Vordering tot aanvulling bij benadeling (art. 42 en 43 Wet nieuw erfrecht)

Verdelingen kunnen alleen nog worden vernietigd bij geweld of bedrog. Niet meer bij benadeling. In de plaats daarvan komt er bij benadeling een vordering tot aanvulling.

Vordering tot aanvulling

Als een mede-erfgenaam kan bewijzen dat hij bij de verdeling voor meer dan een vierde is benadeeld, kan hij tegen de anderen een vordering instellen tot aanvulling van het deel dat hij bij de verdeling heeft gekregen. Een vordering tot vernietiging van de verdelingsakte is niet meer mogelijk. Omdat dit voor heel wat rechtsonzekerheid zorgt.

Aanvulling

De aanvulling gebeurt in geld. Partijen kunnen wel anders overeenkomen.

Verjaring

De vordering tot aanvulling verjaart na vijf jaar vanaf de datum van de verdeling. Bij gedeeltelijke opeenvolgende verdelingen is dat na vijf jaar vanaf de datum van afsluiting van de verdeling.

Verdeling

In principe is een vordering tot aanvulling mogelijk tegen elke handeling - hoe ze ook wordt benoemd - die de onverdeeldheid onder mede-erfgenamen doet ophouden.

Bij opeenvolgende gedeeltelijke verdelingen wordt de benadeling pas beoordeeld bij de afsluiting van de verdeling

Dading

Als de verdeling deel uitmaakt van een dading, is geen vordering tot aanvulling mogelijk ten aanzien van die dading.

Inwerkingtreding

De nieuwe wet van 31 juli 2017 treedt in werking op 1 september 2018.

Bron: Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017 (art. 42 en 43 Wet nieuw erfrecht)

Zie ook:
Burgerlijk Wetboek (art. 887 en 888)