Internering alleen nog voor meer ernstige misdrijven (art. 150 Potpourri III-wet)

De feiten waarvoor de onderzoeks- en vonnisgerechten een internering kunnen uitspreken, worden beperkt. Bedoeling is om de internering zoveel mogelijk te focussen op mensen waarvoor deze veiligheidsmaatregel echt nodig is en tegen wie de maatschappij en de slachtoffers beschermd moeten worden.

Aantasting of bedreiging van integriteit

Internering kan alleen bij misdaden en bij wanbedrijven die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt. Hieronder valt ook de aantasting of bedreiging van de seksuele integriteit.

Door internering ook toe te staan bij bedreiging van de integriteit kan die maatregel ook voor feiten die wijzen op de gevaarlijkheid van de pleger, zonder dat de integriteit van iemand is aangetast. Het kan bv. gaan om feiten waarbij - al dan niet toevallig - geen slachtoffers zijn gevallen, bv. brandstichting, bomaanslag of gooien van een bijtend zuur.

Het is aan het onderzoeksgerecht of het vonnisgerecht om op een gemotiveerde wijze te beoordelen of het feit de fysieke of psychische integriteit van derden heeft aangetast of bedreigd. De rechter beslist hier dus soeverein over.

Andere voorwaarden

Aan de andere voorwaarden voor internering verandert er niets. Internering kan wanneer de betrokkene op het moment van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast. En er moet een gevaar bestaan dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis - eventueel in samenhang met andere risicofactoren - opnieuw misdaden of wanbedrijven zou plegen die de fysieke of psychische integriteit van iemand aantasten of bedreigen.

Vroeger

Tot nu kon internering voor elke misdaad en voor elk wanbedrijf waarop een gevangenisstraf staat. Dit criterium liet toe om voor relatief lichte feiten de internering - die voor onbepaalde duur is - te bevelen. Nu kan dat dus niet meer.

Inwerkingtreding

Artikel 150 van de wet van 4 mei 2016 wijzigt art. 9 van de interneringswet van 5 mei 2014. Het is in werking getreden op 23 mei 2016. De interneringswet zelf treedt pas in werking op 1 oktober 2016.

Bron: Wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (art. 150 Potpourri III-wet)

Zie ook:
Wet van 5 mei 2014 betreffende de internering (art. 9)