Incidenteel beroep alleen nog mogelijk in eerste conclusie (art. 41-43 en 45 Wet Werklastvermindering Justitie)

De wetgever brengt enkele veranderingen aan de regels rond het hoger beroep. Het 'uitgelokt hoger beroep' krijgt een wettelijke bevestiging. En het incidenteel beroep kan niet langer op elk moment ingesteld worden. Andere wijzigingen gaan onder meer over de onsplitsbare geschillen.

'Uitgelokt hoger beroep'

De wetgever verankert het 'uitgelokt hoger beroep' in het Gerechtelijk Wetboek en legt ook de termijn vast waarbinnen dit beroep kan ingesteld worden.

Het kan gebeuren dat een partij die geen belang heeft om een hoger beroep in te stellen, de termijn om een hoofdberoep in te stellen laat voorbijgaan. Ze kan echter wel een belang krijgen wanneer zij bijvoorbeeld zelf in hoger beroep wordt gedaagd. Probleem is wel dat zij - omdat haar beroepstermijn is verstreken - zelf geen beroep meer kan instellen. Om dit probleem op te lossen, wordt nu in de wetgeving voorzien dat - in het geval waar het hoger beroep slechts tegen bepaalde partijen wordt ingesteld - die partijen een nieuwe termijn krijgen om hoger beroep aan te tekenen tegen de andere partijen. Ook die termijn bedraagt - net als het hoofdberoep - één maand. Hij begint te lopen vanaf de dag van de betekening of de kennisgeving van de eerste akte van hoger beroep.

Incidenteel beroep

Tot nu kon een gedaagde in hoger beroep op elk moment incidenteel beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep. Dat verandert nu: hij moet zijn incidenteel beroep instellen in de eerste conclusie na het hoofdberoep of incidenteel beroep tegen hem.

Onsplitsbaar geschil

Bij een onsplitsbaar geschil moet het hoger beroep gericht worden tegen alle partijen van wie het belang in strijd is met dat van de eiser in hoger beroep. De eiser in hoger beroep moet bovendien de andere niet in beroep komende, niet in beroep gedagvaarde of niet opgeroepen partijen in de zaak betrekken. Ten laatste voor de sluiting van de debatten. De regel dat dit in elk geval moet gebeuren binnen de gewone termijnen van hoger beroep wordt geschrapt.

Bevoegdheidsincidenten

Volgens art. 1070 Ger.W. er is nog een beroep mogelijk tegen een beslissing waarbij de rechtbank van eerste aanleg in tweede aanleg beslist over een zaak die tot haar bevoegdheid behoort. Een dergelijke situatie doet zich bv. voor wanneer een vrederechter heeft beslist over een geschil dat niet tot zijn bevoegdheid behoort, maar wel tot die van de rechtbank van eerste aanleg. De rechtbank van eerste aanleg beslist dan in tweede aanleg over de zaak. Als het geschil effectief tot haar bevoegdheid behoort, is - volgens de huidige regels - tegen haar beslissing dus nog hoger beroep mogelijk.

De wetgever schrapt dit artikel nu omdat het niet past in het algemene mechanisme van de regeling van bevoegdheidsincidenten. En omdat het drie graden van aanleg biedt.

Inwerkingtreding

Deze nieuwe regels zijn in werking getreden op 9 juni 2018. Bij bepaalde nieuwigheden is voorzien in een overgangsregeling.

Bron: Wet van 25 mei 2018 tot vermindering en herverdeling van de werklast binnen de rechterlijke orde, BS 30 mei 2018 (art. 41-43 en 45 Wet Werklastvermindering Justitie)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek (art. 1051, 1053, 1054 en 1070)