Versoepeling moederschapsverlof voor zelfstandigen vanaf 1 januari 2017

Het moederschapsverlof voor zelfstandigen wordt uitgebreid 'om beter rekening te houden met de bijzonderheden van hun professionele situatie'. De duur van de moederschapsrust wordt verlengd en tijdens de facultatieve periode van moederschapsrust kan de zelfstandige haar normale beroepsactiviteit halftijds uitoefenen.

Let wel, de nieuwe regels treden pas in werking op 1 januari 2017. Ze zijn van toepassing op elke moederschapsrust die vanaf die datum aanvat.

3 versoepelingen

Het gaat om 3 versoepelingen:

1/ De duur van de moederschapsrust wordt verlengd van 8 tot 12 weken (9 tot 13 weken bij de geboorte van een meerling). Maar die verlenging betreft enkel de facultatieve periode van de moederschapsrust. De verplichte periode blijft 3 weken.

2/ De termijn waarbinnen de moederschapsrust moet worden opgenomen, wordt verlengd van 21 tot 36 weken.

3/ De zelfstandige krijgt de mogelijkheid om tijdens de facultatieve rustperiode haar normale beroepsactiviteit halftijds uit te oefenen.
In dat geval wordt het forfaitaire bedrag van de wekelijkse uitkering met de helft verminderd (224,66 euro).
De facultatieve rustperiode duurt dan maximum 18 weken halftijdse moederschapsrust, of 20 weken bij de geboorte van een meerling. Deze mogelijkheid bestaat ook in het kader van de verlenging van de moederschapsrust die verbonden is aan de ziekenhuisopname van het kind.

Uit het verslag bij het wijzigings-KB blijkt dat het de bedoeling is om de zelfstandigen de mogelijkheid te geven om hun moederschapsverlof beter te combineren met hun zelfstandige activiteit, zowel in functie van hun eigen wensen als in functie van bepaalde behoeften van hun onderneming. Een volledige stopzetting van de zelfstandige beroepsactiviteit is in talrijke gevallen immers onverenigbaar met de realiteit van het zelfstandig ondernemerschap, zo klinkt het.

Aanpassingen

Daartoe wordt het arbeidsongeschiktheidsbesluit voor zelfstandigen aangepast. We sommen even de regels op die de verlenging van de duur van de moederschapsrust omschrijven en die het mogelijk maken om de beroepsactiviteit halftijds uit te oefenen:

1/ Het tijdvak van moederschapsrust is een rustperiode van 12 of 13 weken wanneer de geboorte van een meerling wordt voorzien, tijdens dewelke de gerechtigde noch haar normale beroepsactiviteit noch enige andere beroepsactiviteit mag uitoefenen. Maar zoals aangegeven, geldt voortaan een nieuwe uitzondering.

2/ De verplichte periode van moederschapsrust omvat in het totaal 3 weken: 1 week verplichte voorbevallingsrust en 2 weken verplichte nabevallingsrust. De verplichte week voorbevallingsrust neemt een aanvang de 7e dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. De verplichte weken nabevallingsrust nemen een aanvang vanaf de dag van de bevalling en strekken zich uit over een tijdvak dat overeenstemt met 2 weken.

3/ De facultatieve periode van moederschapsrust bestaat uit de facultatieve voorbevallingsrust en de facultatieve nabevallingsrust. De facultatieve voorbevallingsrust strekt zich uit ten vroegste vanaf de 3e week vóór de vermoedelijke bevallingsdatum, tot de 7e dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum.
De facultatieve nabevallingsrust strekt zich uit over een periode die overeenstemt met de 12 of 13 weken in geval van geboorte van een meerling, waarvan de eventuele periode van facultatieve voorbevallingsrust en de verplichte periode worden afgetrokken. De facultatieve nabevallingsrust vangt ten vroegste aan de eerste dag volgend op de 2 weken verplichte nabevallingsrust.

In afwijking van de algemene regel, kan de gerechtigde tijdens de facultatieve periode haar normale beroepsactiviteit per periode van 7 kalenderdagen halftijds uitoefenen. In dat geval omvat de facultatieve periode maximaal 18 weken van halftijdse moederschapsrust of 20 weken van halftijdse moederschapsrust wanneer de geboorte van een meerling wordt voorzien.
De periode van facultatieve nabevallingsrust, ongeacht het volledige dan wel halftijdse rust betreft, moet per periode van 7 kalenderdagen en voor het einde van een tijdvak van maximum 36 weken worden opgenomen. Dit tijdvak van 36 weken neemt een aanvang de eerste dag volgend op de 2 weken verplichte nabevallingsrust.

4/ Op verzoek van de gerechtigde kan het tijdvak van moederschapsrust, verlengd worden wanneer het pasgeboren kind meer dan 7 dagen te rekenen vanaf de geboorte opgenomen moet blijven in het ziekenhuis. In dat geval wordt het tijdvak van moederschapsrust verlengd met een duur gelijk aan het aantal volledige weken hospitalisatie van het kind die deze eerste 7 dagen overschrijdt. De duur van deze verlenging mag echter 24 weken niet overschrijden.

Het maximale tijdvak van facultatieve moederschapsrust van 24 weken dat voortvloeit uit de verlenging wegens de hospitalisatie van het kind, kan per periode van 7 kalenderdagen halftijds worden opgenomen waarin de gerechtigde haar normale beroepsactiviteit hervat. In dat geval omvat de duur van de verlenging maximaal 48 weken van halftijdse moederschapsrust.

De verlenging van het tijdvak van moederschapsrust van een periode van 24 weken of 48 weken in geval van halftijdse moederschapsrust maximum vangt aan op de eerste dag die volgt op de 2 weken verplichte nabevallingsrust. De periode van facultatieve nabevallingsrust vangt, in geval van verlenging wegens hospitalisatie van de pasgeborene, aan op de eerste dag die volgt op het einde van de periode van verlenging.

Uiteraard worden ook de te vervullen formaliteiten voor het verkrijgen van de moederschapsuitkering afgestemd op de nieuwe situatie. Het gaat dan uiteraard vooral om de informatie die men moet voegen bij de aanvraag van de moederschapsuitkering.

Bron: Koninklijk besluit van 13 mei 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten, BS 23 mei 2016