Grondwettelijk Hof beperkt spreekrecht voor advocaten bij partnergeweld

Advocaten mogen het parket niet meer inlichten over dossiers waarbij sprake is van partnergeweld wanneer ze daarmee hun cliënt kunnen incrimineren. Het Grondwettelijk Hof beperkt op die manier het spreekrecht dat sinds 1 maart 2013 van toepassing is. Volgens het Hof verhindert de maatregel een adequate uitoefening van de rechten van de verdediging. Wie toch nog spreekt, schendt zijn beroepsgeheim en riskeert een gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden en een geldboete van 100 tot 500 euro.

Het Grondwettelijk Hof komt met haar uitspraak van 5 december 2013 deels tegemoet aan de vernietigingsvraag van de Orde van Vlaamse Balies. Artikel 458bis van het Strafwetboek blijft immers overeind voor politiebeambten, artsen, hulpverleners en andere houders van het beroepsgeheim. Voor hen gelden geen nieuwe beperkingen om gevallen van huiselijk geweld te melden aan de Procureur des Konings. Het Hof benadrukt hierbij dat partnergeweld moet worden begrepen als 'iedere vorm van geweld van fysische, seksuele, psychische of economische aard tussen echtgenoten of personen die samenwonen of hebben samengewoond en tussen wie een duurzame affectieve en seksuele band bestaat of heeft bestaan. Het is niet vereist dat het partnergeweld overeenkomt met de opgesomde misdrijven in artikel 458bis.'

Belangrijk is ook dat het niet gaat om een meldingsplicht. De betrokkene moet zelf beslissen wanneer hij gebruik maakt van de mogelijkheid om zijn beroepsgeheim naast zich neer te leggen. Dat kan wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de kwetsbare persoon of wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere kwetsbare personen slachtoffer kunnen worden van het misdrijf.

Een advocaat van wie de cliënt (vermoedelijk) dader is van partnergeweld moeten die afweging nu dus niet meer maken. Voor hem geldt een spreekverbod. De informatie die hem door de cliënt werd meegedeeld, mag niet worden doorgegeven wanneer dit de cliënt zou kunnen incrimineren. Volgens het Hof hangt 'het recht om zichzelf niet te beschuldigen' immers af van de vertrouwensrelatie tussen advocaat en cliënt. Een relatie die alleen tot stand kan komen en blijven wanneer de cliënt de garantie krijgt dat de informatie die hij aan zijn advocaat toevertrouwt niet openbaar zal worden gemaakt. Het beroepsgeheim van advocaten vormt op die manier een fundamenteel element van de rechten van de verdediging.

Bron: GwH 5 december 2013, nr. 163/2013.

Zie ook
Wet van 23 februari 2013 tot wijziging van artikel 458bis teneinde het uit te breiden voor misdrijven van huiselijk geweld, BS 26 maart 2012.
Strafwetboek (art. 458bis).