is een gekend kind.

Adoptie ongekend kind

Wie een ongekend kind wil adopteren, volgt eerst een informatiesessie bij het Steunpunt Adoptie. Daar wordt informatie gegeven over adoptie, maar ook over de verschillende vormen van pleegzorg en over andere manieren om voor een kind te zorgen.

Wie verder wil gaan met zijn adoptieplannen volgt daarna een voorbereiding. Ook die wordt gegeven door het Steunpunt Adoptie.

Wanneer precies het Vlaams Centrum voor Adoptie iemand uitnodigt voor een voorbereidingssessie bij het Steunpunt Adoptie wordt bepaald door het zgn. instroombeheer. Kandidaat-adoptieouders worden pas toegelaten tot de voorbereiding wanneer vaststaat dat zij binnen een redelijke termijn een kind zullen kunnen adopteren. Het aantal te bemiddelen kinderen is dus bepalend voor het instroombeheer.
Het instroombeheer houdt rekening met verschillende elementen. De datum van aanmelding is er een van, maar ook het kindprofiel waarvoor de kandidaten openstaan en hun eigen profiel zijn beslissende factoren.

Kandidaten die de voorbereiding hebben afgerond krijgen van het Steunpunt Adoptie een attest. Zij hebben dan één jaar om een verzoekschrift in te dienen bij de familierechtbank. De rechtbank beslist dan of de kandidaat al dan niet geschikt is om te adopteren. Als dat verzoekschrift niet binnen het jaar wordt ingediend, vervalt het voorbereidingsattest.

Adoptie gekend kind

De adoptie van een gekend kind verloopt iets eenvoudiger.

De kandidaat-adoptant moet geen informatiesessie volgen. Wel een voorbereiding bij het Steunpunt Adoptie. De voorbereidingssessies voor de adoptie van een gekend kind verlopen apart van die voor de adoptie van een ongekend kind.

Ook hier krijgen de kandidaten na afloop van de voorbereiding een attest. Binnen het jaar moeten ook zij een verzoekschrift indienen bij de familierechtbank voor een geschiktheidsvonnis.

Wanneer de geplande adoptie een volle adoptie is, worden ook de afstandsouders in de procedure betrokken. De adoptiedienst nodigt hen uit voor een informatiegesprek. Tijdens dat gesprek krijgen ze informatie over de gevolgen van een volle adoptie en worden ze begeleid in het nemen van hun beslissing.

Maatschappelijk onderzoek

Vóór de familierechtbank beslist over de geschiktheid van de kandidaten om te adopteren, beveelt zij een maatschappelijk onderzoek. Dat wordt voortaan gevoerd door een erkende dienst voor maatschappelijk onderzoek. Tot nu gebeurde het maatschappelijk onderzoek - bij de binnenlandse adoptie - door de adoptiedienst die de kandidaat-adoptanten hadden gekozen. Aangezien een adoptiedienst grotendeels werd gefinancierd door de ouders, kon hierdoor belangenvermenging ontstaan. Om dat te vermijden gebeurt het onderzoek voortaan door onafhankelijke diensten voor maatschappelijk onderzoek. Het is het Vlaams Centrum voor Adoptie dat een dienst aanduidt.

Eén dienst voor binnenlandse adoptie

De verschillende diensten voor binnenlandse adoptie verdwijnen. In de plaats daarvan komt er één dienst. De fusie zorgt voor een bundeling van de kennis en expertise.

Taken adoptiedienst

De adoptiedienst heeft drie kerntaken: adoptiebemiddeling, nazorg en begeleiding van de afstandsouders.

? Adoptiebemiddeling

De adoptiebemiddeling omvat heel wat deeltaken.

De dienst maakt een kindstudie waarin de juridische én sociaalpsychologische adopteerbaarheid van het kind aan bod komt.

Hij bereidt de kandidaat-adoptanten voor op de komst van het kind. En hij begeleidt de voortgang van de individuele adoptiedossiers.

De dienst stelt een kind voor aan de kandidaat-adoptant. Dat gebeurt na advies van het multidisciplinaire team van de dienst.

En tot er voor het kind een definitieve oplossing is, zorgt de dienst ook voor gepaste opvang. Hier heeft hij verschillende mogelijkheden. Hij kan kiezen voor een directe plaatsing. Het kind komt dan rechtstreeks bij de kandidaat-adoptanten terecht. Of hij kiest voor een tijdelijke pleegzorgplaatsing.
De dienst houdt bij zijn keuze rekening met de specifieke situatie en met de wensen en belangen van het kind, de afstandsouder of de kandidaat-adoptant. Hij motiveert de gemaakte keuze.

? Nazorg

De nazorg houdt een drietal taken in.

De adoptiedienst staat de adoptant en het kind bij na de komst in het gezin en geeft nazorg in de eerste fase van hechting en integratie.

Wanneer de geadopteerde vragen heeft over zijn herkomst of op zoek wil gaan naar zijn geboortefamilie, ondersteunt de dienst hem hierin.

Hij geeft de geadopteerde, als die dat wil, inzage in zijn adoptiedossier.

? Begeleiding afstandsouder

De adoptiedienst helpt de afstandsouders om te komen tot een geïnformeerde beslissing. Het belang van het kind staat hierbij centraal.

Hij licht de afstandouders ook in over alternatieven voor adoptie, zoals pleegzorg. Hij informeert hen in over de juridische en psychologische gevolgen van een adoptie.

Als dat nodig blijkt, wijst hij de afstandsouders door naar gespecialiseerde hulpverlening.

De dienst begeleidt de ouders na afstand van hun kind.

En hij doet het maatschappelijk onderzoek bij afstandsouders die niet met de adoptie instemmen. Daar wordt nagegaan of de ouders zich nog om het kind bekommeren en of ze de veiligheid, gezondheid of zedelijkheid van hun kind niet in gevaar brengen. Alleen als het maatschappelijk onderzoek mistoestanden vaststelt kan de rechtbank de adoptie - tegen de wil van de ouders in -uitspreken.

De dienst informeert en sensibiliseert de eestelijnshulpverlening over adoptie.

Erkenning en subsidiering

De adoptiedienst krijgt een erkenning voor onbepaalde duur. De regering kan zijn vergunning opheffen of schorsen voor een bepaalde termijn. Als blijkt dat de dienst de regels niet naleeft of wanneer er een ernstig vermoeden is dat de adoptiebemiddeling niet in het belang van het kind gebeurt.

De adoptiedienst krijgt een structurele financiering zodat de kans op belangenvermenging wordt uitgesloten.
Hij krijgt een basissubsidie voor zijn personeels- en werkingskosten. Daarnaast is er ook nog een forfaitaire subsidie. Die is gebaseerd op het aantal begeleidingen van afstandsouders.

Daarnaast betalen ook de kandidaat-adoptanten een vergoeding aan de dienst. Die is in elk geval beperkt tot de kosten voor de bemiddeling en nazorg van de geadopteerde en de kandidaat-adoptant.

Verdere stappen

De adoptiedienst sluit een schriftelijke overeenkomst met elke kandidaat-adoptant waarvoor hij binnenlandse adoptie bemiddelt. Alleen kandidaten met een geschiktheidsvonnis komen in aanmerking. De overeenkomst omschrijft zo exact mogelijk de procedure, de kostprijs, de duur en de gewaarborgde dienstverlening.

De dienst bezorgt - binnen vier maanden na de totstandkoming van de adoptie - een kopie van het adoptiesdossier aan de Vlaamse adoptieambtenaar.

Het adoptiedossier bestaat uit drie delen: een dossier met informatie over de geadopteerde, een met informatie over de afstandsouders en een met informatie over de kandidaat-adoptant.

Inzagerecht

Elke geadopteerde heeft recht op informatie over zijn afkomst. Hieronder valt ook de identiteit van zijn afstandsouders.

Vanaf 12 jaar kan de geadopteerde inzage krijgen in het onderdeel van het adoptiedossier met informatie over zichzelf. Voor kinderen jonger dan 12 jaar beslist de adoptiedienst over dat inzagerecht, rekening houdend met de maturiteit van het kind.

Elke vraag tot inzage wordt schriftelijk ingediend bij de adoptiedienst. Die kan de inzage toestaan, maar ze ook voor bepaalde dossieronderdelen weigeren. Tegen een weigering kan bezwaar aangetekend worden bij de Vlaams adoptieambtenaar.

Afstandsouders kunnen niet-identificeerbare informatie over de geadopteerde krijgen. Willen zij andere informatie, dan kan dat. Maar alleen als de adoptanten of de meerderjarige geadopteerde daarmee instemmen. Minderjarige geadopteerden moeten er ook mee instemmen. Vanaf hun twaalfde. Of vroeger wanneer ze voldoende matuur zijn.

Inwerkingtreding

Het nieuwe decreet treedt nog niet onmiddellijk in werking. De Vlaamse regering zal de exacte datum nog vastleggen. Een uiterste datum is er wel al: 1 juli 2016.

Bron: Decreet van 3 juli 2015 houdende regeling van de binnenlandse adoptie van kinderen en houdende wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, BS 7 augustus 2015

Zie ook:
Decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen
Besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2012 betreffende de voorbereiding en de nazorg