Elektronische identiteitsverificatie bij derdebetalersregeling

Wanneer zorgverleners de derdebetalersregeling toepassen moeten ze de identiteit van hun patiënt verifiëren op het ogenblik van de verstrekking. Facturen ze elektronisch aan het ziekenfonds dan moet die verificatie gebeuren door de elektronische lezing van een identiteitsdocument. Het Riziv legt nu vast hoe dat precies verloopt.

Derdebetalersregeling

Heel wat zorgverleners passen de derdebetalersregeling toe voor hun patiënten. Zij is bijvoorbeeld van toepassing bij een ziekenhuisopname of bij de apotheker. Ook huisartsen zijn verplicht om in een aantal gevallen de derdebetalersregeling toe te passen. Bijvoorbeeld bij mensen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming.

Zorgverleners die bij de derdebetalersregeling elektronisch factureren aan de ziekenfondsen - via het netwerk MyCareNet - moeten de identiteitsdocumenten elektronisch inlezen. Althans, in zoverre die elektronisch lezing al toepasselijk is. Een KB zal voor elke categorie zorgverleners vastleggen vanaf wanneer de elektronische lezing toepasselijk is.

Identiteitsdocumenten

Zorgverleners die de identiteit van hun patiënt moeten verifiëren via elektronische lezing van een identiteitsdocument kunnen dat doen op basis van vier soorten documenten:

een geldige Belgische eID, een geldige elektronische vreemdelingenkaart of een geldig elektronisch verblijfsdocument;

een geldig attest van verlies of diefstal van een van die documenten;

een geldige ISI+-kaart (voor wie geen geldig identiteitsbewijs kan krijgen of voor kinderen); of

een geldig attest van sociaal verzekerde (bv. in afwachting van een nieuwe ISI+-kaart).

De sociaal verzekerden zijn verplicht om een van die documenten voor te leggen. Doen ze dat niet, dan kan de zorgverlener de derdebetalersregeling niet toepassen.

Bij elk contact

Regel is dat de zorgverlener het identiteitsdocument elektronisch inleest bij elk patiëntencontact waarbij hij de derdebetalersregeling zal toepassen. Maar hierop zijn wel uitzonderingen mogelijk.

Bij documenten met een chip leest de zorgverlener de chip in.

Bij documenten zonder chip zijn er twee mogelijkheden. Ofwel leest de zorgverlener een streepjescode in (als dat mogelijk is), ofwel voert hij de vereiste gegevens manueel in. Die keuze heeft hij ook bij problemen met zijn kaartlezer.

Bij panne van het informaticasysteem kan de zorgverlener alsnog het papieren getuigschrift voor verstrekte hulp gebruiken. Ofwel de elektronische facturering uitstellen. In dat geval voert hij de vereiste gegevens manueel in.

Geregistreerde gegevens

Bij het elektronisch inlezen van het document worden volgende zaken geregistreerd:

de aard van het identiteitsdocument (of het ziekenfondsvignet) en eventueel het serienummer van de drager;

het type gegevensopvang (chip of streepjescode);

bij gebruik van een kleefvignet, de reden daarvoor. Er zijn twee mogelijke redenen: ofwel heeft de patiënt geen van de in aanmerking komende identiteitsdocumenten ofwel is de patiënt niet aanwezig bij de verstrekking en is dat ook niet nodig);

de datum en het uur van de gegevensopvang.

Wanneer de zorgverlener de gegevens manueel invoert omdat het elektronisch niet lukt, voert hij het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) van de patiënt in en eventueel het serienummer van het voorgelegde identiteitsdocument of vignet. De datum en het uur van de manuele invoering worden geregistreerd. De zorgverlener moet ook de reden voor de manuele invoering registreren. Er zijn drie mogelijke redenen: onbeschikbaarheid van de kaartlezer, geen chip op het identiteitsdocument en panne van het informaticasysteem.

Geen hergebruik

De zorgverlener mag de gegevens die geregistreerd zijn bij een eerder contact niet hergebruiken.

Bewijsstuk

Zorgverleners bezorgen aan de patiënt bij wie de derdebetalersregeling wordt toegepast een bewijsstuk van de verrichte verstrekkingen. Een kopie daarvan moet kunnen gelinkt worden aan de uitgevoerde identiteitsverificatie voor die verstrekkingen.

Verpleegkundigen

Er zijn enkele specifieke regels voor de elektronische lezing van de identiteitsdocumenten door verpleegkundigen.

Normaal gezien moet de identiteitsverificatie gebeuren op het moment van de verstrekking. Maar in verzorgingsinstellingen waar de instellingsverantwoordelijke de identiteitsdocumenten van de bewoners bewaart, kan de verpleegkundige de documenten inlezen op de dag dat de verstrekkingen zijn verleend. Dus verificatie hoeft niet onmiddellijk te gebeuren. Er kan gewacht worden tot alle zorgen zijn verleend.

Inwerkingtreding

De nieuwe verordening van het Riziv treedt in werking op 13 november 2016.

Bron: Verordening van 3 oktober 2016 tot wijziging van de verordening van 28 juli 2003 tot uitvoering van artikel 22, 11° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, BS 3 november 2016

Zie ook:
GVU-wet (art. 56)
Koninklijk besluit van 18 september 2015 tot uitvoering van artikel 53, § 1 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, betreffende de derdebetalersregeling