Jeugdrechter blijft bevoegd voor beroep tegen GAS-boete minderjarigen

De jeugdrechter blijft de instantie waar minderjarigen in beroep kunnen gaan tegen een GAS-boete. Dat blijkt uit een arrest van het Grondwettelijk Hof. Een administratief beroep is niet nodig. Dat ook minderjarigen vanaf 14 jaar een GAS-boete kunnen krijgen, vindt het Hof evenmin een probleem.

Jeugdbeschermingswet

Sinds 1 januari 2014 kunnen gemeenten een GAS-boete geven aan minderjarigen vanaf 14 jaar. De Jeugdbeschermingswet is aan deze nieuwe regeling aangepast. Op twee punten:

zij voorziet uitdrukkelijk in de mogelijkheid om aan minderjarigen een GAS-boete op te leggen vanaf 14 jaar; en

de jeugdrechter neemt kennis van het beroep tegen het opleggen of niet-opleggen van een GAS-boete aan minderjarigen vanaf 14 jaar. Een beroep wordt ingesteld met een kosteloos verzoekschrift.

De 'Liga voor Mensenrechten' en zijn Franstalige tegenhanger 'Ligue des Droits de l'Homme' hebben een vernietigingberoep ingesteld tegen die wijzigingen aan de Jeugdbeschermingswet.

Jeugdrechter

? Eisers

De eisende partijen hebben problemen met het feit dat de minderjarige naar de jeugdrechter moet stappen om af te raken van zijn GAS-boete.

Ze vinden het niet kunnen dat er geen georganiseerd administratief beroep is of een andere laagdrempelige en vormvrije wijze om de GAS-boete te betwisten. Zij voeren ook aan dat - door in een beroep bij de jeugdrechter te voorzien - het recht op de toegang tot de rechter geschonden wordt. De jeugdrechter kan de boete immers vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding. En dat zou de minderjarige afschrikken om in beroep te gaan. Derde punt van kritiek is dat de jeugdrechter niet over een volle rechtsmacht beschikt.

? Oordeel Grondwettelijk Hof

Het Grondwettelijk Hof veegt al die aangevoerde elementen van tafel.

Dat er niet voorzien is in een georganiseerd administratief beroep vindt het Hof geen probleem. Er is immers geen enkel algemeen beginsel waaruit blijkt dat wie een administratieve sanctie krijgt het recht heeft om daartegen een administratief beroep in te stellen. Het is de wetgever zelf die oordeelt of een administratief beroep moet worden georganiseerd of niet. In dit geval heeft de wetgever daar niet voor gekozen, wel voor een beroep bij een jeugdrechter.

Het Hof vindt dat het recht op toegang tot een rechter niet wordt belemmerd door te kiezen voor een jeugdrechter. Het beroep kan immers ingesteld worden met een kosteloos verzoekschrift. Het Hof wijst er wel op dat de minderjarige eventueel veroordeeld kan worden tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding. Maar ook dit doet geen afbreuk aan het recht op toegang tot de rechter. Bovendien kan de minderjarige - indien nodig - een beroep doen op rechtsbijstand.

Dat de jeugdrechter in de beroepsprocedure de boete kan vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding, vindt het Hof evenmin een probleem. Tegen die beslissing kan immers nog in hoger beroep gegaan worden.

Het Grondwettelijk Hof benadrukt tot slot ook dat de jeugdrechter nagaat of de bestreden GAS-boete in feite en in rechte verantwoord is. Hij controleert ook of de gemeente alle wetsbepalingen en algemene beginselen heeft nageleefd, waaronder ook het evenredigheidsbeginsel.

Uit dit alles besluit het Hof dat de minderjarige wel degelijk een daadwerkelijke juridische waarborg heeft tegen de administratieve geldboete, en dit voor een onafhankelijk en onpartijdig rechtscollege. Geen reden dus om de bevoegdheid van de jeugdrechter te vernietigen.

GAS-boete vanaf 14 jaar

? Eisers

De eisende partijen vinden dat de verlaging van de leeftijdsgrens van 16 jaar naar 14 jaar op onevenredige wijze afbreuk doet aan de rechten van de minderjarigen en hun beschermingsniveau op ernstige wijze doet dalen.

? Oordeel Grondwettelijk Hof

Het Hof stelt dat de wetgever zelf mag kiezen vanaf welke leeftijd bepaalde gedragingen mogen bestraft worden. Hij kan die minimumleeftijd dan ook verlagen. Belangrijk is wel dat de wetgever het belang van het kind centraal stelt. Hij moet met de bijzondere situatie van de minderjarigen rekening houden, onder meer op het vlak van hun persoonlijkheid en hun maturiteitsgraad.

Het Hof gaat daarom na of de leeftijdsgrens van 14 jaar de rechten van de minderjarigen op onevenredige wijze beperkt. En dat is niet het geval zegt het Hof. Het haalt daarvoor verschillende elementen aan.

De gemeenten moeten bij de invoering van de GAS-boetes vooraf advies vragen aan de gemeentelijke organen die bevoegd zijn om advies te geven in jeugdzaken. Onder meer ook over de minimumleeftijd. Er is dus duidelijk voorzien in een verplicht overleg met het oog op de bescherming van de jongeren.

De wetgever verplicht de gemeenten ook om de minderjarigen en hun entourage voldoende te infomeren over de inbreuken die met een GAS-boete kunnen bestraft worden.

De GAS-boete voor minderjarigen is trouwens vrij beperkt. Maximaal 175 euro. De helft van wat een meerderjarige kan krijgen. Bovendien zijn de ouders burgerrechtelijk aanspraak voor de betaling van de boete.

De gemeente moet altijd in een procedure van lokale bemiddeling voorzien. De sanctionerende ambtenaar is verplicht om die bemiddelingsprocedure voor te stellen.
Als de bemiddeling goed verloopt, kan hij geen GAS-boete meer opleggen. Bij weigering van het bemiddelingsaanbod of wanneer de bemiddeling mislukt, kan de ambtenaar ofwel een gemeenschapsdienst voorstellen, ofwel de GAS-boete opleggen. De gemeenschapsdienst is beperkt en aangepast aan de capaciteiten van de minderjarige. Ouders mogen de minderjarige bovendien begeleiden bij de uitvoering ervan. Bij niet-uitvoering of bij weigering van de gemeenschapsdienst, kan de ambtenaar nog een GAS-boete opleggen.

Een advocaat kan de minderjarige in de GAS-procedure bijstaan. Hij kan ook aanwezig zijn tijdens de bemiddelingsprocedure.

En er is voorzien in een kosteloze beroepsmogelijkheid bij de jeugdrechter. Ook de ouders kunnen in beroep gaan.

Uit dit alles besluit het Hof dat de GAS-boete voor minderjarigen vanaf 14 jaar niet op onevenredige wijze afbreuk doet aan hun rechten. Geen reden dus om die leeftijdsgrens te vernietigen.

Bron: GwH 23 april 2015, nr. 45/2015

Zie ook:
Jeugdbeschermingswet, art. 36 en 38bis
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties