Strafboetes pak duurder door verhoging opdecimes (art. 59-60 PW 2017)

Op 1 januari 2017 stijgen de opdecimes voor strafrechtelijke geldboeten van 50 naar 70. Dit betekent dat de boetes uit het Strafwetboek en de bijzondere wetten en reglementen niet meer met factor 6 maar met factor 8 moeten worden vermenigvuldigd.

Wie dus bijvoorbeeld door de politierechter wordt veroordeeld tot een geldboete van 110 euro zal in werkelijkheid 880 euro (110 x 8) moeten betalen. 30% meer dan vorig jaar, toen diezelfde boete 'slechts' 660 euro (110 x 6) bedroeg.

De wijzigingen maken deel uit van de Programmawet 2017. Concreet wordt artikel 1, eerste en tweede lid van de Opdeciemenwet Strafrechtelijke Geldboeten van 5 maart 1952 aangepast. Met de extra inkomsten wil de wetgever de hervormingen bij justitie verder realiseren en het vervolgingsbeleid versterken.

De stijging van de opdeciemen komt trouwens niet alleen. De Programmawet van 25 december 2016 verhoogt bijvoorbeeld ook de geldboete van verkeerszondaars die hun minnelijke schikking niet willen betalen. Het bedrag wordt daar opgetrokken met 35%. Maar hierover meer in latere berichtgeving.

Bron: Programmawet van 25 december 2016, BS 29 december 2016. (art. 59-60 PW 2017)

Zie ook
Wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, BS 3 april 1952.