Strafuitvoeringsrechtbanken nog steeds niet bevoegd voor korte gevangenisstraffen

De strafuitvoeringsrechtbank beslist nog steeds niet over de uitvoering van gevangenisstraffen met een uitvoerbaar gedeelte van drie jaar of minder. Er komt immers een nieuw uitstel, het zoveelste in een lange rij. En dit tot uiterlijk 1 september 2017. Normaal gezien zouden de strafuitvoeringsrechtbanken op 1 januari 2016 bevoegd worden voor de lichtere straffen. Maar het is dus voorlopig nog altijd de minister van Justitie die beslist over de strafuitvoeringsmodaliteiten voor die categorie van veroordeelden.

De strafuitvoeringsrechtbanken ook bevoegd maken voor straffen van drie jaar of minder zou volgens de wetgever voor een enorme bijkomende werklast zorgen. De termijnen en de advies- en beslissingsprocedures zijn trouwen niet aangepast aan de tenuitvoerlegging van dergelijke lichtere straffen. Bovendien wil de minister van Justitie voorrang geven aan de uitvoering van de Interneringswet. Wat betekent dat de strafuitvoeringsrechtbanken speciale interneringskamers zullen krijgen.

Daarenboven is de minister van plan om de betrokken regels te herzien. Het integraal bevoegd maken van de strafuitvoeringsrechtbanken voor korte gevangenisstraffen vindt hij niet werkbaar. Hij bereidt een nieuw strafuitvoeringswetboek voor dat de huidige regeling zal herzien. Omdat dit niet klaar zal zijn tegen 1 januari 2016, komt er dus een nieuw uitstel.

Artikel 14 van de wet van 23 november 2015 treedt in werking op 31 december 2015.

Bron: Wet van 23 november 2015 met betrekking tot de inwerkingtreding van diverse bepalingen betreffende justitie, BS 30 november 2015 (art. 14)

Zie ook:
Wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten (art. 109)