Uithandengegeven minderjarigen kunnen hoger beroep aantekenen bij directeur gemeenschapscentrum (art. 4-9 en 12 Justitie I)

Uithandengegeven jongeren die sinds 1 januari 2015 verblijven in een gemeenschapscentrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd, kunnen in hun strafzaak hoger beroep aantekenen via een verklaring bij de centrumdirecteur of zijn gemachtigde. Dat blijkt uit de wet diverse bepalingen Justitie I van 19 december 2014.

Sinds 1 juli 2014 worden uithandengegeven minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd niet meer in een federale instelling geplaatst, maar in een gemeenschapscentrum. Een concreet gevolg van de regionalisering van het jeugdsanctierecht met de Zesde Staatshervorming.

De hervorming heeft ook gevolgen voor de procedure om hoger beroep aan te tekenen in strafzaken. De Wet Procedureakten Gedetineerden van 25 juli 1893 en het KB nr. 236 Strafvordering Gedetineerden voorzien immers een vereenvoudigde procedure. Wie van zijn vrijheid is beroofd, kan hoger beroep aantekenen in de instelling waar ze opgesloten of geïnterneerd zijn. En dat bij de bestuurders van die inrichtingen of hun gemachtigde. De verklaringen hebben dezelfde uitwerking als deze die op de griffie worden neergelegd.

Vroeger konden uithandengegeven minderjarigen van die mogelijkheid gebruik maken. De wetgever zorgt er nu voor dat de procedure ook blijft gelden nu de jongeren in een gemeenschapscentrum worden geplaatst. Zij het alleen voor de minderjarigen die er sinds 1 januari 2015 verblijven.

Zij kunnen hun verklaring van hoger beroep of van voorziening in verbreking in strafzaken dus aantekenen bij de directeur van het gemeenschapscentrum of zijn gemachtigde. Dit geldt ook voor het cassatieberoep en de procedure van verzet tegen een veroordeling in strafzaken, uitgesproken door een hof van beroep, correctionele rechtbank of politierechtbank, als de betrokkene het vereiste bedrag niet in zijn bezit heeft om de aktekosten van een deurwaarder te dekken.

De centrumdirecteurs kunnen in dit kader door het openbaar ministerie worden belast met de betekening of kennisgeving van alle gerechtelijke akten in strafzaken. Deze wijziging wordt doorgevoerd in het Wetboek van Strafvordering.

Dit hoofdstuk van de Wet diverse bepalingen Justitie I is op 1 januari 2015 in werking getreden.

Bron: Wet van 19 december 2014 houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, BS 29 december 2014. (art. 4-9 en 12)

Zie ook
Wetsontwerp houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Parl. St. Kamer 2014, nr. 0683/001.
Wetsontwerp houdende diverse bepalingen betreffende Justitie, Verslag namens de Commissie voor de Justitie, Parl. St. Kamer 2014, nr. 0683/004.