Extra opleiding voor leefloners en werklozen in dienstenchequesector

Dienstenchequejobs moeten gedeeltelijk ingevuld worden door uitkeringsgerechtigde volledig werklozen en leefloners. Een afzonderlijke terugbetalingsregeling moet de opleiding van werknemers uit die doelgroep stimuleren.

Bijzondere terugbetaling

Per kwartaal moet 60% van de 'nieuw aangeworven werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques' een uitkeringsgerechtigde volledig werkloze en/of gerechtigde op een leefloon zijn. Dat geldt voor de aanwervingen van elke exploitatiezetel van de erkende dienstenchequeonderneming.

De maatregel is al van kracht sinds 1 juli 2012. Begin dit jaar werd de doelgroep zelfs uitgebreid. En nu zorgt een KB van 10 oktober 2013 ervoor dat de overschotten van het opleidingsfonds dienstencheques geïnvesteerd worden in de opleiding van werklozen en leefloners die in de sector van de dienstencheques aan de slag zijn.

Dienstenchequeondernemingen kunnen voortaan namelijk een afzonderlijke terugbetaling krijgen voor werknemers uit de 60%-doelgroep die een opleidingstraject volgen.

Bovendien wordt de compensatie van de loonkost voor de werknemer die een interne of externe opleidingen volgt, verhoogd met 1,90 euro - namelijk: van 12,60 naar 14,50 euro. Die stimulans geldt dus niet enkel voor de 60%-doelgroep.

Opleiding

Voor opleidingen van werknemers uit de 60%-doelgroep kan de dienstenchequeonderneming voortaan een afzonderlijke aanvraag tot terugbetaling indienen.

Enkel goedgekeurde externe opleidingen komen in aanmerking. Bovendien is een terugbetaling pas mogelijk nadat de werknemer een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd in de eerste 3 maanden na zijn indiensttreding. Per werknemer is één aanvraag mogelijk.

De terugbetaling bedraagt 150 euro per werknemer die een opleidingstraject van minimum 9 uren heeft gevolgd. Bij een opleidingstraject van minimum 18 uren is dat 350 euro.

Dit bedrag wordt verrekend op het globale budget van het kalenderjaar waarin de dienstenchequewerknemer de opleiding beëindigt. Het wordt dus niet verrekend op het maximumrecht van de onderneming dat voor de andere opleidingen geldt. Indien de onderneming via de bestaande regeling al een terugbetaling heeft gekregen, kan ze wel geen aparte terugbetaling meer krijgen voor het opleidingstraject van de werknemer uit de 60%-doelgroep.

Let op! Indien de onderneming al tussenkomsten ontvangt via andere instanties of organismen, privaat of publiek, met uitzondering van een cofinanciering door een sectoraal opleidingsfonds, dan wordt het bedrag dat men krijgt via de nieuwe regeling verminderd met de tussenkomsten die men al gekregen heeft.

Aanvraag

De aanvraag moet ten laatste ingediend worden op 30 juni van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarin het opleidingstraject afloopt. Indien de aanvraag met het dossier onvolledig is, krijgt de dienstenchequeonderneming 2 maanden de tijd om de aanvraag te vervolledigen.

Het dossier bevat informatie over de onderneming en de gevolgde opleiding. Denk bijvoorbeeld aan het uniek ondernemingsnummer en het nummer van de goedkeuring van de opleiding. Ook bewijsstukken zoals facturen, zitten in het dossier.

Doelgroep

De doelgroep van de maatregel bestaat uit:

1/ Uitkeringsgerechtigde volledig werklozen, namelijk:

de volledig werkloze die, op het ogenblik van de indienstneming, werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt als voltijdse werknemer;

de volledig werkloze die, op het ogenblik van de indienstneming, werkloosheidsuitkeringen ontvangt als vrijwillig deeltijdse werknemer;

hij die in de loop van de maand van indienstneming en de 6 kalendermaanden daaraan voorafgaand, gedurende minstens 78 dagen (gerekend in 6-dagenstelsel), werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangen heeft als voltijdse werknemer, of werkloosheidsuitkeringen ontvangen heeft als vrijwillig deeltijdse werknemer.

2/ Gerechtigden op een leefloon, namelijk:

hij die op het ogenblik van de indienstneming gerechtigd is op een leefloon;

hij die op het ogenblik van de indienstneming gerechtigd is op het equivalent van leefloon. Hiervoor verwijst men naar de wet van 2 april 1965 over het ten laste nemen van de steun die verleend wordt door OCMW?s;

hij die in de 6 maanden voorafgaand aan de maand van indienstneming gedurende minstens 3 maanden gerechtigde was op een leefloon, of een equivalent leefloon.

Let op! werknemers die in de maand vóór hun indienstneming al als dienstenchequewerknemer aan de slag waren bij een andere erkende onderneming, niet beschouwd worden als 'nieuw aangeworven werknemers met een arbeidsovereenkomst dienstencheques'.

In werking

Het KB van 10 oktober 2013 treedt retroactief in werking op 1 oktober 2013. Het verhoogde bedrag van 14,50 euro geldt voor de opleidingen die starten na die datum.

De aanvraag tot terugbetaling voor de opleidingstrajecten die eindigen in 2013 kunnen ingediend worden indien de werknemer in dienst getreden is vanaf 1 juli 2013. Het gaat om een overgangsregeling.

Bron: Koninklijk besluit van 10 oktober 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques, BS 21 oktober 2013

Zie ook:
? Koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 22 december 2001 (art. 2bis van het KB op de dienstencheques)
? Persbericht, ministerraad van 19 juli 2013