Vrederechter bevoegd voor vorderingen tot 5.000 euro (art. 27 en 28 Wet Werklastvermindering Justitie)

De bevoegdheid van de vrederechter wordt uitgebreid: vanaf 1 september 2018 is hij bevoegd voor vorderingen tot 5.000 euro. Tot nu lag de grens op 2.500 euro. Met deze forse verhoging wil de wetgever de stilzwijgende werklastverschuiving van de laatste jaren van vredegerechten naar rechtbanken van eerste aanleg ongedaan maken. En natuurlijk ook de beslissingen over kleinere zaken opnieuw dichter bij de rechtzoekende brengen.

Vonnissen waarbij de vrederechter uitspraak doet over vorderingen tot 2000 euro zijn steeds in eerste en meteen ook laatste aanleg. Hoger beroep is dus niet mogelijk. Tot nu lag de grens op 1.860 euro. Ook dit zal voor een werklastvermindering zorgen bij de rechtbanken van eerste aanleg.

De artikelen 27 en 28 van de wet van 25 mei 2018 treden in werking bij de start van het nieuw gerechtelijk jaar, op 1 september 2018.

Bron: Wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, BS 30 mei 2018 (art. 27 en 28 Wet Werklastvermindering Justitie)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 590 en 617)