Straf onder elektronisch toezicht duurt altijd minstens één maand (art. 8 Verzamelwet Strafzaken)

Een ?autonome straf onder elektronisch toezicht? van minder dan één maand, is praktisch gezien onhaalbaar. Het principe uit het Strafwetboek dat rechters de mogelijkheid geeft om de wettelijke minimumduur bij verzachtende omstandigheden te verminderen, kan onmogelijk worden toegepast. Het wordt daarom geschrapt.

Autonome straf onder elektronisch toezicht

Sinds 1 mei 2016 kunnen rechters een ?straf onder elektronisch toezicht? opleggen als hoofdstraf. Zij het alleen wanneer het betrokken feit van die aard is om gestraft te worden met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar. Bij gijzelneming, verkrachting en seksuele misdrijven, seksuele misdrijven met betrekking tot minderjarigen, doodslag en roofmoord is een straf onder elektronisch toezicht echter uitgesloten.

De straf onder elektronisch toezicht heeft dezelfde duur als de gevangenisstraf die de rechter anders zou opleggen en die van toepassing kan worden wanneer het elektronisch toezicht niet kan worden uitgevoerd. De rechter moet evenwel rekening houden met de wettelijke minimum- en maximumduur. Het Strafwetboek stelt immers uitdrukkelijk dat een straf onder elektronisch toezicht alleen kan worden opgelegd voor een duur van minstens een maand en maximum een jaar.

Minstens een maand om praktische redenen

De verplichte minimumduur van een maand werd ingevoerd om praktische redenen. Er komt immers heel wat kijken bij de beslissing om iemand met een enkelband naar huis te sturen. Niet alleen administratief (contact met justitiehuizen, communicatie over procedure,?) ook organisatorisch vergt de toepassing heel wat (plaatsing enkelband, bewakingsbox installeren, controle, enz.). Er zijn heel wat mensen en middelen bij betrokken waardoor het van fundamenteel belang is om ze adequaat in te zetten.

Verzachtende omstandigheden

Het Strafwetboek laat rechters echter toe bij verzachtende omstandigheden een straf onder elektronisch toezicht op te leggen die minder lang duurt dan een maand (zonder dat de straf lager mag zijn dan een politiestraf). In de praktijk is dit echter onhaalbaar. De wetgever heeft dan ook beslist om deze mogelijkheid, voorzien in artikel 85 van het Strafwetboek, op te heffen.

Opvallend. Artikel 37ter §2 van het Strafwetboek blijft evenwel onaangeroerd en stelt nog steeds het volgende: 'De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens een maand en ten hoogste een jaar. De strafrechter kan overeenkomstig artikel 85 rekening houden met verzachtende omstandigheden, zonder evenwel de duur van het elektronisch toezicht als autonome straf te bepalen op minder dan één maand'.

In werking?

Dit onderdeel van de wet van 11 juli 2018 houdende diverse bepalingen inzake strafzaken treedt in werking op 28 juli, 10 dagen na publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Bron: Wet van 11 juli 2018 houdende diverse bepalingen in strafzaken, BS 18 juli 2018. (art. 8 Verzamelwet Strafzaken)