Beroep tegen beslissingen van de familierechtbank aangaande de kinderen zal behandeld worden door een kamer met alleenzetelend raadsheer (art. 53 DWJ)

Sinds de hervorming van het Gerechtelijk wetboek van 1985 wordt beroep tegen de beslissingen van de jeugdrechtbank behandeld door een kamer van het Hof van Beroep met alleenzetelend raadsheer. Dit systeem werkt naar behoren, verkleint de afstand tussen de magistraat en de rechtzoekende en draagt bij tot de beperking van het chronische probleem van de gerechtelijke achterstand.

In de wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familierechtbank was men vergeten het Gerechtelijk wetboek te wijzigen met het doel het beroep tegen beslissingen gewezen door de familierechtbank aangaande de uitoefening van het ouderlijke gezag, de verblijfsregeling van de kinderen, enz. voor een kamer van het Hof van Beroep met alleenzetelend raadsheer te brengen. Daaruit volgde dat de partijen konden eisen dat hun dossier door een kamer met drie raadsheren zou worden behandeld, wat concrete aanzienlijke moeilijkheden dreigde te veroorzaken en de behandeling van de zaken aanzienlijk zou kunnen vertragen, in aangelegenheden die net een snelle behandeling vergen.

De reparatiewet van 8 mei 2014 verbetert deze vergetelheid en bepaalt nu dat beroep tegen beslissingen gewezen door de familierechtbank in voormelde zaken door een kamer met een alleenzetelend raadsheer moet worden behandeld.

Deze wijziging treedt in werking op 1 september 2014.

Bron: Wet van 8 mei 2014 houdende wijziging en coördinatie van diverse wetten inzake Justitie (1), BS 14 mei 2014 (art. 53)