Fiscus past regels voor berekening bedrijfsvoorheffing aan in KB/WIB 1992

Een KB van 23 mei 2013 stemt de toepassingsregels voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing (BV), die in het KB/WIB 1992 staan, af op de recente wetswijzigingen. Het gaat om de regels voor de berekening van de BV op wettelijke onderbrekingsuitkeringen betaald aan werknemers met een 1/5de loopbaanvermindering, op bezoldigingen betaald aan studenten, op kapitalen en afkoopwaarden in het kader van de aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en het aanvullend pensioen, en op inkomsten van niet-inwoners. De nieuwe regels zijn van toepassing op de inkomsten die betaald of toegekend zijn vanaf 1 juli 2013..

Wettelijke onderbrekingsuitkeringen

Wettelijke onderbrekingsuitkeringen betaald of toegekend aan werknemers die deeltijds hun beroepsloopbaan onderbreken, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 17,5% (zonder vermindering).

Onder meer bij een 1/5de loopbaanvermindering, in uitvoering van artikel 4 (i.p.v. art. 5) en artikel 6 van het ?KB van 12 december 2001 over het stelsel tijdskrediet, loopbaanvermindering', die aanvangt vanaf 1 juni 2007, wordt het tarief van 17,5% verhoogd tot 35%. Deze maatregel geldt niet voor werknemers in 1/5de loopbaanvermindering die uitsluitend samenwonen met één of meerdere kinderen die zij ten laste hebben.

De fiscus heeft in de vorige paragraaf de oorspronkelijke verwijzing naar artikel 5 van het ?KB van 12 december 2001' vervangen door een verwijzing naar artikel 4 van datzelfde KB. Artikel 5 werd nl. al eerder opgeheven.

Studenten

Er is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd op bezoldigingen betaald of toegekend aan studenten die, in het kader van een ?schriftelijke arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten', per kalenderjaar niet meer dan 50 arbeidsdagen tewerkgesteld zijn. Dit op voorwaarde dat voor die bezoldigingen geen bijdragen ter uitvoering van de wetgeving over de sociale zekerheid, met uitzondering van de solidariteitsbijdrage, verschuldigd zijn.

In deze regeling vervangt het KB van 23 mei 2013 de term ?schriftelijke arbeidsovereenkomst' door ?schriftelijke arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten'.

Aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en aanvullend pensioen

Er is een bedrijfsvoorheffing van 18,17% (zonder vermindering) verschuldigd op kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in artikel 171, 4°, f, WIB 1992 (aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en aanvullend pensioen), in zover het om kapitalen gaat die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd aan de werknemer of bedrijfsleider op de leeftijd van 61 jaar.

Er is een bedrijfsvoorheffing van 20,19% (zonder vermindering) verschuldigd op de kapitalen en afkoopwaarden als vermeld in artikel 171, 4°, f, WIB 1992 (aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood en aanvullend pensioen), in zover het om kapitalen gaat die door werkgeversbijdragen of bijdragen van de onderneming zijn gevormd en bij leven worden uitgekeerd:

aan de werknemer of de bedrijfsleider op de leeftijd van 60 jaar;

aan de werknemer naar aanleiding van de pensionering als bedoeld in artikel 27, § 3, van de wet aanvullende pensioenen (betaalde sportbeoefenaars), vóór het bereiken van de leeftijd van 61 jaar.

Inkomsten niet-inwoners

Op de inkomsten van niet-inwoners, vermeld in artikel 87, 5°, f van het KB/WIB 1992, moet (na aftrek van een forfaitair bedrag voor kosten dat gelijk is aan 50% van het brutobedrag van de inkomsten) 33% bedrijfsvoorheffing worden berekend. M.a.w. de BV bedraagt 16,5% van het brutobedrag van de inkomsten.

Het gaat hier om twee extra categorieën van inkomsten die belastbaar gesteld werden in de BNI (art. 228, § 3, WIB 1992; ingevoegd bij art. 60, 7°, wet van 13 december 2012):

inkomsten ten laste van Belgische inwoners, publieke personen of Belgische inrichtingen van niet-inwoners waarvoor België volgens een dubbelbelastingverdrag heffingsbevoegd is, zijn op basis van het Belgische interne recht enkel belastbaar wanneer ze ontvangen worden door rijksinwoners. Voortaan zijn die inkomsten ook in België belastbaar wanneer ze worden ontvangen door niet-inwoners;

gelijkaardige inkomsten als in de eerste categorie, maar dan zonder dat op die inkomsten een dubbelbelastingverdrag van toepassing is. Deze inkomsten zijn enkel belastbaar in België als ze niet werkelijk zijn belast in het land waar de begunstigde van de inkomsten zijn fiscale domicilie heeft.

In werking

Het KB van 23 mei 2013 is van toepassing op de vanaf 1 juli 2013 betaalde of toegekende inkomsten.

Bron: Koninklijk besluit van 23 mei 2013 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing, BS 30 mei 2013.