Laatste beroepsmaanden tellen mee voor pensioenberekening werknemers

'De laatste beroepsmaanden zullen geleidelijk aan in de pensioenberekening van de privésector in rekening worden gebracht.' Die passage uit het regeerakkoord wordt nu vertaald door een wet die de pensioenberekening voor werknemers bijstuurt.

Laatste maanden

Op dit moment leveren arbeidsprestaties in de maanden van het jaar waarin een rustpensioen als werknemer ingaat, geen pensioenuitkering op. Maar daar komt verandering in. In de overheidssector is dit overigens al het geval. En ook in het pensioenstelsel voor zelfstandigen zal dezelfde aanpassing worden doorgevoerd.

Een wet van 19 april 2014 zorgt ervoor dat de laatste maanden van de beroepsloopbaan op dezelfde manier in de pensioenberekening worden opgenomen als het jaar van de beroepsloopbaan dat aan de ingangsdatum van het pensioen voorafgaat. Dit is dus het 'jaar n-1'.

In het jaar n-1 worden de gegevens van het jaar n-2 overgenomen. Dat is nodig omdat de gegevens over onder meer de werkloosheidsuitkering in veel gevallen pas na 12 of meer maanden worden gevalideerd en pas dan definitief zijn, terwijl de pensioenuitkering op voorhand wordt berekend.

Minster van Pensioenen Alexander De Croo bevestigt dat men het jaar n-2 in aanmerking neemt omdat de instellingen van de sociale zekerheid een jaar nodig hebben om de gegevens te controleren. Maar als die instellingen in de toekomst sneller input kunnen geven, dan zal men wellicht gegevens hanteren die 'dichter bij de reële situatie aansluiten'.

Berekening

Kortom, de berekening van de laatste maanden van de beroepsloopbaan gebeurt op dezelfde manier als voor het jaar dat aan de aanvang van het rustpensioen voorafgaat. Namelijk: op basis van voorspelde gegevens, niet op basis van reële gegevens.
De gegevens van het jaar n-1 worden overgenomen, maar pro rata berekend in functie van de ingangsmaand van het pensioen.

Als een persoon bijvoorbeeld op 1 maart met pensioen gaat, dan zal de berekeningsbasis (aantal dagen en loon) van het jaar van de ingangsdatum van het pensioen 2/12 bedragen van de gegevens van het jaar n-1. Op die manier kan de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP) haar beslissing over de pensioenuitkering tijdig versturen. De burger wordt dus zeker tijdig geïnformeerd over het bedrag van zijn pensioenuitkering.

Pensioenuitkering

Uit de Parlementaire Stukken blijkt dat de stijging van de maandelijkse pensioenuitkering als gevolg van deze aanpassing maximaal 50 euro bedraagt. De budgettaire impact van de hervorming neemt met de jaren toe.

In het werknemersstelsel zou het in 2015 bijvoorbeeld om 3.079.000 euro gaan. Maar er bestaan geen gegevens over het aantal personen dat door de hervorming een hogere pensioenuitkering zal ontvangen ? En er wordt geen rekening gehouden met het mogelijke effect van de hervorming op de werkzaamheidsgraad. Door de hervorming zou men immers geneigd kunnen zijn om enkele maanden langer te werken.

Let op! De verruiming van de arbeidsperiode die meetelt voor de berekening van de pensioenuitkering geldt ook voor de minimumpensioenen. Sommige personen die in de oude regeling net niet de drempel voor het minimumpensioen bereikten, zullen door de hervorming wel aanspraak kunnen maken op dit pensioen!

In werking

De aanpassingen van de pensioenwet voor werknemers treden in werking op 1 januari 2015. Ze zijn van toepassing op de pensioenen die voor de eerste maal ten vroegste op die datum ingaan. Het blijft wel wachten op een uitvoeringsbesluit dat de regels voor de berekening verder uitwerkt.

Wie met pensioen gaat, zal vanaf 2015 dus een correcter bedrag dan vroeger krijgen, maar zoals aangegeven zal dit bedrag nog niet volledig met de werkelijk opgebouwde rechten overeenstemmen ?

Bron: Wet van 19 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 7 mei 2014

Zie ook:
Koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 27 oktober 1967 (Pensioenwet werknemers)