Uitleg bij nieuwe voornaamsveranderingsprocedure

Minister van Justitie Geens licht de nieuwe voornaamsveranderingsprocedure toe. Zij geldt sinds 1 augustus 2018. Vanaf dan zijn de ambtenaren van de burgerlijke stand bevoegd voor de voornaamsverandering, niet meer de minister van Justitie.

In zijn omzendbrief geeft de minister eerst meer uitleg bij de materiële, internationale en persoonlijke bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Bij de materiële bevoegdheid wijst de minister erop dat de ambtenaren een duidelijk onderscheid moeten maken tussen het veranderen en het verbeteren van de voornaam. Beide procedures zijn verschillend.
Bij de internationale bevoegdheid wordt verduidelijkt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand enkel de voornaam kan wijzigen van mensen met de Belgische nationaliteit én van vreemdelingen met de hoedanigheid van vluchteling of staatloze met gewone verblijfplaats in België. Hij kan dat ook doen bij mensen met meerdere nationaliteiten, waaronder de Belgische. Voor andere mensen zonder de Belgische nationaliteit is hij alleen bevoegd als zij een verzoek voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit hebben ingediend en geen voornaam hebben.
Wat de territoriale bevoegdheid betreft: de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand is in beginsel die van de gemeente waar de persoon op wie de voornaamsverandering betrekking heeft, is ingeschreven in het bevolkingsregister (of in het vreemdelingen- of wachtregister). Voor wie niet meer in België verblijft gaat het om de ambtenaar van de gemeente waar men het laatst is ingeschreven. Is dat nooit gebeurd, dan is de ambtenaar van de burgerlijke stand van Brussel bevoegd.

Andere punten die aan bod komen in de omzendbrief zijn

de handelingsbekwaamheid van de verzoeker;

de ontvangst van het verzoek. Over de vorm waarin het verzoek moet geformuleerd worden is wettelijk niets geregeld. Omwille van de rechtszekerheid vraagt Geens dat de voornaamsverandering wordt gevraagd via een schriftelijke, gedagtekende en ondertekende verklaring met precieze vermelding van de gevraagde vervangende voornaam of voornamen. Daarvoor heeft hij twee modellen van verklaring van voornaamsverandering opgesteld: een voor de ?gewone? voornaamsveranderingen en een aangepast model voor transgenders.

De minister geeft ook meer uitleg bij de manier waarop de ambtenaar van de burgerlijke stand zijn nieuwe bevoegdheid precies moet uitoefenen. Hij wijst erop dat de beoordeling van de voorwaarden voor voornaamsverandering volledig bij de ambtenaar van de burgerlijke stand ligt, net zoals dit ook het geval is bij de aangifte van de geboorte. De ambtenaar ziet erop toe dat de nieuwe voornaam geen aanleiding geeft tot verwarring en de verzoeker of derden niet kan schaden. De minister wijst er ook op dat de ambtenaar de gerechtelijke antecedenten moet nagaan van de persoon op wie het verzoek betrekking heeft, niet van zijn eventuele wettelijke vertegenwoordiger. Dit kan via raadpleging van het Centraal strafregister. Enkel definitieve veroordelingen voor zware inbreuken, lichtere misdrijven maar chronisch, of specifieke misdrijven (bv. oplichting, aanmatiging van naam) zouden eventueel een beletsel kunnen vormen voor een voornaamsverandering. De minster legt tot slot ook vast hoe de ambtenaar van de burgerlijke stand de aanvragen voor voornaamsverandering van transgenders moet aanpakken.

Andere punten die nog aan bod komen zijn:

de beslissing: aanvaarding of weigering;

de vordering bij de familierechtbank bij een weigeringsbeslissing en hoe de rechterlijke beslissing wordt bekendgemaakt en overgeschreven;

de retributie; en

de samenloop van een eerder ingediend verzoek bij Justitie en een nieuw ingediend verzoek bij de gemeente en de informatieuitwisseling hieromtrent.

Bron: Omzendbrief van 11 juli 2018 betreffende de wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, waarbij de bevoegdheid inzake verandering van voornamen wordt overgedragen aan de ambtenaren van de burgerlijke stand en de voorwaarden en de procedure ervan worden geregeld, BS 18 juli 2018

Zie ook:
Wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen
Wet van 18 juni 2018 houdende diverse bepalingen inzake burgerlijk recht en bepalingen met het oog op de bevordering van alternatieve vormen van geschillenoplossing, BS 2 juli 2018 (art. 119 e.v.)