Moederschapsuitkering bij verlenging nabevallingsrust ook als vrouw al deeltijds aan het werk is

Om recht te hebben op een moederschapsuitkering tijdens de verlenging van de nabevallingsrust met de facultatieve voorbevallingsrust, hoeft de werkneemster niet langer alle werkzaamheden onderbroken te hebben. Als de kersverse moeder een van haar betrekkingen heeft hervat, kan ze toch aanspraak maken op een moederschapsuitkering. En dit in functie van de activiteit die recht geeft op de verlenging van de nabevallingsrust.

Deeltijdse betrekkingen

In een periode van moederschapsrust mocht er tot voor 16 juni 2014 in principe geen beroepsactiviteit zijn (tenzij bij postnatale rust die wordt omgezet in postnatale verlofdagen). Dat verbod gaf problemen bij vrouwen met verschillende deeltijdse contracten. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een vrouw bij haar ene werkgever een risicovolle activiteit uitoefent en bij de andere niet. Wat tot gevolg heeft dat ze bij de ene haar activiteiten verplicht moet staken en haar voorbevallingsrust moet opnemen, en bij haar andere werkgever eigenlijk gewoon kan verder werken. Maar omdat er geen beroepswerkzaamheden mogen zijn tijdens een periode van moederschapsrust kan de werkneemster die is verwijderd van een deeltijdse arbeid die een risico inhield voor haar zwangerschap en haar andere deeltijdse betrekking voortzet tijdens de facultatieve voorbevallingsrust haar nabevallingsrust niet verlengen met de periode waarin ze verder heeft gewerkt. Het Grondwettelijk Hof vindt dit een schending van het gelijkheidsbeginsel.

Verlenging nabevallingsrust

De wet van 25 april 2014 heeft dat probleem opgelost. De werkneemster mag haar nabevallingsrust verlengen met de tijdvakken van de facultatieve voorbevallingsrust waarin ze deeltijds gewerkt heeft tijdens een periode van werkverwijdering in een andere deeltijdse betrekking. Dat kan, ook al oefent ze in die verlengingsperiode al opnieuw een beroepsactiviteit uit.

Deze regel geldt ook voor de werkneemster die een aangepaste werkzaamheid tijdens haar arbeidsongeschiktheid heeft hervat met toestemming van de adviserend geneesheer (van de zesde week tot en met de tweede week voorafgaand aan de bevalling). Ook zij kan haar nabevallingsrust verlengen met de periodes van tewerkstelling in het kader van de aangepaste werkzaamheid.

Moederschapsuitkering

De vrouw die haar nabevallingsrust op die manier heeft verlengd heeft tijdens die verlenging recht op een moederschapsuitkering in functie van de activiteit die recht geeft op de verlenging van de nabevallingsrust.

Gelijkgestelde periodes

Een aantal tijdvakken kan - voor het verlengen van de nabevallingsrust - gelijkgesteld worden met een periode tijdens dewelke de gerechtigde is blijven doorwerken vanaf de zesde tot en met de tweede week voor de vermoedelijke bevallingsdatum.

De periode waarin de werkneemster één of meer activiteiten tijdens een periode van moederschapsbescherming wegens een risicovolle activiteit heeft uitgeoefend of een activiteit tijdens haar arbeidsongeschiktheid heeft hervat wordt gelijkgesteld met zo'n periode.

Inwerkingtreding

Het nieuwe KB van 9 juli 2014 treedt - net als de wet van 25 april 2014 - in werking op 16 juni 2014.

Bron: Koninklijk besluit van 9 juli 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 23 juli 2014

Zie ook:
Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, art. 218 en 220
GVU-wet, art. 115