Rechter informeert werkgever over verkrachting, prostitutie en zedenfeiten

Vanaf 2 mei 2013 kan een rechter beslissen om vonnissen m.b.t. zedenfeiten, prostitutie, verkrachting en aanranding van de eerbaarheid door te sturen naar de werkgever, de rechtspersoon of de autoriteit die het tuchtrechtelijk gezag uitoefent over de veroordeelde. En dat wanneer de dader wegens zijn hoedanigheid of beroep contact heeft met minderjarigen. Met deze maatregel wil de wetgever minderjarigen extra beschermen en vermijden dat veroordeelden een job kunnen blijven uitoefenen zonder dat de werkgever weet heeft van een veroordeling.

De rechter kan hierover ambtshalve beslissen of op verzoek van de burgerlijke partij of het openbaar ministerie. Maar hij neemt die beslissing niet zo maar. In een ?met bijzondere redenen omklede beslissing' geeft hij aan waarom de maatregel wel degelijk noodzakelijk is. Hij baseert zich daarbij op de ernst van de feiten, het resocialisatievermogen van de veroordeelde, het risico op recidive of de mate waarin de betrokkene in contact komt of kan komen met kinderen.

De werkgever, rechtspersoon of autoriteit krijgt ook niet het volledige vonnis toegestuurd, maar alleen het strafrechtelijk gedeelte van het beschikkend gedeelte.

De mogelijkheid om het vonnis door te sturen naar derden, komt bovenop de huidige maatregelen die bijkomend kunnen worden opgelegd in geval van een veroordeling voor aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, bederf van de jeugd en prostitutie, gepleegd op minderjarigen. Het Strafwetboek (artikels 382, 382bis en 382ter) laat rechters immers nu al toe om daders, naast een gevangenisstraf en geldboete, onder meer te ontzetten uit hun rechten of hen een beroepsverbod op te leggen.

Bron: Wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, BS 22 april 2013.

Zie ook
Strafwetboek (art. 372 tot 377, art. 379 tot 380ter en art. 381)
Wetsvoorstel tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie (Carina Van Cauter, Karine Lalieux, Marie-Christine Marghem, e.a.), Parl. St. Kamer 2012, nr. 53K2275/001.