Integrale jeugdhulp krijgt uitvoering

De Vlaamse regering voert het nieuwe decreet op de integrale jeugdhulp uit. Met dat uitvoeringsbesluit - in totaal goed voor 144 artikelen - kan het hertekende jeugdhulplandschap ook echt starten.

Integrale jeugdhulp

Het nieuwe decreet over de integrale jeugdhulp zet de jongere centraal in de hulpverlening. Hulpverleners moeten eerst de eigen mogelijkheden van de jongere en zijn gezin aanspreken en versterken. Pas daarna kan er naar professionele hulp gezocht worden.

Het decreet maakt een onderscheid tussen rechtstreeks toegankelijke hulp en niet-rechtstreeks toegankelijke hulp. Bij die laatste soort wordt er gewerkt met een intersectorale toegangspoort. De medewerkers van die toegangspoort bepalen wie in aanmerking komt voor welk ingrijpend hulpaanbod. Er zijn twee teams: het team indicatiestelling en het team jeugdhulpregie.

Ondersteuningsplan

Jeugdhulpaanbieders kunnen samen met de minderjarige en zijn ouders een ondersteuningsplan opstellen zodat de hulp zo inclusief mogelijk kan verlopen. Dat plan legt onder meer volgende zaken vast:

de mogelijkheden van alle betrokkenen (minderjarige, ouders, leefomgeving, jeugdhulpaanbieders);

de visie van de minderjarige en zijn ouders;

de mogelijkheden van de hulp-, zorg-, en dienstverleners ten aanzien van de minderjarige, zijn ouders en zijn leefomgeving;

een werkplan, op basis van de mogelijkheden van de betrokkenen, met vermelding van hun engagementen.

Jeugdhulpverleningsaanbod met brede instap

Bij de rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening zijn er diensten 'brede instap' en diensten met een probleemgebonden aanbod.

Het aanbod 'brede instap' voorziet in een specifieke instapprocedure, informatieverstrekking en korte hulp, volledig los van probleemkenmerken. Het leidt de minderjarige en zijn ouders - liefst zonder verdere tussenstappen - onmiddellijk naar het hulpverleningsaanbod dat het best aansluit bij de hulpvraag.

De instapprocedure omvat een onthaal, een vraagverheldering, een aanbodverheldering, een ontwerp van jeugdhulpverlening en - indien nodig - een verwijzing.

Zes regio's integrale jeugdhulp

Er zijn zes regio's integrale jeugdhulp. Een in elke provincie (Antwerpen met de zorgregio's Antwerpen, Mechelen en Turnhout, Limburg met de zorgregio's Genk en Hasselt, Oost-Vlaanderen met de zorgregio's Aalst, Gent en Sint-Niklaas, Vlaams-Brabant met de zorgregio's Brussel en Leuven, en West-Vlaanderen met de zorgregio's Brugge, Kortrijk, Oostende en Roeselare). Het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstrad vormt een aparte regio.

Per regio komt er een Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp.

Intersectorale toegangspoort

Er komen vijf intersectorale toeganspoorten:

in Gent voor de regio Oost-Vlaanderen;

in Brugge voor de regio West-Vlaanderen;

in Leuven, voor de regio Vlaams-Brabant en de regio van Brussel-Hoofdstad;

in Hasselt voor de regio Limburg; en

in Antwerpen voor de regio Antwerpen.

De toegangspoort is er voor de niet-rechtstreeks toegankelijke hulpverlening. Ze bestaat uit

een team Indicatiestelling met minstens een deskundige Indicatiestelling en een psycholoog of pedagoog;

een team Jeugdhulpregie met daarin deskundigen Jeugdhulpregie;

een leidinggevende Toegangspoort voor het team Indicatiestelling en het team Jeugdhulpregie; en

een team Administratie.

De deskundigen moeten een diploma hebben met voldoende pedagogische en sociale kennis.

Werking toegangspoort

De woon- of verblijfplaats van de minderjarige bepaalt bij welke toegangspoort hij terecht kan. Het besluit regelt wat er gebeurt als de minderjarige na de aanmelding van woon- of verblijfplaats verandert.

Het nieuwe besluit beschrijft uitvoerig de werking van de toegangspoort. Komen aan bod:

de aanmelding;

de indicatiestelling;

de jeugdhulpregie.

Verontrustende situaties

Het Mantagementcomité Integrale Jeugdhulp ondersteunt de jeugdhulp in het omgaan met verontrustende situaties:

het organiseert een vormingsaanbod dat jeugdhulpaanbieders helpt in het passend omgaan met die verontrusting;

het evalueert jaarlijks de situatie in de jeugdhulpverlening. Dat gebeurt op basis van informatie van Kind en Gezin en Jongerenwelzijn;

het kan gerichte acties inzetten om de jeugdhulpaanbieders te versterken bij het omgaan met die situaties.

Ook het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp krijgt op dit vlak specifieke opdrachten.

Als jeugdhulpaanbieders zelf vinden dat ze niet langer de ontwikkelingskansen of de integriteit van de minderjarige of van zijn gezinsleden kunnen vrijwaren, kunnen ze zich richten tot een gemandateerde voorziening. Er zijn twee soorten: de ondersteuningscentra Jeugdzorg en de vertrouwenscentra kindermishandeling. De Vlaamse regering voorziet in 20 ondersteuningscentra Jeugdzorg.

Het nieuwe besluit regelt bij welke regionaal bevoegde gemandateerde voorziening de verontrustende situatie kan aangemeld worden. Aanmelding gebeurt elektronisch.

Het legt ook volgende zaken vast

de verschillende stappen in het onderzoek van de verontrustende situatie door de voorziening;

de inhoud van de beslissing over het al dan niet aanwezig zijn van de maatschappelijke noodzaak tot jeugdhulpverlening.

De gemandateerde voorziening installeert observerend casemanagement voor de opvolging van de jeugdhulpverlening, als die de ontplooiingkansen van de minderjarige kan waarborgen. Ze kan tussenbeide komen bij een ingrijpende gebeurtenis of op verzoek van onder meer de jeugdhulpaanbieder of de minderjarige.

Als die opvolging niet volstaat om de veiligheid en de ontplooiingskansen van de minderjarige te garanderen, installeert de gemandateerde voorziening het interveniërend casemanagement. In dat geval neemt de voorziening zelf het initiatief om de jeugdhulpverlening te organiseren. Ze werkt samen met de minderjarige en zijn ouders een hulpverleningsplan uit. De betrokken jeugdhulpaanbieder stelt een handelingsplan op en bezorgt de voorziening alle informatie voor de opvolging. Er worden rapportageafspraken gemaakt.

Het nieuwe besluit regelt ook hoe de voorzieningen de minderjarige kunnen doorverwijzen naar het Openbaar Ministerie.

Participatieve en crisisjeugdhulpverlening

Er zijn ook regels vast voor de realisatie van

een subsidiair aanbod crisisjeugdhulpverlening; en

een participatieve jeugdhulpverlening.

Alle jeugdhulpaanbieders die in een regio crisishulpverlening aanbieden, realiseren in hun regio samen een hulpprogramma crisisjeugdhulpverlening. Het crisismeldpunt binnen het hulpprogramma is permanent bereikbaar. Het registreert elke aanmelding op gecodeerde wijze in het registratiesysteem crisisjeugdhulpverlening.

De jeugdhulpaanbieders binnen het hulpprogramma kunnen een extra vergoeding krijgen voor ambulante of mobiele crisisinterventie of crisisbegleiding. Of voor crisisopvang. Maar enkel onder bepaalde voorwaarden.

Het Managementcomité Integrale Jeugdhulp krijgt specifieke opdrachten om de participatie van de minderjarige en zijn ouders in de jeugdhulpverlening te versterken.

Gerechtelijke jeugdhulpverlening

Het nieuwe besluit regelt de samenstelling en werking van de Sociale Dienst voor Gerechtelijke Jeugdhulpverlening en legt vast welke jeugdhulpaanbieders gerechtelijke maatregelen mogen uitvoeren. Ziekenhuizen, schoolinternaten en sommige andere voorzieningen kunnen gelijkgesteld worden met een jeugdhulpaanbieder.

Het legt ook vast welke gerechtelijke maatregelen gelijktijdig kunnen toegepast worden op een minderjarige.

Structuren

Het besluit heeft het ook over de samenstelling en werking van

de Adviesraad Integrale Jeugdhulp;

het Managementcomité Integrale Jeugdhulp; en

het Intersectoraal Regionaal Overleg Jeugdhulp.

Inwerkingtreding

Het Vlaams besluit van 21 februari 2014 treedt grotendeels in werking op 28 februari 2014.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, BS 28 februari 2014

Zie ook:
Decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp