Spreekrecht advocaten ingeperkt

Advocaten kunnen geen gebruik maken van het spreekrecht als dat hun cliënt zou kunnen incrimineren. In andere gevallen, bv. als hun cliënt zelf het slachtoffer is, kunnen ze hun spreekrecht wel uitoefenen. Dat blijkt uit een arrest van het Grondwettelijk Hof.

Spreekrecht

Wie een beroepsgeheim heeft, kan zich daar in bepaalde gevallen van ontdoen en de procureur inlichten over specifieke misdrijven (onder meer seksuele) tegen minderjarigen of kwetsbare personen. Dat staat in artikel 458bis Sw. Vroeger gold dat spreekrecht enkel voor wie het slachtoffer zelf had onderzocht of door het slachtoffer in vertrouwen was genomen. Maar de wet van 30 november 2011 heeft dat spreekrecht verruimd. De rechtstreekse band tussen het slachtoffer en de houder van het beroepsgeheim is niet meer nodig. En dat betekent meteen ook dat een advocaat nu een spreekrecht heeft als hij weet heeft van bepaalde misdrijven.

Vernietigingsberoep door Orde van de Vlaamse balies

De Orde van de Vlaamse balies heeft tegen dat verruimde spreekrecht een vernietigingsberoep ingesteld bij het Grondwettelijk Hof. De Orde vindt onder meer dat advocaten niet kunnen gelijkgesteld worden met andere categorieën van personen die een beroepsgeheim hebben, zoals artsen, politieagenten en priesters.

Recht van verdediging

Het Grondwettelijk Hof onderzoekt eerst of advocaten zich inderdaad in een specifieke situatie bevinden.

Centraal hierbij staat het recht van de verdediging van iedere rechtzoekende. Dat recht veronderstelt een vertrouwensrelatie tussen de betrokken persoon en zijn advocaat. En die vertrouwensrelatie kan er alleen komen als de rechtzoekende de waarborg heeft dat wat hij aan zijn advocaat zegt niet zal openbaar gemaakt worden. Het aan de advocaat opgelegde beroepsgeheim is een fundamenteel element van de rechten van de verdediging.

Het Hof constateert op basis hiervan dat de advocaat zich in een situatie bevindt die wezenlijk verschilt van de andere houders van het beroepsgeheim.

Spreekrecht niet redelijk verantwoord

Het beroepsgeheim van de advocaat is dus een algemeen beginsel dat verband houdt met de naleving van fundamentele rechten. Afwijken van het beroepsgeheim kan als dat kan verantwoord worden door een dwingende reden van algemeen belang en indien het opheffen van het geheim daarmee strikt evenredig is.

En dat is niet het geval, vindt het Hof. De bescherming van de fysieke of psychische integriteit van minderjarigen of meerderjarige kwetsbare personen - de reden voor het spreekrecht - is wel een dwingende reden van algemeen belang. Maar die reden kan het spreekrecht van de advocaat niet redelijk verantwoorden als de vertrouwelijke informatie aan de advocaat is meegedeeld door zijn cliënt en voor die mogelijkerwijs incriminerend is.
Door spreekrecht in zo'n geval toe te kennen aan de advocaat heeft de wetgever op onevenredige wijze afbreuk gedaan aan de waarborgen die artikel 6 van het EVRM (recht op een eerlijk proces) aan de rechtzoekende toekent.

Vernietiging

Het Hof beslist daarom artikel 6 van de wet van 30 november 2011 (vervanging artikel 458bis Sw.) te vernietigen, doch enkel in zoverre het van toepassing is op de advocaat die vertrouwelijke informatie van zijn cliënt heeft, dader van het misdrijf, en wanneer die informatie mogelijkerwijs incriminerend is voor die cliënt.

In een dergelijk geval zal de advocaat dus aan zijn beroepsgeheim gehouden zijn. Het spreekrecht van de advocaat blijft wel bestaan als de advocaat op een andere manier aan informatie over een misdrijf komt, bv. van een cliënt-derde of van een cliënt-slachtoffer.

Bron: GwH 26 september 2013, nr. 127/2013

Zie ook:
Wet van 30 november 2011 tot wijziging van de wetgeving wat de verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie betreft, art. 6
Sw., art. 458 en 458bis