Bijdrageberekening zelfstandigen grondig hervormd

Vanaf 1 januari 2015 zullen zelfstandigen hun sociale bijdragen voor een bepaald jaar kunnen berekenen op de inkomsten van dat jaar. Nu zijn dat de inkomsten van 3 jaar voordien.

3 jaar

De sociale bijdragen voor een bepaald jaar N worden op dit moment berekend op de inkomsten van het derde jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor ze verschuldigd zijn, namelijk: de geïndexeerde inkomsten van het jaar N-3. Zo worden de bijdragen voor 2013 bijvoorbeeld berekend op de inkomsten uit de zelfstandige activiteit van 2010.

Starters zijn een uitzondering omdat er voor hen geen referte-inkomen is van het jaar N-3. Voor hen werkt men met voorlopige bijdragen. Later volgt dan een afrekening.

Problemen

De huidige bijdrageberekening zorgt voor heel wat problemen. Denk bijvoorbeeld aan de arbeidsongeschikte zelfstandige of de zelfstandige die zijn werkritme vermindert om gezondheidsredenen of bij een economische recessie. Hun bijdragen worden berekend op inkomsten die niet in verhouding staan tot de inkomsten van het jaar waarvoor ze verschuldigd zijn.

Hetzelfde geldt voor de vrouwelijke zelfstandige die bevallen is. Zij ontvangt een moederschapsuitkering die meestal dient om de bijdragen te betalen voor het kwartaal van de bevalling, ongeacht de daling van haar inkomsten. De moederschapsrust schorst de onderwerping aan sociale bijdragen immers niet.

Er zijn nog tal van gelijkaardige situaties. Telkens staan de bijdragen die de zelfstandige betaalt niet in verhouding tot zijn inkomsten van dat moment. Uit de memorie van toelichting bij de wet van 22 november 2013 blijkt dat de zelfstandige in hoofdberoep in het slechtste geval bijdragen verschuldigd kan zijn die 123,96% van zijn inkomen vertegenwoordigen. Bij sterk stijgende inkomsten wordt die redenering omgekeerd, en ook dat is niet wenselijk.

Financiële capaciteit

Het huidige systeem is niet meer toereikend omdat het dateert uit een periode dat zelfstandigen doorgaans een stabiele loopbaan hadden met stijgende inkomsten. De kloof van 3 jaar zorgt er immers voor dat er geen band is tussen de economische situatie en de sociale bijdragen. De inkomsten van de eerste 3 jaar worden 2 keer in aanmerking genomen. Die van de 3 laatste jaren nooit ?

Vandaar dat de wetgever nu ingrijpt en het sociaal statuut voor zelfstandigen hervormt. Bedoeling is dat de zelfstandige de mogelijkheid krijgt om zijn sociale bijdragen onmiddellijk te verhogen of te verlagen in functie van de evolutie van zijn financiële capaciteit om bijdragen te betalen. Denk daarbij aan kortere carrières als zelfstandige, gemengde loopbanen, fluctuerende inkomsten ?

In het nieuwe systeem van bijdrageberekening worden de bijdragen van een bepaald jaar berekend op de inkomsten van datzelfde jaar. Het moment van de pensionering is de enige uitzondering op deze regel. Zelfstandigen die hun activiteit stopzetten op het moment dat ze met pensioen gaan, kunnen onder bepaalde voorwaarden en in het kader van een overgangsmaatregel hun dossier onmiddellijk sluiten bij de stopzetting van de activiteit.

De wetgever preciseert wat men moet verstaan onder beroepsinkomsten voor de toepassing van de bijdrageberekening in het sociaal statuut van de zelfstandigen. We noteren onder andere een toevoeging ten opzichte van de huidige tekst zodat ook de vergoedingen voor bedrijfsleiders bij het stopzetten van de activiteit mee opgenomen worden in de berekeningsgrondslag. Er geldt een bijzonder regime voor stopzettingsmeerwaarden, gekoppeld aan voorwaarden die het sociaal verzekeringsfonds moet verifiëren.

Bijdragen

Het nieuwe systeem impliceert dat de zelfstandige ieder jaar een voorlopige bijdrage betaalt die berekend wordt op een basis die zo dicht mogelijk bij het bedrag van zijn reële inkomsten ligt. Deze 'voorlopige bijdrage' is opeisbaar. Zodra de fiscale administratie de definitieve inkomsten van de zelfstandige berekend heeft, krijgt hij van zijn sociaal verzekeringsfonds een afrekening. Bij de uiteindelijke afrekening kan de overheid een supplement innen, of een deel terugbetalen. Dit is de 'regularisatie'.

De inning verloopt als volgt:

De zelfstandige is in het jaar N verplichte voorlopige bijdragen verschuldigd die bepaald zijn op basis van de geïndexeerde inkomsten van het jaar N-3. Het gaat om opeisbare kwartaalbijdragen, een vorm van voorheffing. Het sociaal verzekeringsfonds past onmiddellijk verhogingen toe op onbetaalde sommen.

De zelfstandige kan vrij bijdragen betalen op inkomsten die vermoedelijk hoger zullen liggen.

De zelfstandige kan op aanvraag een verlaging bekomen van de verplichte voorheffing. Maar hij zal dan wel elementen moeten aanreiken die aantonen dat zijn inkomsten lager liggen dan de vastgelegde grenzen. Men hanteert hier de procedure voor zelfstandigen die bij aanvang van hun bezigheid een vermindering aanvragen van hun voorlopige bijdragen.

Kortom, de zelfstandige stemt zijn bijdragen af op de evolutie van zijn economische situatie! Hij heeft de keuze om per kwartaal:

ofwel het bedrag te betalen dat wordt voorgesteld door zijn sociaal verzekeringsfonds (op basis van de geïndexeerde inkomsten uit N-3);

ofwel een bedrag te betalen dat hoger of lager is als hij denkt dat zijn inkomsten in stijgende of dalende lijn zijn.

Bij stijgende inkomsten kan men dus meer betalen dan de voorgestelde bijdragen. Bij dalende inkomsten heeft men de mogelijkheid om minder te betalen, na akkoord van het sociaal verzekeringsfonds.

Drempels

Een verhoging van de voorlopige bijdragen is enkel mogelijk als er geen andere niet-betwiste opeisbare schulden of aanhorigheden onbetaald zijn. De Koning krijgt een delegatie om een en ander verder uit werken.

Een eventuele vermindering gebeurt op verantwoordelijkheid van de zelfstandige! Hij kan bij een onterecht verkregen vermindering onderworpen worden aan verhogingen van 3 en 7% op de gevorderde supplementen bij de eindafrekening.

Om het overzicht te bewaren, werkt men met wettelijk vastgelegde drempels bij de beoordeling van de inkomsten van de zelfstandige.

De wetgever achtte het op dit moment niet opportuun om de zelfstandige bijvoorbeeld toe te staan om volledig vrij aan te geven op welke beroepsinkomsten hij zijn voorlopige bijdragen voor het bijdragejaar wil laten berekenen. Maar tegelijk voorziet hij in de mogelijkheid om later meer soepelheid in te bouwen. Bij KB kan men het aantal drempels uitbreiden en de bedragen ervan aanpassen. De regeling kan zelfs in die mate worden aangepast dat de zelfstandige zelf kan aangeven - op basis van objectieve elementen - op welk inkomen hij zijn voorlopige bijdragen wil laten berekenen.

Er is geen limitatieve lijst van 'objectieve elementen' opgenomen in de wet. Het moet wel gaan om elementen die een rechtstreekse impact (kunnen) hebben op het beroepsinkomen van de zelfstandige. Denk bijvoorbeeld aan een ziekteperiode of het verlies van een belangrijke klant. En de Koning kan later alsnog een lijst vastleggen bij een in de ministerraad overlegd besluit.

Evaluatie

Volgens een nationale enquête is 80% van de zelfstandigen voorstander van die zogenaamde 'N op N'-regeling. Dit nieuw systeem zal zorgen voor meer flexibiliteit. En dat zou moeten zorgen voor een vermindering van het aantal vrijstellingsaanvragen, afbetalingsplannen, laattijdige betalingen ...

De wetgever voorziet wel in een moment van evaluatie. Binnen de 4 jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe regeling zal het Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen het nieuwe systeem evalueren.

In werking

De wet van 22 november 2013 treedt in werking op 1 januari 2015. Maar er geldt een overgangsregeling. De sociale bijdragen die betrekking hebben op kwartalen vóór die datum worden berekend en geïnd volgens de bestaande regeling.

Men moest de nieuwe regeling sowieso aan het begin van een nieuw jaar in werking laten treden. En er blijft voldoende tijd om in de loop van 2014 de overstap voor te bereiden.

Voor een schematisch overzicht van de nieuwe regels kunnen we verwijzen naar de voorstelling die minister Sabine Laruelle gegeven heeft in de commissie voor het bedrijfsleven. De powerpointpresentatie is opgenomen in bijlage bij het commissieverslag (blz. 20 ev.).

Bron: Wet van 22 november 2013 houdende hervorming van de berekening van de sociale bijdragen voor zelfstandigen, BS 6 december 2013

Zie ook:
Koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 29 juli 1967