Nieuwe Interneringswet geldt vanaf 1 januari 2016

Op 1 januari 2016 treedt de Interneringswet van 5 mei 2014 in werking. Het gaat om een grondige aanpassing van de vorige Interneringswet van 21 april 2007. Die werd door een gebrek aan financiën en systeemfouten nooit uitgevoerd. De aandacht gaat in de nieuwe tekst vooral uit naar kwaliteit en structuur. En dat zowel bij het psychiatrisch deskundigenonderzoek en het uittekenen van het interneringstraject als tijdens de internering zelf. Het zorgaspect van de interneringsmaatregel staat in elk van deze onderdelen centraal. De wet moet de rechtspositie van geïnterneerden verbeteren.

De nieuwe wet behoudt de krachtlijnen uit 2007 maar houdt rekening met de bemerkingen die sindsdien zijn gemaakt onder meer door de werkgroep Internering binnen het College van Procureurs-generaal, de Orde van Geneesheren, de Orde van Vlaamse Balies en de zorgsector. De wetgever zorgt ook voor de nodige aanpassingen n.a.v. arrest nr. 154/2008 van het Grondwettelijk Hof.

We stippen een aantal belangrijke nieuwigheden kort aan.

Het psychiatrisch deskundigenonderzoek

De wetgever gaat ervan uit dat een zorgvuldige en degelijke expertise en diagnose cruciaal is. Daarom gelden in de toekomst strikte kwaliteitsregels bij het psychiatrisch deskundigenonderzoek, zowel wat betreft de deskundigen als de beslissingen die ze nemen. Deskundigen zullen onder meer aan een aantal beroepsnormen moeten voldoen, leidende deskundigen zullen een erkenning moeten krijgen. Nieuw is ook dat de onderzoeken voortaan ook in college of met bijstand van andere gedragswetenschappers zullen kunnen worden uitgevoerd. Voorlopige deskundigenadviezen zullen ter lezing aan de raadsman van de onderzochte persoon worden bezorgd. Die krijgt minstens 15 dagen de tijd om eventuele opmerkingen te formuleren. Onder meer dit gebrek aan communicatie werd door het Grondwettelijk Hof aangekaart.

Verder zal er een 'Cel uitgebreide kwaliteitsbewaking' worden opgericht bij de FOD Volksgezondheid. Die zal nagaan of de deskundigenverslagen inhoudelijk en vormelijk aan de wettelijke kwaliteitsnormen voldoen vooraleer ze naar de rechtbank worden gestuurd.

De nieuwe wet bepaalt uitdrukkelijk dat het 'forensisch psychiatrisch deskundigenonderzoek' verplicht is. Dat was vroeger niet zo. Ook belangrijk in dit kader is dat de wet niet alleen opname ter observatie toelaat in de psychiatrische afdeling van een strafinrichting, maar ook in forensische centra.

Verloop internering

Er komen gespecialiseerde 'Kamers ter bescherming van de maatschappij' bij de strafuitvoeringsrechtbanken. Alleen deze kamers beslissen over de plaatsing en overplaatsing van geïnterneerden. Nu valt dit onder toezicht van de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij.

De Kamers zullen ook beslissen over uitgaansvergunningen, beperkte detentie, elektronisch toezicht, invrijheidsstelling op proef, enz. Ze krijgen daarbij ruime bewegingsvrijheid. Bedoeling is om een zorgtraject op maat van de geïnterneerde uit te tekenen, aangepast aan de geestesstoornis en de risicotaxatie van de geïnterneerde en met respect voor de regels die eigen zijn aan de inrichting waar de geïnterneerde wordt geplaatst.

De procedure voor de uitvoeringsmodaliteiten is ook grondig versoepeld. En het beheer van het interneringsdossier is vereenvoudigd. Het dossier wordt bijgehouden op de griffie van de strafuitvoeringskamer en kan daar door alle partijen en belanghebbende actoren (zoals potentiële zorgverstrekkers) geconsulteerd worden. Dit dossier wordt bij elke nieuwe uitvoeringsmodaliteit gebruikt en aangevuld tot de definitieve invrijheidsstelling van de geïnterneerde. Er worden dus geen nieuwe dossiers aangemaakt per procedure.

Geïnterneerde veroordeelden

Personen die zowel een vrijheidsstraf als een internering ondergaan, worden geplaatst in een federale instelling die wordt aangewezen door de Kamer voor de bescherming van de maatschappij. De wetgever heeft ervoor gekozen om de geïnterneerde gedetineerde gelijk te stellen met een gewone geïnterneerde, ook nadat zijn vrijheidsstraf is afgelopen. De bepalingen van de nieuwe Interneringswet zijn dan ook op hem van toepassing.

1 januari 2016

De wet van 5 mei 2014 treedt in werking op 1 januari 2016. De wet van 9 april 1930 en de wet van 21 april 2007 worden opgeheven.

In principe zullen de nieuwe bepalingen van toepassing zijn op alle lopende zaken. Maar er gelden overgangsbepalingen.

Bron: Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering van personen, BS 9 juli 2014.

Zie ook
Wetsvoorstel betreffende de internering van personen (Ingediend door de heer Bert Anciaux c.s.), Parl. St. Senaat 2013, nr. 5-2001/1.