Notarissen krijgen nieuwe richtlijnen voor het beheer van derdengelden

Vanaf 1 juni 2014 gelden er nieuwe regels voor het beheer van de kwaliteitsrekening (derdengeldrekening) van notarissen. Een wet van 22 november 2013 schrijft de nieuwe regels in, in de notariswet en in de hypotheekwet.

Eigen gelden en derdengelden

Notarissen zijn vanaf 1 juni 2014 verplicht om een duidelijk onderscheid te maken tussen hun eigen gelden en derdengelden.

Kwaliteitsrekening

De gelden die notarissen bij de uitoefening van hun beroep ontvangen ten behoeve van cliënten of derden moeten vanaf 1 juni 2014 gestort worden op een of meer rekeningen geopend op hun naam of op naam van hun notarisvennootschap, met vermelding van hun of haar hoedanigheid. Deze rekening of rekeningen worden geopend volgens de regels die de Nationale Kamer van Notarissen vastlegt.

De notaris verhandelt via deze rekening gelden van cliënten of derden. Hij verzoekt cliënten en derden om uitsluitend op deze rekening te betalen. Het beheer van deze rekening berust uitsluitend bij de notaris.

Derdenrekening en rubriekrekening

De kwaliteitsrekeningen bestaan uit derdenrekeningen en rubriekrekeningen.

Een derdenrekening is een globale rekening waarop gelden worden ontvangen of beheerd die naar cliënten of derden moeten worden doorgestort.
Een rubriekrekening is een geïndividualiseerde rekening geopend met betrekking tot een bepaald dossier of voor een bepaalde cliënt.

Beide rekeningen worden geopend bij een door de Nationale Bank van België vergunde financiële instelling of bij de Deposito- en Consignatiekas. Ze moeten minstens aan volgende eisen voldoen:

de derdenrekening en de rubriekrekening mogen nooit een debetsaldo vertonen;

op een derdenrekening of een rubriekrekening mag geen krediet worden toegestaan; die rekeningen kunnen nooit tot zekerheid dienen;

elke schuldvergelijking, fusie of bepaling van eenheid van rekening tussen de derdenrekening, de rubriekrekening en andere bankrekeningen is uitgesloten; nettingovereenkomsten kunnen op deze rekeningen geen toepassing vinden.

De Nationale Kamer van notarissen kan aanvullende regels vaststellen voor de verhandeling van gelden van cliënten of derden.

Snelle afhandeling of plaatsing op rubriekrekening

De notaris stort de op zijn derdenrekening ontvangen gelden zo vlug mogelijk door aan de bestemmeling.

Als de notaris om gegronde redenen (bv. omdat de notariële akte pas op een later tijdstip wordt verleden) de gelden niet binnen de in het reglement van de Nationale Kamer van notarissen bepaalde termijn, en uiterlijk binnen de 2 maanden na de ontvangst ervan, aan de bestemmeling kan overmaken, stort hij ze op een rubriekrekening.
Deze verplichting geldt niet als het totaal van de bedragen ontvangen voor rekening van eenzelfde persoon of bij gelegenheid van eenzelfde akte of eenzelfde verrichting of per dossier 2.500 euro niet te boven gaat.
De Koning kan dit bedrag om de twee jaar aan de economische toestand aanpassen. Deze aanpassing geldt vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de bekendmaking van het aanpassingsbesluit.

Niet-teruggevorderde sommen

De wet van 22 november 2013 voert ook een wettelijke regeling in voor het geval sommen lang 'geparkeerd' staan op een kwaliteitsrekening (zgn. 'slapende rekeningen').

De notaris stort alle sommen (ongeacht het bedrag ervan) die de gerechtigde niet heeft teruggevorderd, en die hij niet aan de gerechtigde heeft overgemaakt, 2 jaar na de afsluiting van het dossier, in de Deposito- en Consignatiekas. Deze termijn wordt geschorst zolang deze sommen het voorwerp uitmaken van een rechtsgeding. De deposito's worden ingeschreven op naam van de gerechtigde, die de notaris aanwijst. De Deposito- en Consignatiekas houdt ze gedurende 30 jaar ter beschikking van de gerechtigde (art. 25 KB nr. 150 coördinatie wetten Deposito- en Consignatiekas).

Effecten en geldwaardige papieren aan toonder

De wet van 22 november 2013 voert een vergelijkbare regeling in voor effecten en geldswaardige papieren aan toonder (nieuw art. 8/1 hypotheekwet, ingevoegd door art. 3 wet van 22 november 2013).

De schuldvorderingen op gelden, effecten en geldswaardige papieren aan toonder die ten behoeve van een derde zijn geplaatst op de rekeningen bedoeld in de artikelen 446quater, 446quinquies, 522/1 en 522/2 van het Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 34 en 34bis van de notariswet zijn afgescheiden van het vermogen van de rekeninghouder.

Deze schuldvorderingen vallen buiten de samenloop tussen de schuldeisers van de rekeninghouder en alle verrichtingen m.b.t. deze schuldvorderingen kunnen aan de boedel worden tegengeworpen. Dit voor zover ze verband houden met de bestemming van deze gelden, effecten en geldswaardige papieren aan toonder. Deze gelden, effecten en geldswaardige papieren aan toonder vallen ook buiten de vereffening van het huwelijksvermogensstelsel en de nalatenschap van de rekeninghouder.

Als het tegoed van de rekening ontoereikend is voor de betaling van de derden, wordt het tussen hen verdeeld in verhouding tot hun aanspraken. Heeft de rekeninghouder zelf geen rechten op het tegoed van de rekening, dan wordt hem slechts het saldo toegekend dat overblijft nadat alle rechten van de derden zijn uitgeoefend.

In werking

De wet van 22 november 2013 treedt in werking op 1 juni 2014.

Ze wijzigt de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt wat de kwaliteitsrekening van notarissen betreft, en de hypotheekwet van 16 december 1831 wat de kwaliteitsrekening van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders betreft.

Bron: Wet van 22 november 2013 tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt wat de kwaliteitsrekening van notarissen betreft en van de hypotheekwet van 16 december 1831 wat de kwaliteitsrekening van advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders betreft, BS 10 december 2013.

Zie ook:
- Wet van 25 ventôse jaar XI tot regeling van het notarisambt, BS 16 maart 1803 - art. 34 en art. 34bis.
- Hypotheekwet van 16 december 1851, BS 22 december 1851.