Bijverdienen wordt gemakkelijker voor gepensioneerden in overheidssector (art. 75-102 PW)

Vrijwillig werken na de pensioenleeftijd is een van de pijlers van de pensioenhervorming. Dit item uit het regeerakkoord van 1 december 2011 werd eerder al uitgewerkt binnen het pensioenstelsel voor werknemers en zelfstandigen. En nu is de overheidssector aan de beurt.

Principes

Via 2 afzonderlijke KB's werd een onbeperkte cumul ingevoerd voor zelfstandigen en werknemers: wie een beroepsloopbaan van 42 jaar bewijst, kan vanaf zijn 65ste onbeperkt bijverdienen met behoud van pensioen. Voor de overheidssector grijpt men terug naar de programmawet van 28 juni 2013.

Dit betekent dat in het stelsel van de overheidspensioenen 2 principes ingevoerd worden, parallel met de andere stelsels:

De onbeperkte cumul van een pensioen met een beroepsinkomen wordt mogelijk voor wie voldoet aan 2 voorwaarden: 65 jaar zijn en een loopbaan van 42 jaar hebben. Deze gepensioneerden in de overheidssector kunnen voortaan dus onbeperkt bijverdienen.

Voldoet men niet aan deze voorwaarden, dan geldt er wel nog een inkomensgrens. Maar de sanctie bij een eventuele overschrijding (te hoge beroepsinkomsten) wordt afgezwakt. Voortaan zal er enkel nog sprake zijn van een volledige schorsing indien de drempel van de beroepsinkomsten met 25% wordt overschreden. Tot nu was dit 15%. Bovendien wordt die drempel vanaf 2014 geïndexeerd.

Kortom, de wetgever harmoniseert de verschillende pensioenstelsels. In de 3 pensioenstelsels (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren) gebruikt men ook dezelfde definitie voor beroepsinkomsten. Dat is op dit moment niet altijd het geval.

De bestaande uitzonderingsregels worden grotendeels overgenomen. Zo blijven de gewone cumulatieregels niet van toepassing op inkomsten die voortkomen uit een wetenschappelijke of artistieke beroepsactiviteit. Hetzelfde geldt voor inkomsten die voortvloeien uit administratieve of politieke mandaten.

Let op! De cumul van een rustpensioen met een vervangingsinkomen (ook uitkeringen bij loopbaanonderbreking, tijdskrediet en thematisch verlof) zorgt voor een schorsing van het rustpensioen. De cumul met een overlevingspensioen is tot een bepaald bedrag mogelijk gedurende 12 al dan niet opeenvolgende maanden, eventueel in combinatie met een toegelaten beroepsactiviteit waarvoor de grensbedragen van toepassing zijn.

Vereenvoudigingen

De nieuwe programmawet zorgt ook voor een paar vereenvoudigen. Zo zal voor wie in een kalenderjaar onderworpen is aan twee verschillende inkomensgrenzen in principe de meest gunstige drempel gelden. Soms past men een fractionering toe.

En een aantal begrippen en berekeningen worden geharmoniseerd. In een notendop:

enkel het fiscaal criterium wordt gebruikt voor de bepaling van het beroepsinkomen;

het dubbel vakantiegeld wordt niet aangerekend bij de bepaling van het beroepsinkomen;

het enkel vakantiegeld wordt aangerekend in het jaar van uitbetaling in plaats van in het voorgaande jaar;

verbrekings- en ontslagvergoedingen worden als loon aangerekend op de periode waarop ze betrekking hebben;

achterstallen worden in principe niet beschouwd als beroepsinkomsten;

de aangifteplicht bij de 3 pensioendiensten (werknemers, zelfstandigen en ambtenaren) wordt afgeschaft. Behalve voor wie onder de Pensioendienst voor de Overheidssector of het pensioensysteem van de bij Ethias aangesloten gemeenten of de NMBS-Groep valt. Hier zal dat omwille van technische redenen pas in 2015 gebeuren.

Om alles overzichtelijk te houden, kiest de wetgever voor een duidelijke opdeling:

?Cumulatie van één of meerdere rust- of overlevingspensioenen met beroepsinkomsten voor de kalenderjaren die volgen op dit waarin de leeftijd van 65 jaar bereikt wordt?;

?Cumulatie van één of meerdere rustpensioenen of van één of meerdere rust- en overlevingspensioenen met beroepsinkomsten voor de kalenderjaren vóór het kalenderjaar waarin de leeftijd van 65 jaar wordt bereikt?;

?Cumulatie van uitsluitend één of meerdere overlevingspensioenen met beroepsinkomsten voor de kalenderjaren vóór het kalenderjaar waarin de leeftijd van 65 jaar bereikt wordt?;

?Cumulatie van één of meerdere rust- of overlevingspensioenen met beroepsinkomsten voor het kalenderjaar waarin de leeftijd van 65 jaar bereikt wordt?;

?Cumulatie van rust- of overlevingspensioenen met een vervangingsinkomen?.

In werking

Dit onderdeel van de programmawet van 28 juni 2013 treedt globaal genomen retroactief in werking op 1 januari 2013, en is van toepassing op de op 31 december 2012 lopende pensioenen en cumulaties.

De wetgever voorziet ook in een overgangsregeling. Indien de toepassing van de nieuwe regels tot gevolg heeft dat de pensioenbedragen die betrekking hebben op de periode tussen 31 december 2012 en 1 september 2013 verminderen, dan worden voor die periode de pensioenbedragen toegekend volgens de oude regels die van kracht waren op 31 december 2012.

Bron: Programmawet van 28 juni 2013, BS 1 juli 2013 (art. 75-102 PW)

Zie ook:
? Koninklijk besluit van 28 mei 2013 tot wijziging van diverse reglementaire bepalingen betreffende de cumulatie van een pensioen in de werknemersregeling met beroepsinkomsten of met sociale vergoedingen, BS 20 juni 2013
? Koninklijk besluit van 6 juni 2013 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen, BS 18 juni 2013