Minimumvereisten voor lokale GAS-bemiddeling

Sinds 1 januari 2014 kunnen gemeenten GAS-boetes opleggen aan minderjarigen vanaf 14 jaar. Vroeger lag de leeftijdsgrens op 16 jaar. Deze wetswijziging heeft een belangrijke impact op de lokale bemiddelingsprocedure. Gemeenten zijn immers verplicht om minderjarigen een bemiddelingsaanbod te doen vooraleer ze effectief een sanctie kunnen opleggen. In bepaalde gevallen kan ook bij meerderjarigen een bemiddelingsgesprek plaatsvinden. Zowel de bemiddelaars als de bemiddelingsdiensten moeten vanaf 31 januari 2014 aan een reeks minimumvereisten voldoen.

Bemiddelaar of bemiddelingsdienst?

Gemeenten kunnen voor de lokale bemiddeling beroep doen op een bemiddelaar of een gespecialiseerde bemiddelingsdienst.

Een lokale bemiddelaar is een statutaire of contractuele ambtenaar die door de gemeente wordt aangewezen. Dit is nooit dezelfde persoon als de sanctionerende ambtenaar. Alleen wie geen enkele veroordeling heeft tot een correctionele of strafrechtelijke straf (behalve voor kleine verkeersovertredingen) en een universitair of gelijkwaardig diploma heeft, komt in aanmerking voor de functie. Onder meer diploma's van licentiaat/master, arts, doctor, apotheker, geaggregeerde van het onderwijs, ingenieur of architect zijn toegelaten, voor zover de studies minstens 4 jaar hebben geduurd. Wie geen van deze diploma's bezit, maar een relevante professionele ervaring kan aantonen gelijkwaardig aan 3 jaar voltijds bemiddelaar, kan ook worden aangewezen als lokale bemiddelaar.

Iedere bemiddelaar moet, ten laatste 2 jaar na zijn indiensttreding, een opleiding volgen van minimum 20 uur waarin de beginselen van het strafrecht, de bemiddeling, de GAS-wetgeving en conflictbeheersing aan bod komen. Dat geldt ook voor bemiddelaars die al in dienst waren voor de inwerkingtreding van de nieuwe GAS-wet op 1 januari 2014. Zij moeten de opleiding volgen vóór 1 januari 2016. Ze zijn vrijgesteld van de module 'bemiddeling'.

Naast bemiddelen, is de lokale bemiddelaar ook verantwoordelijk voor het geven van advies over het lokale preventiebeleid m.b.t. overlast, het bepalen van de modaliteiten van de gemeenschapsdienst wanneer minderjarigen de bemiddeling weigeren of wanneer de bemiddeling gefaald heeft, het opstellen van activiteitenverslagen en het opvolgend van acties, initiatieven en reglementeringen die een impact heeft op het lokale en bovenlokale preventie- en veiligheidsbeleid.

De lokale bemiddelaar werkt steeds onafhankelijk van de sanctionerende ambtenaar. Bij de uitvoering van zijn taak respecteert hij de 5 algemene principes van de lokale bemiddeling: vrije toestemming, vertrouwelijkheid, transparantie, neutraliteit en onafhankelijkheid.

Gemeenten kunnen samen beroep doen op éénzelfde bemiddelaar die door één van hen wordt tewerkgesteld. In dat geval sluiten ze samenwerkingsovereenkomsten af. De gemeenten die een bemiddelaar aanwerven die ter beschikking wordt gesteld van andere gemeenten kunnen genieten van een subsidie van de GAS-taskforce van de POD Maatschappelijke Integratie.

Een gespecialiseerde bemiddelingsdienst moet steeds een vzw zijn erkend door een gemeente. Die kan pas een erkenning verlenen wanneer de dienst

de voorwaarden uit de vzw-wet naleeft;

de lokale bemiddeling in zijn sociale doelstelling heeft opgenomen;

de sanctionerende ambtenaar van de gemeente(n) waar ze erkenning vraagt niet in haar midden of in haar organen heeft;

werknemers heeft die voldoen aan de opleidings- en kwaliteitsvoorwaarden van lokale bemiddelaar;

een gedetailleerde kostenraming hebben opgemaakt van de lokale bemiddeling voor de betrokken gemeente(n);

zich ertoe verbindt om de gemeente jaarlijks een activiteitenverslag te bezorgen met daarin het aantal behandelde dossiers, het verloop, eventuele moeilijkheden en suggesties voor verbeteringen m.b.t. de dossiers en het lokale preventie- en veiligheidsbeleid.

Een erkenning geldt voor maximum 5 jaar, maar kan na een nieuwe aanvraag vernieuwd worden. De gemeente kan de erkenning intrekken.

Bemiddeling geslaagd?

Na de bemiddelingsprocedure maakt de bemiddelaar of de bemiddelingsdienst een kort evaluatieverslag op voor de sanctionerende ambtenaar. Daarin staat of de bemiddeling werd geweigerd, heeft gefaald of tot een akkoord heeft geleid.

Werd het bemiddelingsaanbod geweigerd dan kan het verslag vermelden dat een gemeenschapsdienst beter gepast zou zijn. De bemiddelaar of dienst geeft een beschrijving van deze dienst. Werd een akkoord bereikt, dan verduidelijkt het verslag het type dat werd bereikt en of het werd uitgevoerd.

Een lokale bemiddeling is alleen geslaagd wanneer een akkoord werd bereikt en werd uitgevoerd of wanneer een akkoord niet kon worden uitgevoerd door omstandigheden die losstaan van de overtreder. In dat geval kan de sanctionerende ambtenaar geen GAS-boete meer opleggen.

Werd de bemiddeling geweigerd of heeft die gefaald, dan kan een gemeenschapsdienst worden voorgesteld of een GAS-boete worden opgelegd.

31 januari ?

Het KB van 28 januari 2014 treedt in werking op 31 januari 2014, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Koninklijk besluit van 28 januari 2014 houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in het kader van de wet betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS), BS 31 januari 2014.

Zie ook
Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, BS 1 juli 2013. (?de nieuwe GAS-wet?)