Bijdrageregeling voor zelfstandigen verder versoepeld

Een wet van 18 februari 2018 bundelt 'diverse bepalingen' in verband met de sociale bijdragen voor zelfstandigen:

vier nieuwe drempels voor de vermindering van de voorlopige sociale bijdragen;

een lagere inkomensdrempel voor de berekening van de definitieve minimumbijdrage van starters tijdens de vier eerste opeenvolgende kwartalen, en tijdens dezelfde periode worden twee nieuwe drempels ingevoerd voor de vermindering van de voorlopige bijdragen.

Nieuwe drempels

Er komen in het sociaal statuut van de zelfstandigen vier nieuwe drempels voor de vermindering van de voorlopige sociale bijdragen voor alle categorieën van zelfstandigen. Met ingang van 1 januari 2018: 17.072,56 euro, 21.510,08 euro, 38.326,61 euro en 54.202,01 euro.

Namelijk: twee drempels die liggen tussen de twee bestaande drempels voor de zelfstandigen in hoofdberoep, en twee drempels die hoger liggen dan de huidige hoogste drempel. Men kan voortaan dus een bijdragevermindering vragen op basis van zes wettelijk vastgestelde drempels, in plaats van slechts twee drempels voordien.

14.664,60 (niet geïndexeerd) (54.202,01 in 2018);

10.369,44 (niet geïndexeerd) (38,326,61 in 2018);

7.332,30 (niet geïndexeerd) (27.101,00 in 2018);

5.819,65 (niet geïndexeerd) (21.510,08 in 2018);

4.619,06 (niet geïndexeerd) (17.072,56 in 2018);

3.666,15 (niet geïndexeerd) (13.550,50 in 2018).

De nieuwe drempels worden ingeschreven in het sociaal statuut van de zelfstandigen. Voor een totaaloverzicht kunnen we verwijzen naar de website van de RSVZ.

Uit de praktijk bleek dat de huidige drempels niet volstaan. Bijvoorbeeld: een zelfstandige verdiende 23.000 euro (jaar N-3), zodat de voorlopige bijdragen (jaar N) worden berekend op dat inkomen. Maar wanneer zijn inkomen (jaar N) maar 16.000 euro bedraagt, kan hij geen verminderde voorlopige bijdragen aanvragen. Want de wet voorzag in dit geval enkel in een vermindering tot op het niveau van de minimumbijdrage (13.296,25 euro voor 2017) en het inkomen ligt hoger dan dat bedrag. Pas bij de regularisatie wordt het teveel betaalde terugbetaald.

Door wettelijke drempels aan de regeling toe te voegen, kan men de voorlopige bijdragen voortaan nog beter afstemmen op de realiteit (van het jaar N zelf), wat altijd al één van de hoofddoelstellingen van de hervorming van de bijdragenberekening geweest is. Voor extra voorbeelden kunnen we verwijzen naar het bijhorend verslag. Ook in de memorie van toelichting staan heel wat voorbeelden.

Starters

Er wordt een nieuwe minimumdrempel ingevoegd voor de sociale bijdragen van 'starters' (in het eerste jaar van activiteit). Dat zijn zelfstandigen in hoofdberoep die een zelfstandige activiteit aanvatten of hernemen, voor zover ze niet aangesloten geweest zijn als zelfstandige in hoofdberoep in de loop van de twintig voorgaande kwartalen.

De inkomensdrempel die als basis dient voor de berekening van de definitieve minimumbijdrage van de 'starter' wordt verlaagd tot 6.997,55 euro (bedrag in 2018), in plaats van 13.550,50 euro (bedrag in 2018) gedurende de vier eerste opeenvolgende kwartalen van onderwerping in hoofdberoep. Vanaf het tweede jaar (of het vijfde kwartaal van onderwerping) en voor alle volgende jaren, gebeurt de berekening van de minimumbijdrage opnieuw minstens op het minimuminkomen van 3.666,15 euro (13.550,50 euro in 2018).

Wat de toekenning van sociale rechten betreft, opent de nieuwe minimale sociale bijdrage die de starter verschuldigd is gedurende de eerste vier opeenvolgende kwartalen van onderwerping, dezelfde rechten aan dezelfde voorwaarden als de huidige minimumbijdrage.

Bovendien introduceert men tijdens diezelfde periode twee nieuwe drempels voor de vermindering van de voorlopige bijdragen, naast de nieuwe drempel voor het minimuminkomen voor de berekening van de definitieve bijdrage van de starters. Gedurende de eerste vier kwartalen zal hij bijgevolg kunnen vragen om zijn voorlopige bijdragen aan te passen op basis van de twee nieuwe minimumbijdragen (1.893,22 euro en 2.444,10 euro, niet geïndexeerd).
Bedoeling is om het ondernemerschap te stimuleren door de sociale bijdragen beter af te stemmen op de financiële situatie in het begin van een activiteit in hoofdberoep.

De starter die de nodige bewijsstukken - zoals het bedrag van de investeringen en de raming van de inkomsten - voorlegt, kan dus vragen om voorlopige bijdragen te betalen die tijdens zijn vier eerste kwartalen van activiteit gelijk zijn aan de bijdragen die verschuldigd zijn op basis van de volgende inkomensdrempels:

1.893,22 euro (niet geïndexeerd) (6.997,55 euro in 2018);

2.444,10 euro (niet geïndexeerd) (9.033,67 euro in 2018).

Samengevat (voor starters):

De starter zal in begin van activiteit een voorlopige minimumbijdrage betalen op basis van de bestaande drempel voor het minimuminkomen voor zelfstandigen in hoofdberoep (13.550,50 euro in 2018).

Maar bij de berekening van de definitieve bijdragen zal een nieuwe gunstige drempel van toepassing zijn. De definitieve bijdrage voor de eerste vier kwartalen activiteit zal minstens worden berekend op het minimuminkomen van 6.997,55 euro (bedrag in 2018).

Vanaf het tweede jaar van activiteit zal de berekening van de definitieve bijdragen opnieuw gebeuren op basis van het huidige minimuminkomen van de zelfstandige in hoofdberoep.

We noteren ook nieuwe drempels voor de vermindering van de voorlopige bijdragen. En dat geldt ook voor starters die al onderworpen waren als zelfstandige in bijberoep of als student-zelfstandige. Hetzelfde geldt voor een helper of meewerkende echtgenoot die beslist om zijn loontrekkende activiteit stop te zetten en zich te onderwerpen in hoofdberoep.

Tot slot bevat de nieuwe verzamelwet nog enkele technische aanpassingen in de wetgeving inzake het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) en in de wetgeving inzake het overbruggingsrecht.

In werking

De nieuwe wet van 18 februari 2018 treedt globaal genomen in werking op 1 april 2018. Maar het onderdeel met de vier nieuwe drempels heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2018 en is van toepassing voor de berekening van de sociale bijdragen die verschuldigd zijn voor de kwartalen vanaf het eerste kwartaal 2018.

Deze wet is ook van toepassing op zelfstandigen in hoofdberoep die hun activiteit zijn begonnen na 30 juni 2017 en vóór 1 april 2018, voor de berekening van de sociale bijdragen verschuldigd voor de kalenderkwartalen vanaf het tweede kwartaal 2018.

Bron: Wet van 18 februari 2018 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de sociale bijdragen van de zelfstandigen, BS 2 maart 2018