Beperkte eigen zelfstandige activiteit mogelijk voor meewerkende echtgenoot

Een meewerkende echtgenoot kan zijn statuut voortaan cumuleren met een beperkte eigen zelfstandige activiteit. Tot 3.000 euro bruto per jaar.

3.000 euro

Een eigen zelfstandige activiteit van de meewerkende echtgenoot is voortaan combineerbaar met het statuut van meewerkende echtgenoot, voor zover de inkomsten uit die eigen activiteit maximum 3.000 euro per jaar bedragen. De meewerkende echtgenoot wordt dus geen zelfstandige in hoofdberoep.

Die eigen zelfstandige activiteit wordt niet uitgesloten van het begrip beroepsactiviteit. In het initiële wetsvoorstel was dat wel het geval. Maar uit de Parlementaire Stukken blijkt dat het niet de bedoeling is om de inkomsten uit de beperkte eigen activiteit uit te sluiten van de basisbijdrage van de sociale bijdragen als meewerkende echtgenoot. Vandaar dat de oorspronkelijke tekst aangepast werd. Op die manier voldoet de eigen activiteit aan het sociologisch criterium dat geldt om te worden beschouwd als zelfstandige.

Ook de formulering 'eigen zelfstandige activiteit' stond ter discussie. Maar die kritiek werd van tafel geveegd. De minister van Middenstand verduidelijkt dat het gaat om eigen inkomsten die maximaal 3.000 euro bruto per jaar bedragen. Het gaat dus zeker niet om een bijberoep. Bovendien vallen de publieke mandatarissen niet onder deze regeling. Zij vallen onder de specifieke regeling van artikel 5bis van het statuut voor zelfstandigen.

Sociaal engagement

In de Parlementaire Stukken benadrukt men dat het vooral de bedoeling is dat meewerkende echtgenoten zich maatschappelijk en sociaal kunnen engageren. Bij een 'beperkte nevenactiviteit' denkt men bijvoorbeeld aan een zitpenning om deel te nemen aan de vergaderingen van een groenten- of fruitveiling of aan een vergoeding voor het ontvangen van schoolklassen op het bedrijf. Dit moet kunnen zonder aansluiting als zelfstandige in hoofdberoep.

De impact van deze maatregel is moeilijk in te schatten. Momenteel gaat het wellicht vaak om verborgen inkomsten. Wel is het zo dat het aantal meewerkende echtgenoten op 10 jaar tijd met 45% is gedaald ?

Het statuut van de meewerkende echtgenoot werd ingevoerd om de opbouw van een sociale bescherming en de toekenning van uitkeringen mogelijk te maken op naam van de meewerkende echtgenoot zelf. Op 1 juli 2005 werd het zogenaamde 'maxistatuut' verplicht voor personen geboren na 1955. Met een opbouw van rechten in alle deeltakken van de sociale zekerheid voor zelfstandigen.

De prestaties waarop men recht heeft zijn dezelfde als voor de eigenlijke zelfstandigen. Wel is de bijdrageregeling op een andere - voordeligere - wijze geregeld. Het minimumplafond voor meewerkende echtgenoten is immers maar half zo hoog als voor eigenlijke zelfstandigen en voor andere helpers.

In werking

Deze aanvulling van artikel 7bis van het sociaal statuut voor zelfstandigen treedt in werking op 31 januari 2014.

Bron: Wet van 7 januari 2014 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, wat het statuut van de meewerkende echtgenote betreft, BS 21 januari 2014

Zie ook:
Koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 29 juli 1967 (art. 7bis, §1 van het sociaal statuut voor zelfstandigen)