Hoger grensbedrag voor enige aanleg

De wetgever trekt het bedrag op waarbij uitspraken in enige aanleg worden gewezen. Zowel voor uitspraken van de vrederechter als voor uitspraken van de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel.

Vonnissen van de vrederechter over een vordering waarvan het bedrag 1.860 euro niet overschrijdt, worden steeds in laatste aanleg gewezen. Hoger beroep kan niet. Tot nu lag die grens op 1.240 euro.
Voor de rechtbank van eerste aanleg en de rechtbank van koophandel geldt een gelijkaardige verhoging: hoger beroep is niet mogelijk bij vorderingen waarvan het bedrag 2.500 euro niet overschrijdt. Tot nu lag die grens op 1.860 euro.

Die bedragen kunnen trouwens voortaan heel eenvoudig - bij een gewoon KB - aangepast worden. Maar het nieuwe bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag dat uit de indexeringsformule voortvloeit (indexeringsbedrag is gelijk aan het basisbedrag, vermenigvuldigd met het nieuwe indexcijfer (indexcijfer oktober) en gedeeld door het aanvangsindexcijfer (oktober 2013)).

Als de Koning kiest voor een dergelijke aanpassing, moeten de aangepaste bedragen ten laatste in november bekendgemaakt worden. Ze worden van kracht op 1 januari van het jaar daarop. En ze zijn niet van toepassing op vorderingen die voor die datum zijn ingesteld.

De wet van 30 juli 2013 tot invoering van de familie- en jeugdrechtbank voert deze nieuwe regeling in. Ze treedt uiterlijk in werking op 1 september 2014. Maar de Koning kan de wet eerder in werking doen treden.

Bron: Wet van 30 juli 2013 betreffende de invoering van een familie- en jeugdrechtbank, BS 27 september 2013 (art. 136)

Zie ook:
Gerechtelijk Wetboek, art. 617