Regels voor moederschapshulp zelfstandigen versoepeld

Elke vrouwelijke zelfstandige die in moederschapsverlof is, zal voortaan recht hebben op moederschapshulp. De regels voor de toekenning van die hulp worden afgestemd op wat Europa vraagt.

Moederschapshulp

De moederschapshulp voor een vrouwelijke zelfstandige bestaat uit 105 dienstencheques die betaald worden door het sociaal verzekeringsfonds waarbij ze is aangesloten. Ze worden toegekend bij de geboorte van haar kind of kinderen.

Bij de omschrijving van het begrip 'vrouwelijke zelfstandige' heeft men het voortaan over elke vrouwelijke zelfstandige, helpster of meewerkende echtgenote die onderworpen is aan het sociaal statuut voor zelfstandigen. Men verwijst niet langer naar de sociale bijdragen die verschuldigd zijn.

Ook de voorwaarden voor de toekenning van de moederschapshulp worden bijgewerkt. De zelfstandige moet niet meer gedurende minstens 2 kwartalen aangesloten zijn en de betrokken sociale bijdragen betaald hebben. En de verplichte herneming van de zelfstandige activiteit wordt vervangen door een beroepsactiviteit in hoofdberoep in om het even welke sector.

Wijzigings-KB

Volgens het wijzigings-KB van 10 april 2014 wordt de moederschapshulp toegekend wanneer de vrouwelijke zelfstandige een beroepsactiviteit - voordien: ?haar activiteit? - herneemt en beantwoordt aan volgende voorwaarden:

Naar aanleiding van de geboorte van haar kind of kinderen vervult ze de voorwaarden om te genieten van de moederschapsverzekering, voorzien in het KB van 20 juli 1971 dat een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering heeft ingesteld.

De hernomen activiteit is een beroepsactiviteit als zelfstandige of een beroepsactiviteit die beantwoordt aan de voorwaarden die in artikel 35 van het zelfstandigenstatuut worden opgesomd. Men verwijst onder andere naar een tewerkstelling als werknemer, naar een bezigheid die behoort tot een ander pensioenstelsel dan dat voor werknemers, of een beroepsbezigheid in dienst van een internationaal of supranationaal organisme waarvan België deel uitmaakt.

Ze moet onderworpen blijven aan het statuut voor zelfstandigen tot de toekenning van de hulp, tenzij ze op dat ogenblik een niet-zelfstandige beroepsactiviteit heeft aangevat.

Net als voordien, moet ze een aanvraag tot moederschapshulp indienen.

Zo zal een zelfstandige moeder die net voor haar bevalling een zelfstandige activiteit aanvat, voortaan gebruik kunnen maken van de 105 dienstencheques, in aanvulling op haar moederschapsverlof. En een moeder die haar zelfstandige activiteit stopzet op het moment van de bevalling om na haar moederschapsrust over te schakelen naar een statuut van loontrekkende, zal ook aanspraak kunnen maken op de dienstencheques.

Het nieuwe KB zorgt voor de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2010/41 van 7 juli 2010 over de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van zelfstandig werkzame mannen en vrouwen. De voorwaarden die gekoppeld zijn aan het recht op moederschapshulp worden op die manier afgestemd op die voor het recht op moederschapsverlof.

In werking

Deze aanpassingen treden retroactief in werking op 1 januari 2014, en zijn van toepassing op bevallingen die vanaf die datum plaatsvinden.

Bron: Koninklijk besluit van 10 april 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, BS 5 mei 2014